Tweede deelgeschilprocedure afgewezen nu hoger beroep is ingesteld tegen eerste deelgeschilprocedure

Rechtbank Gelderland, 15 maart 2018
Verzoeker heeft twee dagen voordat hij is gedagvaard in een bodemprocedure een tweede deelgeschilprocedure aanhangig gemaakt. Een week later heeft Allianz de rechter verzocht hoger beroep te mogen instellen tegen de beschikking van het eerste deelgeschil. In het eerste deelgeschil is het causaal verband tussen de klachten en het ongeval aangenomen. Naar aanleiding daarvan is een verzekeringsgeneeskundige en vervolgens een arbeidsdeskundige ingeschakeld.
Verzoek Rechtbank
(Verzoeker) verzoekt de rechtbank op de voet van 1019w Rv.:

(1) voor recht te verklaren dat Allianz gebonden is aan het deskundigenbericht van de arbeidsdeskundige (arbeidsdeskundige) en in het bijzonder dat het oordeel van de deskundige dat de helft van de kosten van de vervangende arbeidskracht als ongevalsgevolg kan worden beschouwd, de basis vormt voor de verdere schadeafwikkeling tussen partijen,

Allianz te veroordelen tot medewerking aan (en haar tevens te veroordelen tot betaling van) een rekenkundig onderzoek te verrichten door Laumen expertise met de volgende uitgangspunten: (…)

(1) Met het door Allianz ingestelde beroep tegen de in de deelgeschilbeschikking gegeven verklaring voor recht met betrekking tot het juridisch causaal verband, is het uitgangspunt dat de basis vormt voor alle hiervoor genoemde rapportages thans (opnieuw) ter discussie komen te staan. De rechtbank acht het niet opportuun om nu verder te gaan met een rekenkundige die het rapport van de arbeidsdeskundige tot uitgangspunt moet nemen, terwijl het oordeel van de rechtbank omtrent het juridisch causaal verband, dat aan alle verrichte en nog te verrichten deskundigenrapportages ten grondslag ligt, in hoger beroep ter beoordeling voorligt. Het is niet aan de rechtbank om vooruit te lopen op een beslissing van het hof op dat punt. Toewijzing van de onderhavige verzoeken van (verzoeker) op dit moment kan en zal niet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Het verzoek stuit daarom af op artikel 1019z Rv.
(2) de kosten van deze deelgeschilprocedure als bedoeld in artikel 1019aa lid 1 Rv te begroten op een bedrag van € 8.467,60 en Allianz te veroordelen tot betaling daarvan. (2) De dagvaarding in bodemprocedure en het verzoekschrift hebben elkaar gekruist. Het had op de weg van (verzoeker) gelegen om zijn verzoek tot behandeling van het deelgeschil in te trekken, gelet op de verwevenheid van de onderhavige verzoeken met de bodemprocedure en de mogelijke uitkomst van het tussentijds appel. De rechtbank oordeelt om die reden de kosten die zijn ontstaan na indiening van het verzoekschrift als onterecht dan wel onnodig gemaakt, zodat de rechtbank slechts tot begroting van de kosten tot het moment van indiening van het verzoekschrift zal overgaan.

De rechtbank acht een tijdsbesteding van 15 uur tot aan het indienen van het verzoekschrift niet onredelijk. De rechtbank acht het verder ook redelijk dat het griffierecht van € 288,00 in de begroting wordt meegenomen, aangezien deze kosten door (verzoeker) door intrekking van het verzoek niet meer te voorkomen zouden zijn geweest. De begroting sluit dan op een bedrag van € 5.007,00 (15 uur x € 260,00 + 21 % btw plus € 288,00 aan griffierecht). 

De rechter acht het niet wenselijk om vooruit te lopen op de beslissing van het Hof. Omdat de dagvaarding in de bodemprocedure en het verzoekschrift elkaar hebben gekruist dienen de kosten tot en met de indiening van het verzoekschrift te worden vergoed door de verzekeraar.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: