Val door steigeronderdelen, niet ontvankelijk i.v.m. niet vaststaande toedracht

Rechtbank Amsterdam, 18 oktober 2018
Tijdens het voetballen op straat is een kind gestruikeld en heeft letselschade opgelopen. Op de straat lagen steigeronderdelen (neergelegd in opdracht van Painting Holland). Ouders hebben namens het kind Painting Holland aansprakelijk gesteld. Door verzekeraar is aansprakelijkheid afgewezen.
Verzoek Rechtbank
Het verzoek van (de ouders van) het kind luidt:

(1) te bepalen dat Painting Holland aansprakelijk is voor de ten gevolge van het [het kind] overkomen ongeval geleden en nog te lijden schade,

(2) te bepalen dat het kind ten gevolge van het ongeval een studievertraging heeft opgelopen van een jaar,

(1)(2) Tijdens zitting is erkend dat de precieze toedracht van het ongeval niet bekend is. Het staat niet vast dat het kind ten val is gekomen als gevolg van een door Painting Holland in het leven geroepen gevaarlijke situatie. Op foto’s zijn steigerdelen netjes opgestapeld op de parkeerplaatsen en stoep met voldoende ruimte om te passeren. . Het enkel niet-afzetten van de steigerdelen levert geen gevaarzettend handelen op en onduidelijk is of het kind als gevolg van gevaarlijk geplaatste steigerdelen ten val is gekomen.  Voor bewijslevering is in deelgeschil geen plaats.
(3) de kosten van dit deelgeschil aan de zijde van het kind vast te stellen met bepaling dat Painting Holland de aldus vastgestelde kosten van het deelgeschil aan het kind dient te vergoeden. (3) Verzoek is onnodig en onterecht ingesteld. Geen begroting van kosten. Verzoeker had er rekening mee moeten houden dat het zou aankomen op bewijslevering. Geen sprake van een vastgelopen onderhandelingsproces.

Nu de verzekeraar gemotiveerd de aansprakelijkheid had afgewezen lag het op de weg van verzoeker om met nader bewijs te komen. Een speculatie van de toedracht is in deze zaak niet voldoende voor erkenning van aansprakelijkheid.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: