‘Formeel tarief’ of ‘informeel tarief’ bij zorg op maat?

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partner van verzoeker heeft de zorg voor verzoeker overgenomen van de professionele hulpverlener aangezien nauwkeurige zorg verleend moet worden die een professionele hulpverlener niet kan geven. Verzoeker acht een hogere vergoeding, dan wat op basis van het PGB wordt toegekend, redelijk.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt (…) voor recht te verklaren

(1) dat hij recht heeft op een vergoeding van € 30,00 per uur voor de met stoma gerelateerde zorg tot een gezamenlijk te bepalen datum in de toekomst

Aangenomen wordt dat de partner van verzoeker de zorg van de wijkverpleegkundigen heeft overgenomen en dezelfde zorg is gaan verlenen. Ook wordt aangenomen dat zij haar baan heeft opgezegd om zorg op maat te kunnen geven die professionele hulpverleners niet kunnen verlenen. De zorg wordt daarom niet alleen in sociale context gegeven, maar heeft ook een beroepsmatig karakter. Het ligt daarom voor de hand dat het tarief meer bij het ‘formele tarief’ van de Zorgverzekeringswet – € 38,00 per uur – gezocht moet worden, dan bij het ‘informele tarief’ – € 23,00 per uur -, dat geldt voor in een sociale context verleende zorg. Aan de hand van het arrest van de Hoge Raad (vgl. HR 28 mei 1999, NJ 1999, 564) heeft verweerster onvoldoende toegelicht en onderbouwd dat ‘verzorgende C’ en ‘verzorgende IG’ – met de daarmee samenhangende lagere uurlonen – hier als professionele hulpverleners kunnen worden gezien. Het inkomen van deze hulpverleners kunnen dan ook niet als plafond voor de vergoeding dienen. De rechtbank verklaart voor recht dat een vergoeding van € 30,00 per uur redelijk is.
(2) om de kosten van het deelgeschil te begroten De rechtbank begroot de kosten op tien uur tegen een uurtarief van € 225,00, vermeerderd met 5% kantoorkosten en btw. De rechtbank gaat uit van zes uur in verband met de voorbereiding en het opstellen van het verzoekschrift, twee uur in het verband met het bestuderen van het verweerschrift en de voorbereiding van de zitting en twee uur in verband met de mondelinge behandeling. De rechtbank neemt het overlegde urenoverzicht van verzoeker niet mee in de beoordeling aangezien het onvoldoende is toegelicht en het in een te laat stadium is overlegd waardoor verweerster daarop niet heeft kunnen reageren. Het vermeerderen van het uurtarief met 5% wordt niet als onredelijk gezien. De kosten worden begroot op € 2.362,50 exclusief btw en € 79,00 aan griffierecht.

Doordat door partner zorg op maat geboden wordt die professionele hulpverleners niet kunnen geven acht de rechtbank een tarief redelijk dat meer bij het ‘formele tarief’ dan bij het ‘informele tarief’ van de Zorgverzekeringswet ligt.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: