Onvoldoende medische gegevens waaruit blijkt dat sprake is van meer dan tijdelijke ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen.

Rechtbank Gelderland
Verzoeker ervaart whiplash gerelateerde klachten. Allianz heeft een arbeidsdeskundige ingeschakeld en ook is medisch advies aangevraagd. Op basis van het medisch advies heeft Allianz haar standpunt met betrekking tot het causale verband herzien, daar sprake is van tijdelijke ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen. Verzoek tot nadere bevoorschotting wordt afgewezen. Verder kunnen de redelijke buitengerechtelijke kosten niet vast worden gesteld. De kosten deelgeschil worden niet begroot.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(1) te bepalen dat Allianz middels periodiek adequate bevoorschotting de geleden en nog te lijden schade vergoedt;

(2) ten titel van voorschot op de geleden en nog te lijden schade Allianz te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 28.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag.

(3) te bepalen dat Allianz is gehouden alsnog mee te werken aan een traject bij Winnock of een andere medische instelling;

(4) te beslissen dat Allianz (ernstig) is tekortgeschoten in de op haar rustende verplichting en daardoor ook schadeplichtig is jegens verzoeker;

(5) te beslissen dat Allianz gehouden is een voorschot te voldoen van € 17.000,- op de buitengerechtelijke kosten, dan wel een door de rechtbank vast te stellen voorschotbedrag;

 

(1) Allianz heeft de aansprakelijkheid erkend en is gehouden de geleden en nog te lijden schade te vergoeden. Het verzoek mist dan ook zelfstandige betekenis. Overigens is de toevoeging “periodiek middels adequate bevoorschotting” te onbepaald en zegt niets over de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen. Verzoek afgewezen.

 

(2) Er zijn nog onvoldoende medische gegevens voorhanden waaruit blijkt dat nog altijd sprake is van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen van verzoeker. De schade laat zich daardoor niet begroten waardoor niet kan komen vast te staan dat de schade het reeds betaalde voorschot van € 9.550,00 overschrijdt. Er bestaat geen grond om Allianz te veroordelen tot een nadere bevoorschotting. Verzoek afgewezen.

 

(3) Allianz heeft zich niet vastgelegd om mee te werken aan traject bij Winnock. Vanwege de onzekerheid omtrent het causaal verband valt de omvang van de verplichting van Allianz niet te bepalen. Verzoek afgewezen.

 

(4) Uit de stukken blijkt niet dat Allianz de schaderegeling heeft tegengehouden of willen frustreren. Het ontbreken van voldoende medische onderbouwing kan Allianz niet tegen worden geworpen, daar zij daarom steeds opnieuw heeft verzocht. Daarnaast is niet gebleken dat Allianz toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen door onvoldoende te bevoorschotten. Verzoek afgewezen.

 

(5) Uit de voorliggende stukken kan niet worden vastgesteld of de opgevoerde kosten te beschouwen zijn als redelijke kosten. Een nadere toelichting of onderbouwing ontbreekt en er bestaat onduidelijkheid omtrent bepaalde posten. Gelet op het reeds door Allianz betaalde bedrag van € 9.550,00 en gelet op de berekende schade wegens verlies aan verdienvermogen en kosten wegens fysiotherapeutische behandelingen met een eigen risico gaat de rechtbank er vanuit dat in het door Allianz betaalde bedrag ook reeds een bedrag aan buitengerechtelijke kosten is betaald. Er bestaat derhalve geen aanleiding tot betaling van een aanvullend (voorschot)bedrag.

(6) de kosten van de behandeling van het deelgeschil te begroten en Allianz te veroordelen dit bedrag aan verzoeker te voldoen. De verzoeken 1 tot en met 4 zijn onnodig ingesteld aangezien een advocaat, zeker een advocaat met specialistentarief, had moeten voorzien dat de verzoeken niet toewijsbaar werden geacht zonder (nadere) medische onderbouwing dan wel nader deskundigenonderzoek. Dit geldt ook voor verzoek onder 5, waar te weinig inzicht is gegeven in de betaalde voorschotten. De begroting van de kosten wordt derhalve afgewezen.

 

Aansprakelijk heeft immateriële schade adequaat geregeld

Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster stond in 2013 onder behandeling van een longarts in verband met COPD. In 2015 werd een tumor in de longen van verzoekster geconstateerd. De tumor bleek in 2013 al aanwezig. Het Spaarne heeft aan verzoekster reeds een bedrag van € 45.000,- betaald aan immateriële schadevergoeding. Verzoekster verzoekt een aanvullende immateriële schadevergoeding, dat wordt afgewezen.
Verzoek Rechtbank
Verzoekster verzoekt de rechtbank, in haar gewijzigde verzoek, bij beschikking te bepalen dat het Spaarne binnen vijf dagen na de beschikking aan haar:

(1) een bedrag van € 100.000,- als slotbetaling voldoet;

De rechtbank neemt het geschil in behandeling aangezien een oordeel over de vraag of het Spaarne een slotbetaling dient te doen bijdraagt aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

(1) Partijen zijn gebonden aan het rapport van – door partijen gezamenlijke benoemde – dr. Aerts. Uit het rapport blijkt niet welke stadiëring de tumor in 2013 had en hoe dr. Schade de stadiëring in 2013 heeft vastgesteld. De rechtbank acht de stelling dat door het delay de kans op het krijgen van de recidive van longkanker is vergroot onvoldoende onderbouwd. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat verzoekster door het delay een verhoogde kans heeft op het krijgen van andere kankersoorten. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het betalen van een hogere immateriële schadevergoeding – dan de € 45.000,- die verzoekster thans heeft gehad – Niet in de rede ligt. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

(2) de kosten van de rapportages van dr. Roggeveen en dr. Schade voldoet;

(3) de kosten van de procedure voldoet;

(4) de kosten van de procedure van € 5.867,52 aan haar voldoet.

(2)(3)(4) Het Spaarne heeft geen verweer gevoerd tegen de kosten van de procedure á € 5.867,52 (waarin zijn begrepen de nota’s van dr. Schade en dr. Roggeveen). In dit bedrag werd uitgegaan van € 275,- per uur, exclusief 21% BTW en een tarief voor reistijd van € 100,- per uur. Advocaat van verzoeker heeft 14,5 uur besteed aan de behandeling van het dossier en een reistijd van 1,5 gehad.

De rechtbank acht de kosten redelijk en begroot de kosten van het deelgeschil op een bedrag van € 5.867,52 en veroordeelt het Spaarne in deze kosten.

 

Deelgeschil over vergoeding buitengerechtelijke kosten

Rechtbank Midden-Nederland
Een deelgeschilprocedure over de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De buitengerechtelijke kosten en de kosten van het deelgeschil worden gematigd.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt de kantonrechter om:

(1) ASR te veroordelen tot het betalen van de buitengerechtelijke kosten, een bedrag van € 1.769,85.

Het schadeproces met een vaststellingsovereenkomst wordt belemmerd door een verschil van mening over de buitengerechtelijke kosten. De belemmering kan worden weggenomen door de rechter. Het verzoek kan inhoudelijk worden behandeld aangezien

(1) In deze kwestie gaat het om een eenvoudige en overzichtelijke zaak. Door ASR is de aansprakelijkheid erkend en zijn voorschotten betaald op de schade en buitengerechtelijke kosten. Daarnaast bevat het dossier overzichtelijke informatie en geen ingewikkelde stukken. Partijen zijn snel tot overeenstemming gekomen over de hoogte van de schade. Gelet op het voorgaande heeft verzoeker niet voldoende onderbouwd of alle gefactureerde kosten voor vergoeding door ASR in aanmerking komen. De naar redelijkheid te vergoeden kosten worden daarom geschat. De kantonrechter vindt dat met het betaalde voorschot van € 3.985,66 de buitengerechtelijke kosten tot de bespreking op 18 december 2018 voldoende vergoed zijn. Daar het een eenvoudig geschil betreft met een eindvoorstel van ASR dat niet voor grote verassingen zal hebben gezorgd acht de kantonrechter een tijdsbesteding van 3 uur tegen het uurtarief van € 220,00 redelijk. Dit komt neer op een bedrag van € 798,60, wat afgerond wordt op € 800,00. Dit bedrag wordt toegewezen.

(2) begroting en veroordeling van ASR in de proceskosten van € 3.668,24. (2) Aangezien het verzoek gedeeltelijk wordt toegewezen gaat het verweer van ASR – inhoudende dat er geen reden bestaat om de kosten te begroten – niet op.

De kosten voor dit deelgeschil bedragen volgens verzoeker € 3.668,24 (13 uur tegen een uurtarief van € 220,00).

Het verzoekschrift bevat niet meer dan een korte inleiding over de toedracht en de gevolgen van het ongeval en een weergave van met ASR gevoerde onderhandelingen. Het grootste gedeelte van het verzoekschrift wordt in beslag genomen door citaten uit de correspondentie tussen de advocaat en ASR over buitengerechtelijke kosten. De tijdsbesteding is te ruim begroot. De kantonrechter gaat uit van 4 uur in totaal.

In feite gaat het in deze zaak om een incassoprocedure, waarvoor geen kennis op het gebied van letselschade nodig is. Daarom wordt aan gesloten bij het door ASR maximaal redelijke uurtarief van € 200,00.

De kosten van het deelgeschil worden begroot op € 1.199,00. ASR zal worden veroordeeld dit bedrag aan verzoeker te betalen.

 

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: