Verzoek tot bevoorschotting afgewezen, ook geen kostenbegrotimg

Rechtbank Gelderland
In deelgeschil verzoek tot medewerking en bevoorschotting van verzekeraar. Verzoek afgewezen.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt de rechtbank op de voet van artikel 1019w e.v. Rv:

(1) zal bepalen dat ASR de gewenste medewerking dient te verlenen aan een goede en zorgvuldige behandeling van de zaak, waaronder het voldoen van de kosten die gepaard gaan met het verzamelen van de nodige informatie of bewijs;

(2) zal bepalen dat ASR gehouden is de door verzoeker als gevolg van het ongeval geleden en te lijden schade periodiek middels adequate bevoorschotting te vergoeden.

De stelling van ASR dat de deelgeschilprocedure niet kan bijdragen aan een buitengerechtelijke oplossing en dus dat de verzoeken van verzoeker zich niet lenen voor behandeling in een deelgeschilprocedure gaat niet op. De deelgeschilprocedure kan immers juist een manier zijn om partijen weer tot verdere onderhandelingen te brengen. De verzoeken van verzoeker zullen dan ook inhoudelijk worden behandeld.

(1) Het bevel tot goede en zorgvuldige behandeling van de zaak is dermate ruim omschreven dat het alleen al om die reden niet toewijsbaar is. Er wordt daarom niet ingegaan óf ASR óf verzoeker, óf beiden de totstandkoming van een oplossing hebben belemmerd. Verzoeker geeft aan onvoldoende financiële middelen te hebben om zijn schade met bewijzen aan te kunnen tonen. Om welk bewijs het dan zou gaan, welke kosten hiermee gemoeid zijn en wat precies van ASR verwacht wordt onvoldoende toegelicht. ASR is niet verplicht om de kosten te dragen of voor te schieten van bewijsvergaring van feiten die zij zelf heeft betwist. Het verzoek wordt afgewezen.

(2) Bij afwezigheid van de nodige informatie is de huidige stand van zaken zo onzeker dat de materiële en immateriële schade het  uitgekeerde voorschot overstijgt. Derhalve bestaat er onvoldoende grond om ASR tot nadere voorschotbetalingen te veroordelen.

Daarbij komt dat de rechtbank het verzoek niet in geconcretiseerde zin kan toewijzen aangezien geen indicatie van de hoogte van de schade is gegeven. De term “adequate bevoorschotting” is daarbij onvoldoende.

Wanneer met dit deelgeschil beoogt wordt om door middel van een deskundigenbericht of getuigen de schade aan te tonen overweegt de rechtbank dat de investering in tijd en geld die met deze nadere instructie gepaard gaat niet opweegt tegen het belang van de vordering en de bijdrage die een beslissing kan leveren aan de totstandkoming van een onderlinge regeling.

Het verzoek wordt afgewezen.

(3) de kosten van dit deelgeschil te begroten en ASR te veroordelen in deze kosten. De verzoeken zijn dusdanig breed geformuleerd dat toewijzing niet tot een concrete verplichting zou leiden.

Het had verzoeker duidelijk moeten zijn dat onder deze omstandigheden de verzoeken geen kans van slagen hadden. Verzoeker had daarom van de verzoeken moeten afzien. De met het deelgeschil gemoeide kosten kunnen daarom niet als redelijk worden gezien als in de zin van 6:69 lid 2 BW. De kosten van de benadeling van het verzoek komen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking, waardoor de begroting achterwege kan blijven.

 

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: