Geen eigen schuld bij fietser die wordt aangereden terwijl zij haar telefoon gebruikt

Rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2020
Verzoekster is – terwijl zij haar telefoon  vasthield om te navigeren – aangereden door een automobilist die haar voorrang had moeten verlenen. Ten tijde van het ongeval was het fietsen met een telefoon in de hand nog niet verboden.
Verzoek Rechtbank
De rechtbank wordt verzocht om:

I. voor recht te verklaren dat verweerster aansprakelijk is voor de schade van verzoekster, dat er geen sprake is van eigen schuld aan de zijde van verzoekster en verweerster derhalve gehouden is alle (nog te lijden) schade van verzoekster te vergoeden

Verweerster stelt dat de kwestie zich niet leent voor deelgeschil, aangezien een antwoord op de aansprakelijkheidsvraag – nu de onderhandelingen voornamelijk zijn vastgelopen op de causaliteitsvraag – niet zou bijdragen aan de buitengerechtelijke conflictbeslechting.

Een beslissing omtrent de aansprakelijkheid kan echter – ook zonder dat dit direct leidt tot het sluiten van een vaststellingsovereenkomst – bijdragen aan het afwikkelen van de kwestie, nu een dergelijke beslissing bijvoorbeeld een nieuwe impuls kan geven aan de verdere onderhandelingen en ook standpunten over overige geschilpunten kan doen veranderen.

 

Er is geen sprake van eigen schuld aan de zijde van verzoekster:

Verweerster heeft onvoldoende toegelicht hoe het vasthouden van de telefoon door verzoekster heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval en de schade. Zelfs als dit – ondanks het feit dat het vasthouden van een telefoon op de fiets (destijds) nog niet verboden was – wordt beschouwd als een (verkeers)fout van verzoekster – moet voor het toekennen van eigen schuld immers kunnen worden vastgesteld dat die fout heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade.

De verwachting van verweerster dat verzoekster sneller had kunnen reageren als zij haar telefoon niet had vastgehad en dat dit mogelijk had uitgemaakt is hiervoor onvoldoende, met name ook nu de bestuurder van de auto tegen verzoekster is opgereden en niet andersom: niets wijst erop dat verzoekster tijdig had kunnen remmen maar dit heeft nagelaten.

II. verweerster te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente. De proceskosten worden begroot conform het  verzoek: 19.5 uur tegen €240.00 per uur is redelijk. Voor zover de zaak eenvoudig te noemen is, neemt dit niet weg dat het redelijk is om een gespecialiseerd letselschadeadvocaat in te schakelen.

Het verweer berust grotendeels op aannames en verwachtingen over een punt dat niet van doorslaggevende waarde is voor een oordeel omtrent de aanwezigheid van eigen schuld. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat de rechter hier niet in meegaat.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: