De Wet Deelgeschillen

Verzoeker beweert tijdens ongeval in een aangereden auto te hebben gezeten. Rechtbank neemt dat niet aan.

Rechtbank Den Haag 22 december 2022
Bij een aanrijding waren drie voertuigen betrokken: de huurauto van [verzoeker] , de auto van de verzekerde van Achmea de heer [X] en de camperbus van [Y]. [Verzoeker] beweert ten tijde van het ongeval in zijn voertuig te hebben gezeten, waar nek- en pijnklachten uit zouden voortvloeien. Verzekeraar betwist niet dat er een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen [X] en de huurauto van [verzoeker] , maar wel dat [verzoeker] tijdens de aanrijding in de huurauto zat. Daarom zou zij niet aansprakelijk gesteld kunnen worden voor letselschade als gevolg van die aanrijding. Het verzoek tot verklaring van recht van de aanwezigheid van [verzoeker] in zijn auto tijdens het ongeval wordt afgewezen.
Verzoek Rechtbank
  1. Te verklaren voor recht dat [verzoeker] op 10 september 2019 omstreeks 04.00 uur als bestuurder gezeten was in de auto, op welk moment de auto werd aangereden door de auto bestuurd door [X].
De rechtbank heeft in haar overweging gebruik gemaakt van verklaringen van [verzoeker] en [X], alsmede van getuige [A], [B] en [Y]. Daarnaast is er gebruik gemaakt van een tijdlijn, voortvloeiend uit de verklaringen van bovengenoemde, medische informatie en de aanrijdingsformulieren. De verklaringen van [verzoeker], getuige [A], [B] en [Y] zijn op verschillende momenten tegenstrijdig en kennen een negatieve invloed op de totstandkoming en betrouwbaarheid van de tijdlijn.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de aangedragen medische documentatie van [verzoeker], alsmede de aanrijdingsformulieren, het verzoek van [verzoeker] onvoldoende ondersteunen.

Wisselende en tegenstrijdige verklaringen, de totstandkoming daarvan, de geschetste tijdlijn en het medisch verloop – in samenhang met elkaar bezien, doet dermate veel twijfel rijzen over de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen en daarmee over de gestelde aanwezigheid van [verzoeker] in de auto tijdens de aanrijding, dat de door [verzoeker] verzochte verklaring voor recht niet kan worden toegewezen. Gelet op alle discrepanties, is niet komen vast te staan dat [verzoeker] in de auto heeft gezeten tijdens de aanrijding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

     2. Te verklaren voor recht dat de buitengerechtelijke kosten € 7.367,20 bedragen, alsmede de kosten van de onderhavige procedure te begroten op een tijdbesteding van 15,24 uur  tegen een uurtarief van € 290 en Achmea te veroordelen tot betaling hiervan. De rechtbank zal de hoogte van de kosten enigszins matigen, gelet op de ervaring van de advocaat van [verzoeker] en de geringe complexiteit van de zaak. Dat komt neer op een bedrag van € 3.000,-, inclusief kantoorkosten en exclusief btw. De rechtbank komt derhalve uit op een bedrag van in totaal € 3.716,- (= € 3.000,- + 21% btw + € 86,- aan griffierecht).

 

Zorgplicht werkgever niet geschonden bij struikelongeval in de gymzaal

Rechtbank Overijssel 10 november 2022
Op 16 februari 2021 is [verzoekster] , onderwijzeres bij SCOT, een ongeval overkomen tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden. [Verzoekster] was met haar mobiele telefoon foto’s aan het maken van de sportende kinderen in de gymzaal en is tijdens het lopen gestruikeld over een stang, toebehorende aan een wip voor de leerlingen. [Verzoekster] is voorover gevallen, waarna haar armen uit de kom waren en zij haar beide ellebogen heeft gebroken/verbrijzeld. [Verzoekster] heeft SCOT aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden schade door de val, op grond van artikel 7:658 BW. SCOT heeft betwist aansprakelijk te zijn.
Verzoek Rechtbank
1. [verzoekster] verzoekt de kantonrechter te beslissen dat SCOT aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade.  Volgens [verzoekster] is SCOT tekortgeschoten in haar zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW door [verzoekster] geen instructie te geven of het maken van foto’s tijdens de gymles te verbieden.

Artikel 7:658 lid 1 BW heeft de strekking een zorgplicht in het leven te roepen en verplicht de werkgever voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt (Hoge Raad 4 oktober 2002, NJ 2004, 175).

De opstelling in het gymlokaal overzichtelijk, veranderde niet in de tijd en de stang, onderdeel van het wip-element, was waar die stang hoorde te zijn. Het standpunt van [verzoekster] dat SCOT in verband met haar zorgplicht het maken van foto’s op school in zijn algemeenheid had moeten verbieden of [verzoekster] speciale instructies voor het maken van foto’s tijdens de gymles had moeten geven, wordt door de kantonrechter niet onderschreven.

Het maken van foto’s met een mobiele telefoon is op zich een alledaagse bezigheid en een ieder dient daarbij een bepaalde algemene voorzichtigheid in acht te nemen, helemaal als daarbij wordt gelopen. Het ongelukkig ten val komen van [verzoekster] is onder de gegeven omstandigheden niet iets wat school valt te verwijten.

Het verzoek wordt afgewezen.

2. [verzoekster] verzoekt de kantonrechter SCOT te veroordelen tot het betalen van de proceskosten.  [Verzoekster] heeft geen kostenoverzicht verstrekt, geval begroting van de kosten zal in dit geval achterwege blijven.

 

Eenzijdig ongeval van scooterrijder na schrikreactie. Bestuurster personenauto aansprakelijk, met inachtneming van eigen schuld.

Rechtbank Den Haag, 22 december 2022
Ongeval op een rotonde waarbij een scooterrijder onderuit glijdt nadat hij geschrokken zou zijn van de manoeuvre van de bestuurster van een personenauto. De rechtbank komt tot de conclusie dat de bestuurster van de auto aansprakelijk is. Wel is er een percentage eigen schuld van 50. Geen ruimte voor de billijkheidscorrectie.
Verzoek Rechtbank
Verzoekster verzoekt de rechtbank:

(1) voor recht te verklaren dat Achmea voor 100% aansprakelijk is jegens verzoekster;

Beoordeling aansprakelijkheid, na weging getuigenverklaringen. Bestuurster van de personenauto is in de gegeven situatie onvoldoende oplettend en voorzichtig geweest. Pas vlak voor de kruising met het fietspad heeft zij verzoeker gezien, waarna zij besloot te remmen. Bestuurster is ook pas op de haaientanden, vlak voor het fietspad tot stilstand gekomen. De rechtbank komt tot de conclusie dat hierdoor de schrikreactie van verzoeker te begrijpen is. Bestuurster had eerder naar het overige verkeer moeten kijken. Aansprakelijkheid is gegeven.

Daar staat tegenover dat verzoeker had zijn snelheid moeten aanpassen dat hij veilig zou kunnen stoppen, ook als hij plotseling zou moeten remmen. Anticipatie was onvoldoende. Daarnaast heeft verzoeker vooral met zijn voorrem geremd, waardoor hij is gevallen. Eigen schuld ex art. 6:101 BW.

Omstandigheden hebben evenveel bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval: 50% eigen schuld. Geen ruimte voor de billijkheidscorrectie: eenzijdig ongeval, ingrijpende impact van ongeval en letsel staat niet vast.

(2) de kosten te begroten en Achmea hierin te veroordelen. Verzoek = 15 uur x € 225,-/€ 245,- x 7% kantoorkosten x 21% BTW. Zowel het aantal uur als het uurtarief is niet onredelijk. Geen ruimte voor kantoorkosten, nu niet is gebleken dat deze feitelijk zijn gemaakt.

Begroting = €4.290,75. Er volgt een veroordeling in deze kosten voor 50%

Het is toch wel een ietwat bijzondere uitspraak. Op een aantal onderdelen wijken de verklaringen van verzoeker en zijn opzittende af van hetgeen verweerster en de getuige verklaren. Is er dan bewijs van een onrechtmatige gedraging?