Gemeente aansprakelijk voor gebrekkige opstal; biggenruggen waren onvoldoende zichtbaar

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 december 2020
Verzoekster is met de fiets ten val gekomen ter hoogte van een biggenrug toen zij links afsloeg om een andere straat in te rijden. Ze verzoekt de rechtbank om de gemeente aansprakelijk te houden wegens een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) en subsidiair op grond van artikel 6:162 BW. De rechtbank acht de gemeente voor 2/3 aansprakelijk.
Verzoek Rechtbank
Verzoekster verzoekt de rechtbank (….),

(1) te beslissen dat de gemeente aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval;

Toedracht 

De toedracht van het ongeval is in geschil. Volgens de rechtbank bieden de door verzoekster overlegde producties (een verklaring van haar echtgenoot en van een arts van de eerste hulp) voldoende steun voor de door haar gestelde toedracht. De gemeente c.s. heeft de toedracht onvoldoende betwist. De rechtbank acht het betoog van alcoholgebruik onvoldoende en daarnaast heeft de gemeente de toedracht voorafgaand aan deze procedure nooit betwist. De toedracht komt hiermee vast te staan.

Gebrekkige opstal

De rechtbank vindt dat de biggenruggen niet goed of onvoldoende zichtbaar zijn. Dit is des te meer aan de orde bij regenachtige weersomstandigheden zoals hier het geval was. Het feit dat het fietspad een andere kleur heeft en de aanwezigheid van de doorgetrokken belijning heeft geen effect op de zichtbaarheid van de biggenruggen. De (slechte) staat van de belijning draagt echter niet zelfstandig bij aan de gebrekkigheid van de weg.

De gemeente heeft hiermee een gevaarlijke situatie in het leven geroepen en de kans op letsel is aanzienlijk groot. De gemeente had aanvullende maatregelen moeten treffen om de zichtbaarheid van de biggenruggen te vergroten. De paal naast het fietspad en de belijning zijn niet voldoende. Daarnaast moet de gemeente er rekening mee houden dat fietsers niet rechtdoor maar schuin de kruising oversteken. Hiermee is het causaal verband vast komen te staan.

Eigen schuld

De rechtbank vindt wel dat als verzoekster de kruising niet zo schuin had overgestoken, ze niet over de biggenruggen gevallen zou zijn. Dit leidt tot een causale verdeling van 2/3 voor de gemeente en 1/3 voor verzoekster.

(2) de kosten van rechtsbijstand te begroten en te beslissen dat de gemeente en Melior in de begrote kosten van het deelgeschil worden veroordeeld. De rechtbank begroot de kosten zoals verzoekster deze heeft genoemd, namelijk op € 2.695,- (11 uur en een uurtarief van € 245,-) vermeerderd met 21% btw en € 297,- griffierecht. De rechtbank veroordeelt de gemeente c.s in de deelgeschilkosten.

 

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: