Onduidelijkheid over ‘werkgeverschap’ vrijwilliger op bouwplaats

Rechtbank Noord-Nederland, 29 september 2019
Verzoeker, die een Wajong-uitkering heeft, verrichtte op vrijwillige basis opruimwerkzaamheden op een bouwplaats. De bouwplaats werd beheert door Rottinghuis, maar verzoeker zou door BNL (waarvan het personeel werkzaam was op de bouwplaats maar werd aangestuurd door Rottinghuis) zijn ‘ingeschakeld’. Tijdens de opruimwerkzaamheden loopt verzoeker schade op. Omdat niet op eenvoudige wijze is vast te stellen wie op grond van artikel 7:658 BW als werkgever moet worden aangemerkt wordt het verzoek afgewezen.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

(1) voor recht te verklaren dat zowel Rottinghuis als BNL hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door verzoeker geleden en nog te lijden schade, voor het op 9 mei 2016 aan verzoeker overkomen bedrijfsongeval te Groningen;

(1) Toetsingskader of artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is (HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616 en HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3142).

Voor Rottinghuis was de komst van verzoeker niet bekend, is hij niet toegelaten door iemand van Rottinghuis en was het Rottinghuis onbekend welke werkzaamheden verzoeker zou uitvoeren. Volgens BNL was het Rottinghuis bekend dat verzoeker opruimwerkzaamheden kwam verrichten en heeft iemand van Rottinghuis instructies gegeven.Vooralsnog  is niet met voldoende zekerheid komen vast te staan in wiens opdracht verzoeker op de bouwplaats werkzaamheden heeft verricht en ook niet of dit in de uitoefening van het bedrijf van Rottinghuis of BNL is geweest. Geen ruimte voor nadere bewijslevering.

(2) Rottinghuis, BNL en Zurich als AVB-verzekeraar van Rottinghuis hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de door de kantonrechter in deze procedure vast te stellen buitengerechtelijke kosten op de voet van artikel 6:96 BW ten bedrage van € 3.693,89. (2) Gelet op de aard en complexiteit van de zaak het gevorderde aantal uren (12) de dubbele redelijkheidstoets doorstaat. Uurtarief € 245 is redelijk. € 240,00 x 12 uren, te vermeerderen met 21% BTW en 6% kantoorkosten = € 3.693,89.

Er bestaat discussie over de feiten en daarom moeten de personen die bij de zaak betrokken zijn worden gehoord. De getuigenverklaringen opgenomen door de Inspectie SZW lieten nog teveel ruimte voor discussie. Voor het horen van die personen bestaat in de deelgeschilprocedure geen ruimte.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: