Vordering buitengerechtelijke kosten afgewezen, volstrekt onnodig ingesteld verzoek

Rechtbank Den Haag, 3 september 2019
Op 15 februari 2015 is verzoeker betrokken geweest bij een ongeval. Door Ethias zijn de buitengerechtelijke kosten niet volledig vergoed. De belangenbehartiger heeft de zaken overgenomen van Das Rechtsbijstand en wenst volledige vergoeding van de buitengerechtelijke kosten.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc Rv, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (1)(2) (Dekra) Verzoeker is jegens Dekra niet ontvankelijk verklaard. Dekra is enkel de vertegenwoordiging in Nederland van WAM-verzekeraar Ethias.
(1) Ethias en/of Dekra te veroordelen tot betaling van de openstaande facturen vanwege buitengerechtelijke kosten ad € 8.356,55, althans een redelijk bedrag, te voldoen binnen vijf dagen na het geven van de beschikking; (1) Aan BGK is € 6.515,41 vergoed, de overige schade die is vergoedt bedraagt € 3.900,00. De kantonrechter is van oordeel dat Ethias de belangenbehartiger(s) van verzoeker in dit stadium van het onderhandelingsproces tussen partijen zeer adequaat heeft bevoorschot. Weliswaar kan op dit moment (…) niet worden vastgesteld dat er geen schade is, maar er zijn vooralsnog geen aanwijzingen die duiden op een schade-omvang van € 25.000,00 (het afwikkelingsvoorstel van verzoeker) of meer. Schade-omvang speelt een rol. Daarnaast blijkt uit de urenspecificaties van de gemachtigde van verzoeker dat veel uren zijn gemaakt zonder dat daarvoor een gefundeerde verklaring of rechtvaardiging is gegeven en deze noodzakelijk zijn gebleken.
(2) met begroting en veroordeling van Ethias en/of Dekra in de kosten van dit geding begroot op € 3.918,34 voor het verzoekschrift en een bedrag van € 1.507,06 voor de verdere behandeling van de procedure, te vermeerderen met het griffierecht. (2) Verzoek volstrekt onnodig ingesteld. Geen kostenbegroting. Op basis van de in die eerdere deelgeschillen opgedane ervaring mag van de gemachtigde worden verwacht dat deze in staat is een redelijke inschatting te maken of het verzoek om toewijzing van buitengerechtelijke kosten een redelijke kans van slagen heeft, mede gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het bedrag aan buitengerechtelijke kosten dat reeds is vergoed, de (in redelijkheid te verwachten) schadeomvang en de complexiteit van de zaak.

De rechter geeft duidelijke handvatten waar het gaat om het volstrekt onnodig instellen van een deelgeschil, waarbij de rechter verwacht dat de gemachtigde een redelijke inschatting van de kans van slagen had moeten kunnen maken… In dit soort zaken zou er toch een mogelijkheid moeten zijn om kosten ten laste van de verzoeker te laten komen. het is immers misbruik van een zo goed bedoelde procedure.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: