Kop-staartbotsing, fraude-indicatoren onvoldoende voor interne registratie

Rechtbank Den Haag, 12 februari 2018
Verzoeker is betrokken bij een kop-staartbotsing.  Het voertuig dat achterop is gereden, is bij Allianz verzekerd. Na het ongeval is de politie ter plaatse gekomen. De politie heeft geen schade aan de voertuigen aangetroffen. Het voertuig van verzoeker zou volgens de politie wel oude schade bevatten. Verzoeker heeft Allianz aansprakelijk gesteld voor het ontstaan van het ongeval en de gevolgen ervan. Allianz heeft de autoschade en de letselschade betwist en verdenkt verzoeker ter zake van fraude en heeft de gegevens van verzoeker daarom intern geregistreerd.
Verzoek Rechtbank
 (1) (verzoeker) verzoekt de rechtbank -samengevat- bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat Allianz aansprakelijk is voor de door (verzoeker) geleden en nog te lijden schade, zowel materieel als immaterieel, als gevolg van het ongeval op 14 september 2016 (1) De rechtbank stelt voorop dat ter zitting is gebleken dat Allianz niet betwist dat haar verzekerde aansprakelijk is voor het ontstaan van de aanrijding en dat (verzoeker) Allianz als WAM-verzekeraar dus rechtstreeks kan aanspreken. Het geschil ziet feitelijk dan ook niet op de aansprakelijkheid, maar betreft met name de vraag of door de aanrijding daadwerkelijk letselschade is toegebracht aan (verzoeker).

De rechtbank volgt Allianz niet in haar stelling dat het geschil zich in het geheel niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. Nu ter zitting is gebleken dat niet langer in geschil is dat Allianz aansprakelijk is voor eventuele schade als gevolg van het ongeval, is de verzochte verklaring voor recht daarmee toewijsbaar. Dat laat echter onverlet dat daarmee de schadediscussie niet is beslecht. Immers, gebleken is dat partijen fundamenteel van mening verschillen over de botssnelheid (van 35 km per uur tot 2 km per uur) en, in lijn daarmee, over de vraag of door de aanrijding de gestelde letselschade is c.q. kan zijn ontstaan. In het kader van dit deelgeschil is het niet mogelijk vast te stellen van welke feiten in rechte moet worden uitgegaan. Daarvoor is meer feitelijke informatie nodig en mogelijk zelfs getuigenverhoren en/of een deskundigenbericht. (…) De rechtbank ziet geen aanleiding in deze deelgeschilprocedure uitvoerig nader bewijs te laten leveren, nu deze procedure zich daarvoor in beginsel niet leent.

(2) en Allianz te verplichten tot ongedaanmaking, met terugwerkende kracht van de registratie in het intern verwijzingsregister, (2) De rechtbank volgt (verzoeker) in zijn stelling dat die registratie onder de gegeven omstandigheden ongedaan dient te worden gemaakt. Weliswaar zijn er thans nog veel tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in het dossier, maar dat is vooralsnog onvoldoende om een verstrekkende maatregel als een interne fraudemelding te handhaven. De rechtbank weegt daarbij mee dat het dossier naast het SEH-verslag twee verslagen van fysiotherapeuten bevat, waarin zij verslag doen van nek- en rugklachten die na het ongeval zijn opgetreden en een verklaring van de huisarts, waarin hij te kennen geeft niet bekend te zijn met eerdere rug- of nekklachten van (verzoeker).
 (3) met veroordeling van Allianz in de kosten van het deelgeschil.  (3) De rechtbank ziet wel aanleiding het aantal te vergoeden uren te beperken tot 13. De mondelinge behandeling heeft nog geen anderhalf uur geduurd heeft en de reistijd is zeer gering. Bovendien acht de rechtbank 7 uur (naast de 6 uur die al voor het verzoekschrift is gerekend) voor voorbereiding, overleg en bestudering van het verweerschrift, mede in het licht van het feit dat de advocaat zeer ervaren is, bovenmatig. Het tarief zal worden verlaagd naar € 250 per uur exclusief BTW, nu dat in redelijkheid als een maximaal tarief wordt gezien voor een zaak als deze, met een privépersoon als cliënt. Daarbij wordt meegewogen dat voor de kennelijk nog gehanteerde opslag voor kantoorkosten naar het oordeel van de rechtbank in de huidige tijd geen ruimte meer is. Dat leidt tot een bedrag van € 3.250 ex BTW en € 3.932,50 inclusief BTW, vermeerderd met een bedrag van € 78 aan griffierecht. Nu de aansprakelijkheid van Allianz vast staat, is Allianz gehouden een bedrag van € 4.010,50 aan proceskosten aan (verzoeker) te voldoen.

In deze kwestie gaat het niet om het vaststellen van de aansprakelijkheid, maar over de vraag of door de aanrijding daadwerkelijk letselschade is toegebracht. Omdat partijen zijn nog in discussie zijn over de schade en de feiten die daaraan zijn voorafgegaan, is het voor de rechter niet mogelijk vast te stellen van welke feiten in rechte moet worden uitgegaan. Ondanks veel tegenstrijdigheden en onduidelijkheden is de verzekeraar volgens de rechter te voorbarig geweest met de interne frauderegistratie, omdat in het dossier verslagen zaten van verschillende medische behandelaren, zoals de fysiotherapeut en  de huisarts.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: