Verzoeker niet ontvankelijk, kostenveroordeling ten gunste van verweerder.

beschikking 31-12
Verzoekerschrift niet (ook) gericht tegen de AVP-verzekerde. Verzoeker is dan niet ontvankelijk en de rechtbank ziet reden om een kostenveroordeling uit te spreken ten gunste van de verweerder.
Verzoek Rechtbank
Geschil met betrekking tot aansprakelijkheid, waarbij het verzoek zich richt tot de AVP-verzekeraar. Om in deze situatie de verzekeraar te kunnen aanspreken had ook de verzekerde zelf, [VERZEKERDE] dus, in deze deelgeschilprocedure moeten worden betrokken. Dit staat in de wet in artikel 7:954 lid 6 BW. Dat is, ook na interventies van de rechtbank, niet gebeurd. Dit betekent dat [VERZOEKSTER] niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
Kosten De rechtbank is het met ASR eens dat er geen sprake is van in redelijkheid gemaakte kosten. Zonder dat [VERZEKERDE] in de procedure wordt betrokken is het voor de rechtbank niet mogelijk de zaak inhoudelijk te behandelen. Dat een verzekerde in de procedure moet worden betrokken volgt uit de wet en bovendien is [VERZOEKSTER] daar namens de rechter op gewezen. Dit heeft als consequentie dat niet kan worden gezegd dat sprake is van kosten die in redelijkheid zijn gemaakt. De rechtbank ziet hierin aanleiding de kosten van [VERZOEKSTER] te begroten op nihil en haar bovendien te veroordelen in de kosten van ASR, aan de hand van de forfaitaire tarieven begroot op € 543,00 (1 punt x tarief onbepaalde waarde € 543,00).

 

Geen deelgeschil- maar (in feite) een incassoprocedure. (Verzoeker) niet ontvankelijk, verzoek volstrekt onnodig ingediend

Rechtbank Den Haag, 20 mei 2019
Na het schikken van een zaak met (verzoeker), biedt Centramed – coulance halve – een bedrag van € 7.500,– aan voor de BGK. De voormalige en huidige belangenbehartiger gaan niet akkoord met het aanbod; de huidige belangenbehartiger start een deelgeschilprocedure. Rechtbank: het betreft (in feite) een incassoprocedure. (verzoeker) niet ontvankelijk, verzoek volstrekt onnodig ingediend.
Verzoek Rechtbank
(Verzoeker) heeft de rechtbank verzocht

(1) te verklaren voor recht dat Centramed de volgende BGK dient te vergoeden:

– de buitengerechtelijke kosten voor (voormalige belangenbehartiger) ad € 24.059,85;

– de buitengerechtelijke kosten voor (huidige belangenbehartiger) ad € 29.707,09 inclusief griffierecht;

Na kennisname van een deskundigenrapport komt Centramed, (verzoeker) tegemoet: aansprakelijkheid is niet gegeven, maar Centramed zal – coulance halve – een bedrag van € 15.000,– betalen, ter beëindiging van het geschil. Centramed en (verzoeker) komen tot een akkoord. Wat rest zijn de BGK.

Vaststaat dat dit verzoek uitsluitend de BGK betreft. Ter zitting is door (huidige belangenbehartiger) erkend dat de claim ter zake voor (voormalige belangenbehartiger) gemaakte BGK door (verzoeker) is gecedeerd aan (voormalige belangenbehartiger). De Rechtbank komt – in de eerste plaats, voor dit deel – tot de conclusie dat Centramed zich terecht heeft beroepen op niet-ontvankelijkheid van (verzoeker).

(Verzoeker) is wel ontvankelijk ten aanzien van de BGK-vordering uit hoofde van de werkzaamheden van de (huidige belangenbehartiger). De rechtbank komt – in de tweede plaats – tot het oordeel dat het geschil zich niet leent voor een deelgeschilprocedure. Immers, er is al een minnelijke regeling gesloten met uitgezonderd de BGK. Het betreft aldus een incassogeschil.

Los van het bovenstaande; aansprakelijkheid is niet erkend, zodat er geen enkele aanleiding is om in dit deelgeschil een partij tot betaling van BGK aan de andere partij te veroordelen.

Daarnaast zou – indien aansprakelijkheid wel gegeven is – de gevorderde BGK de dubbele redelijkheidstoets nimmer doorstaan:

  • Totale vordering BGK > € 55.000,–;
  • Kosten deskundigen werden betaald door Centramed;
  • (huidige belangenbehartiger) noteert 55 uur; bovenmatig
  • (voormalig belangenbehartiger) hanteert een uurtarief van € 350,– excl. BTW (terwijl hij geen advocaat is) x 10% kantoorkosten. Zelfs voor een letseladvocaat is dit onaanvaardbaar.
(2) Met begroting van de kosten en veroordeling van de kosten, aan de zijde van Centramed.
Geen begroting en/of veroordeling; verzoek is volstrekt onnodig ingediend.

Op basis van deze uitspraak zou het toch wellicht (een keer) goed zijn indien de rechtbank (verzoeker) in de kosten van het (complete) deelgeschil zou veroordelen, inclusief de kosten van (verweerder). Het is meer dan alleen een volstrekt onnodig ingediend verzoek; door dit (kansloze) verzoek worden ook verweerder (en de rechterlijke macht) opgezadeld met onnodig veel tijd, moeite en kosten; die tijd en kosten hadden zij aan nuttigere zaken kunnen besteden…

Toedracht eenzijdig ongeval onduidelijk: geen sprake van eigen schuld na toepassing van de billijkheidscorrectie.

Rechtbank Gelderland, 5 juli 2019
Eenzijdig ongeval, waarbij de (bestuurder) van het voertuig – die niet over een geldig rijbewijs beschikte – van de weg raakt. (Verzoekster) was inzittende. Erkenning van de aansprakelijkheid voor 50%; WA-verzekeraar stelt aldus dat er sprake is van 50% eigen schuld. De rechtbank komt tot de conclusie dat er sprake is van 100% aansprakelijkheid.
Verzoek Rechtbank
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank voor recht verklaart dat;

(1) Interpolis alle schade (100%) van (verzoekster) als gevolg van het ongeval volledig dient te vergoeden,

De toedracht van het ongeval is onduidelijk. Het staat vast dat (bestuurder) geen rijbewijs had; t.t.v. het ongeval had zij 30 rijlessen gevolgd.

De rechtbank komt tot het oordeel dat er van uitgegaan kan worden dat de onervarenheid van (bestuurder) tot een zekere hoogte aan het ongeval heeft bijgedragen. Vervolgens is het de vraag of dit (ook) aan (verzoekster) kan worden toegerekend. (Verzoekster) wist dat (bestuurder) nog geen rijbewijs had. Dat zij alsnog is ingestapt, kan (verzoekster) worden verweten.

Echter, nu de toedracht van het ongeval niet vaststaat, kan niet worden vastgesteld in welke mate de onervarenheid van (bestuurder) heeft bijgedragen aan het ongeval. Gevaarlijk, roekeloos of onvoorzichtig rijden, ervaren bestuurders hadden het ongeval weten te voorkomen, verband tussen onervarenheid (bestuurder) en het van de weg geraken… De stellingen van Interpolis zijn niet onderbouwd en/of concreet gesteld.

De rechtbank oordeelt dat de causale verdeling op 90% / 10% moet worden vastgesteld. Na toepassing van de billijkheidscorrectie (ernstig letsel, meerdere operaties, (gestelde) chronische pijnklachten, cognitieve problemen, een WAM-verzekering) komt de rechtbank tot de conclusie dat de vergoedingsplicht van Interpolis in zijn geheel niet moet worden verminderd: 100% aansprakelijkheid.

(2) met veroordeling van Interpolis in de proceskosten. (Verzoekster) begroot de kosten op € 5.813,38 + griffierecht: 18,5 uur x € 245,– x 6% kantoorkosten x 21% BTW + € 297,- griffierecht.

De rechtbank acht de kantoorkosten niet toewijsbaar. Ter zitting heeft de advocaat van (verzoekster) niet toegelicht waar deze kosten op zien. Het aantal bestede uren komt de rechtbank redelijk voor.

De rechtbank begroot daarom de kosten excl. de kantoorkosten. Interpolis wordt veroordeeld tot betaling van deze kosten.   

Een lastige zaak voor de WA-verzekeraar, nu op haar de stelplicht en – bij voldoende betwisting – de bewijslast rust om feiten en omstandigheden aan te dragen die er toe leiden dat de schade mede een gevolg is van gedrag en/of omstandigheden die aan (verzoekster) worden toegerekend. Immers, de toedracht an sich – en dus ook het gedrag en de onervarenheid a.d.z.v. (bestuurder) – staat niet vast. Daar komt bij dat, na de causale verdeling, de billijkheidscorrectie nog volgt.

Verder; geen uitleg over de kantoorkosten? Dan volgt een afwijzing van het verzoek.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: