Eenzijdig ongeval. Verwijt aan bestuurder staat onvoldoende vast en dus staat aansprakelijkheid voor schade passagier niet vast.

Rechtbank Noord-Nederland 1 november 2017
Bestuurster van personenauto verliest macht over het stuur. Bestuurster overlijdt. De rol van de passagier is niet duidelijk, mogelijk is hij zelfs veroorzaker. Aansprakelijkheid aan de zijde van bestuurster komt niet vast te staan.
Verzoek Rechtbank

te bepalen dat Reaal aansprakelijk is voor de gevolgen van het [verzoeker] op 14 mei 2012 overkomen ongeval,

 Uit de hoofdregel van artikel 150 Rv volgt dat [verzoeker] , die zich beroept op rechtsgevolgen van door hem gestelde feiten, belast is met het bewijs van die feiten. Uit die hoofdregel kan niet worden afgeleid dat de wederpartij de feiten moet bewijzen die zij stelt ter motivering van haar betwisting van eerder bedoelde door [verzoeker] gestelde feiten.

Op grond van vaste jurisprudentie kan toepassing van deze uitzondering slechts met terughoudendheid en onder bijzondere omstandigheden geschieden. Het bestaan van bewijsnood, in dit geval bij [verzoeker] omdat [A] vanwege haar overlijden niet kan worden gehoord, is op zichzelf onvoldoende reden om de bewijslast om te keren op grond van de redelijkheid en billijkheid. In het onderhavige geval zou Reaal om die zelfde reden in bewijsnood komen te verkeren.

Voor aansprakelijkheid van Reaal dient vast komen te staan dat het ongeval te wijten is aan (verwijtbaar) handelen of nalaten van [A] c.q. dat het ongeval te wijten is aan een stuurfout van [A] . Dat volgt in het onderhavige geval niet uit de enkele omstandigheid dat geen ander verkeer bij het ongeval betrokken is geweest en het door [A] bestuurde voertuig over de kop is geslagen, te meer niet nu vaststaat dat [verzoeker] zelf op enig moment aan het stuur heeft getrokken.

de kosten van onderhavige procedure te begroten op € 11.035,89 (inclusief kantoorkosten en BTW) en Reaal te veroordelen tot betaling daarvan.  De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de complexiteit van de zaak, het gevorderde aantal uren de dubbele redelijkheidstoets niet doorstaat. De rechtbank acht een besteding van 20 uren door een ervaren advocaat in een zaak als de onderhavige aanvaardbaar. Het door de advocaat van [verzoeker] gehanteerde uurtarief vermeerderd met kantoorkosten en BTW komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank begroot de kosten van dit deelgeschil daarom op € 7.603,20 (20 uur x € 297,00 + 7% kantoortoeslag en 21% BTW). Deze kosten zullen worden vermeerderd met het betaalde griffierecht van € 288,00, hetgeen resulteert in een totaalbedrag van € 7.891,20.

Een trieste zaak. Gezien de beschreven omstandigheden valt zeker niet uit te sluiten dat de passagier in feite veroorzaker van het ongeval is en dat dus de nabestaanden van de bestuurster juist een vordering op de passagier hebben. (Ook) dat staat echter niet voldoende vast. Aansprakelijkheid wordt alleen aangenomen als een onrechtmatige daad is bewezen, dat blijft het uitgangspunt.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: