Onduidelijk of er sprake is van fout van huisarts. Verzoek afgewezen.

Rechtbank Gelderland, 7 januari 2020
(Verweerder) dient meerdere injecties toe bij (verzoeker), die de huisartsenpraktijk meermaals bezocht i.v.m. pijnklachten aan schouders en nek. Onduidelijk of de huisarts fouten heeft gemaakt bij het toedienen van de injecties. Deskundigenonderzoek is nodig, medische gegevens zijn niet aangeleverd.
Verzoek Rechtbank
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

(1) voor recht zal verklaren dat sprake is van onzorgvuldig handelen van (verweerder) t.o.v. (verzoeker);

Juridische grondslag van het verzoek: primair art. 7:453 BW, secundair art. 6:162 BW.

De rechtbank oordeelt dat:

  • (verweerder) de bevoegdheid heeft tot het verrichten van behandelingen zoals het geven van injecties en dat (verweerder) de behandeling conform de NHG-standaard heeft uitgevoerd.
  • (verzoeker) geen toelichting heeft gegeven wanneer de allergische reactie is opgetreden, waar de reactie uit bestond en hoe de reactie is vastgesteld; medische gegevens ontbreken
  • onduidelijk is of (verzoeker) hartproblemen had
  • onduidelijk is of dat er letsel of schade is ontstaan.
  • (verzoeker) nadien ook – in een ziekenhuis – behandeld werd met dezelfde injecties.

Zonder medische onderbouwing kan niet worden vastgesteld dat er sprake was van een verergering van de klachten, dat (verweerder) had moeten vermoeden dat (verzoeker) klachten had die aan te merken waren als een allergische reactie op de eerder gegeven injectie.

(Verzoeker) heeft onvoldoende medische gegevens overgelegd. Gelet op de aanwezige medische informatie had het starten van een procedure ter verkrijging van een voorlopig deskundigenbericht meer in de rede gelegen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

(2) (verweerder) zal veroordelen in de kosten van het deelgeschil, begroot op € 1.500,–. Verzoek is volstrekt onterecht ingediend. (Verzoeker) heeft een verzoek gedaan zonder dit verzoek van voldoende (medische) onderbouwing te voorzien. De (medische) feiten die voor beoordeling nodig zijn, staan niet vast, terwijl daar in deelgeschil geen ruimte voor is.

Het betreft hier een ‘leeg’ verzoek van (verzoeker), zonder de noodzakelijke medische bewijsmiddelen. De kwestie blijft ‘hangen’ bij de stellingen van (verzoeker) (en de betwisting van verweerder). Een deskundigenonderzoek is noodzakelijk. In een deelgeschil is daar (vanzelfsprekend) geen ruimte voor. Eigenlijk hoort daarbij een kostenveroordeling van verzoeker….

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: