Deelgeschil over de buitengerechtelijke kosten; matiging uren en veroordeling verzekeraar

Rechtbank Midden-Nederland 14 juli 2021
Het gaat in dit deelgeschil over de kosten van het deelgeschil. In een eerdere tussenbeschikking is verzoekster in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat verzoekster de kosten voor het deelgeschil op grond van de polisvoorwaarden dient te verhalen op ASR. Verzoekster heeft dit met haar nadere akte aangetoond en daarom worden de kosten begroot. De rechtbank matigt het aantal uren en veroordeelt ASR in de deze kosten.
Verzoek Rechtbank
Verzoekster begroot de kosten op € 9.811,89 (30 uur x € 255,- met 6% kantoorkosten en btw). Met ASR is de rechtbank van mening dat het aantal bestede uren de dubbele redelijkheidstoets niet doorstaan. Met het gehanteerde uurtarief mag een zekere efficiënte worden verwacht. De rechtbank begroot de kosten op € 6.541,26 (20 uur x € 255,- inclusief btw en kantoorkosten. Daar komt het griffierecht nog bovenop.
Deze kosten komen ook voor vergoeding in aanmerking wanneer uiteindelijk niet komt vast te staan dat bepaalde schade is geleden. Dat de buitengerechtelijke kosten niet meer in verhouding staan met de schade, is geen reden om de kosten op nihil te stellen.

Omdat ASR aansprakelijk is voor het ongeval, wordt zij veroordeeld in de kosten van dit deelgeschil.

 

Geen eigen schuld (na billijkheidscorrectie) voor voetganger die weg oversteekt tussen geparkeerde auto’s bij de uitgang van een metrostation

Rechtbank Rotterdam, 16 september 2021
Verzoekster stak bij de uitgang van een metrostation tussen geparkeerde auto’s de weg over. Bij de eerste stap is zij aangereden door een bij Achmea verzekerd voertuig. Achmea beroept zich op eigen schuld aan de zijde van verzoekster. De kantonrechter weegt de over en weer gemaakte fouten af en komt tot een verdeling van 80% voor Achmea, na billijkheidscorrectie 100%.
Verzoek Rechtbank
Verzoekster verzoekt om bij beschikking (…)

(1) te bepalen dat Achmea aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade naar aanleiding van het ongeval dat plaatsvond op 10 oktober 2017 en dat Achmea gehouden is de volledige schade te voldoen

(1) Toedracht wordt door de rechter vastgesteld op basis van de verklaringen en de gedeelde foto’s. De bestuurder van het voertuig is rakelings langs de parkeervakken gereden terwijl hij ruimte genoeg zou hebben vrijgelaten indien hij in het midden van de rijbaan had gereden. Geen nadere bewijslevering noodzakelijk voor het vaststellen van het percentage eigen schuld.

Geen sprake van overmacht of opzet. Relevante omstandigheden bij beoordeling eigen schuld: Door een kleine stap op de rijbaan te zetten heeft verzoekster geen voorrang verleend aan de bestuurder van het voertuig. Geen oversteekplaats binnen 30 meter beschikbaar. Afleiding door mobiele telefoon is niet komen vast te staan. Dat er te hard is gereden is niet komen vast te staan. Bestuurder had bedacht moeten zijn op overstekende voetgangers bij de uitgang van een metrostation. Bestuurder heeft zeer gevaarzettend gehandeld. 80% op basis van causale verdeling voor rekening van Achmea.

Billijkheidscorrectie 100% schade voor rekening van Achmea. Verzoekster heeft een onderbeenbreuk, kon haar fysieke werk niet meer uitvoeren, heeft baan verloren, verzekeringsplicht voor de schade.

(2) met veroordeling van Achmea in de kosten van het geding. (2) Uurtarief gematigd van € 275 ex btw en 4% kantoorkosten naar € 260 ex btw. Uren 12,36, totaal € 4.272,96.

Er is veel verschillend bewijs in het geding gebracht. De rechter heeft daaruit de conclusie getrokken dat alhoewel verzoekster als voetganger geen voorrang heeft verleend de fout van de bestuurder als zeer ernstige fout kan worden aangemerkt. Dat is vervolgens terug te zien het in het percentage eigen schuld. Het niet rekening houden met verkeersfouten van andere weggebruikers wordt de bestuurder fors aangerekend.

Geen overmacht in het geval van een autopechsituatie in het donker en zonder waarschuwingssignalen

Rechtbank Midden-Nederland, 2 februari 2021
Verzoekster is met pech gestopt met haar voertuig op een busbaan tijdens donker weer. Zij is op door een aanraking met een passerende auto (BMW/ASR) op de weg terechtgekomen en geschept door een volgende auto (Audi/Reaal). Zij vordert de erkenning van de aansprakelijkheid van de WAM-verzekeraars van beide voertuigen. Artikel 185 WVW is in deze situatie van toepassing. Er is sprake van 50% eigen schuld. Verzekeraars zijn hoofdelijk voor de overige 50% aansprakelijk.
Verzoek Rechtbank
(1) Verzoekster houdt zowel ASR als Reaal als verzekeraars van respectievelijk de BMW en de Audi op grond van artikel 185 WVW jo artikel 6 WAM aansprakelijk voor het haar op 7 december 2018 overkomen ongeval en de dientengevolge geleden (en nog te lijden) schade. (1) Artikel 185 WVW van toepassing. Personen die het voertuig hebben verlaten genieten de bescherming van artikel 185 WVW. Geen sprake van overmacht. Voorafgaand aan voorval heeft bestuurder BMW verzoekster met een voertuig met open motorkap opgemerkt. Bestuurder BMW had rekening moeten houden met een autopech situatie. Rijgedrag daarop moeten aanpassen. Bestuurder BMW heeft niet geremd of uitgeweken. Fout van verzoekster is niet zo onwaarschijnlijk dat bestuurder BMW daarmee geen rekening had hoeven houden. Beroep op latere verklaring (die afwijkt van de eerdere) word aan voorbijgegaan. Bestuurder Audi niet volledig foutloos. Had eveneens zijn rijgedrag op de situatie moeten aanpassen.

Geen opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Er is sprake van onvoldoende doordacht handelen van verzoekster. Gedragingen van verzoekster hebben in hogere mate bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval, schadeverdeling van 50-50. Geen nadere billijkheidscorrectie, reeds verdisconteerd in de 50% regel.

Causaal verband bijdrage BMW. Tussen verzoekster en BMW is contact geweest. Ingeklapte rechterbuitenspiegel en veegsporen op de zijkant. De eerste impact met de BMW heeft de keten van gebeurtenissen in werking gesteld.

(2) Kosten deelgeschilprocedure (2) Kosten deelgeschil € 2.312,00 exclusief btw gevorderd. 50% wordt toegepast op de kosten deelgeschil, € 1.550,76 (inclusief btw en 0,5 griffierecht)

Uit deze uitspraak blijkt hoe lastig het is om overmacht in een 185 WVW situatie aan te tonen. Ook in een situatie waarin het donker is en verzoekster in haar ‘autopech’ situatie geen alarmlichten of andere waarschuwingssignalen heeft gebruikt. Het niet aanpassen van de snelheid levert dus al aansprakelijkheid op in deze situatie.