Geen belang meer bij toewijzing verzoek, toch begroting kosten

met begroting van de kosten van (verzoeker) bij de behandeling van dit verzoek en veroordeling van ASR tot betaling van deze kosten aan de advocaat van (verzoeker). Voor begroting op de voet van art. 1019aa Rv is vereist dat het redelijk was om deze kosten te maken. Daarvan is geen sprake als vastgesteld wordt dat het verzoek volstrekt onnodig of onterecht is ingediend.

 

Voor het oordeel dat het niet redelijk was kosten te maken voor het onderhavige verzoek zal vastgesteld moeten kunnen worden dat (verzoeker) voorafgaand aan de indiening wist of moest weten dat ASR niet betwistte dat de klachten van (verzoeker) het gevolg zijn van de aanrijding. Daarvoor heeft ASR onvoldoende aanknopingspunten geboden.

 

Vaststaat dat ASR buiten rechte tegenover (verzoeker) niet expliciet heeft erkend dat zijn klachten gevolg zijn van de aanrijding, terwijl ASR uit een, ter zitting geciteerde, email van 7 september 2015 wist dat (verzoeker) in de veronderstelling verkeerde dat het bestaan van causaal verband door een onafhankelijke deskundige moest worden onderzocht en ASR, door te refereren aan pre-existente knieklachten en aan het advies van haar medisch adviseur dat medisch deskundigenonderzoek niet geïndiceerd was, zoals (verzoeker) ter zitting onbetwist heeft opgeworpen, deze veronderstelling van (verzoeker) ook in zekere zin zelf heeft gevoed.

(verzoeker) had, zoals ASR stelt, voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift bij ASR kunnen nagaan of causaal verband tussen aanrijding en klachten inderdaad werd betwist, maar gelet op het voorgaande hoefde hij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet te twijfelen. Het verweer slaagt niet.

 

(verzoeker) heeft verzocht zijn kosten te begroten op in totaal een bedrag van € 5.430,50, bestaande uit 17 uur aan werkzaamheden van zijn advocaat tegen een tarief van € 302,50 inclusief btw, vermeerderd met € 288,00 aan griffierecht. Anders dan ASR opwerpt komt dit uurtarief niet onredelijk hoog voor. Ook niet als het belang van de zaak in aanmerking wordt genomen. In de eerste plaats omdat niet vast staat dat ASR met haar betalingen de (toekomstige) schade volledig heeft vergoed en het belang van de zaak dus nog niet helemaal duidelijk is. En in de tweede plaats omdat de redelijkheid van een gehanteerd uurtarief mede moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de hoeveelheid in rekening gebrachte uren. Tegen de gespecificeerde en niet overdadig voorkomende opgave daarvan heeft ASR zich niet concreet verzet. De enkele opmerking dat 10 uren zouden volstaan is niet toereikend. Al met al bestaat geen aanleiding de kosten niet overeenkomstig het verzoek te begroten.

Nu in deze kwestie de reden voor het indienen van het verzoekschrift is weggevallen ging het enkel nog om de vraag of de kosten al of niet terecht zijn gemaakt. Daarbij acht de rechter van belang of het verzoekschrift volstrekt onnodig of onterecht is ingediend. In dit kwestie heeft de rechter geoordeeld dat het verzoekschrift niet volstrekt onnodig of onterecht is ingediend. Hadden andere omstandigheden meegespeeld, dan had dit zomaar wel het geval kunnen zijn.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: