Verzoek deelgeschil afgewezen i.v.m. onvoldoende voorlichting zonder deskundigenonderzoek

Rechtbank Midden-Nederland, 18-10-2017
Verzoeker is betrokken geweest bij een bromfietsongeval. Ten tijde van het ongeval werkte verzoeker als een trappensteller, maar de arbeidsovereenkomst was al d.m.v. een vaststellingsovereenkomst beëindigd. Verzoeker heeft door het ongeval blijvend letsel opgelopen en stelt niet meer als trappersteller te kunnen werken.
Verzoek Rechtbank
(verzoeker) verzoekt om:

(1) te bepalen dat bij de berekening van de schade door verlies aan arbeidsvermogen als uitgangspunt dient te worden gehanteerd dat (verzoeker) in de hypothetische situatie zonder ongeval in de bouwsector werkzaam zou zijn gebleven en een inkomen zou hebben genoten op het niveau van een trappensteller;

(2) Allianz te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 50.000,00 als voorschot op de schade door verlies aan arbeidsvermogen;

(1) De rechtbank acht zich onvoldoende voorgelicht om op het verzoek van (verzoeker) te kunnen beslissen. Allereerst is er op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe reëel het is dat (verzoeker) in de situatie zonder ongeval in de bouw werkzaam zou zijn gebleven. Het is onvoldoende duidelijk wat de invloed is van de crisis in de bouw en het detentieverleden van (verzoeker) . Daarnaast heeft de rechtbank onvoldoende informatie om de vraag te kunnen beantwoorden of, en zo ja in hoeverre, (verzoeker) zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden. (…) Zodoende is geen inschatting te maken van de hoogte van de schade van (verzoeker) als gevolg van een verlies aan arbeidsvermogen. Om deze vragen te kunnen beantwoorden is deskundigenonderzoek nodig (…).Dit gaat dermate veel tijd, geld en moeite kosten dat de deelgeschilprocedure zich daarvoor niet leent. (…)De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval een uitzondering te maken op dat uitgangspunt. Dit leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek zal afwijzen.
 (3) Allianz te veroordelen tot het betalen van de (buitengerechtelijke) kosten van dit deelgeschil ad € 5.771,70, te vermeerderen met het griffierecht.  (3) Naar het oordeel van de rechtbank is een tijdsbesteding van 20 uur voor dit deelgeschil redelijk, evenals het gehanteerde uurtarief van € 225,00, te vermeerderen met btw. De rechtbank zal het verzoek om de kantoorkosten te vergoeden afwijzen, omdat deze geacht worden te zijn inbegrepen in het uurtarief. Verder ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om het aantal uren naar beneden bij te stellen.

De rechter heeft onvoldoende aanknopingspunten om een beslissing te kunnen geven met betrekking tot het verlies van verdienvermogen. Partijen zullen eerst een deskundige moeten inschakelen om meer duidelijkheid te krijgen over deze schadepost.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: