Niet ontvankelijk in verzoek mbt fraude en verwijdering uit registers, afwijzing voorschot materiële schade vergoeding, vaststelling smartengeld

Rechtbank Amsterdam, 24 mei 2018
Verzoeker werd met zijn brommer aangereden door een auto die uit een oprit kwam.  Verzoeker heeft aan een schaderegelaar verklaard dat hij na het ongeval niet bij een andere aanrijding betrokken is geweest. ASR is van mening dat er sprake is van een tweede ongeval. ASR heeft in totaal € 7.600 aan schadevergoeding bevoorschot en € 5.996,51 aan buitengerechtelijke kosten.
Verzoek Rechtbank
(Verzoeker) verzoekt de rechtbank

(1) te verklaren voor recht dat geen sprake is van door (verzoeker) jegens ASR gepleegde fraude, althans dat ASR niet in het bewijs hiervan geslaagd is;

(2) te beslissen dat ASR, indien zij melding van fraude heeft gedaan bij de Stichting CIS en/of het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars en/of verzoeker] heeft geregistreerd in haar eigen incidentenregister, een schriftelijke verklaring aan (verzoeker) verstrekt dat deze melding(en) en registratie zijn ingetrokken;

(1) (2) Verzoeken betreffen geschilpunten die niet zien op aansprakelijkheid voor schade door letsel. Voor beide verzoeken is verzoeker niet ontvankelijk.
(3) te beslissen dat ASR een bedrag van € 20.000,- als voorschot op de materiële en immateriële schade aan (verzoeker) betaalt; (3) Verzoeker heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou blijken dat hij gedurende twee jaar na het ongeval helemaal niet heeft kunnen werken. Voor materiële schadevergoeding is nadere bewijslevering noodzakelijk, waarvoor in een deelgeschil geen plaats is. Verzoek wordt afgewezen.

Immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op € 2.000,00. Er is sprake van een beenbreuk, operatief mergspijker geplaatst, twee dagen ziekenhuisopname, beenlengteverschil, 2% functionele invaliditeit, ontsierend litteken en 3 maanden onder behandeling bij fysiotherapeut.

(4) te beslissen dat ASR de nog openstaande buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand dient te voldoen ten bedrage van € 6.664,55 en een voorschot van € 3.000,- op de komende kosten van rechtsbijstand dient te voldoen; (4) Er is niet aangetoond dat de opgevoerde kosten en de omvang van de werkzaamheden noodzakelijk waren ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid. Bedrag staat niet in redelijke verhouding tot het vermoedelijke schadebedrag. Niet is aangetoond dat de redelijke buitengerechtelijke kosten het reeds betaalde bedrag overstijgt. Verzoek wordt afgewezen.
(5) te beslissen dat ter zake de kosten van deze procedure, deze begroot dienen te worden op € 4.424,97, respectievelijk € 5.604,96 indien een verweerschrift wordt ingediend, en gerekwestreerde te veroordelen in de betaling van deze kosten, vermeerderd met het verschuldigde griffierecht. (5) Opgevoerde uurtarief en aantal uren zijn onverklaarbaar hoog. Specificatie ontbreekt. Uurtarief verlaagd naar € 240,-. Aantal uren verminderd naar 13. In huidige tijd geen ruimte meer voor kantoorkosten. Kosten deelgeschil begroot op € 2.517,- te vermeerderen met het griffierecht ter hoogte van € 287,-, en veroordeelt ASR tot betaling daarvan aan (verzoeker)

Deelgeschilprocedure is niet in het leven geroepen om verzekeringsrechtelijke kwesties te beslechten, aldus de rechtbank. Daarover wordt ook wel anders gedacht. Ook hier: we doen niet meer aan kantoorkosten….

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: