Beoordeling buitengerechtelijke kosten: uurtarief blijft overeind, het aantal bestede uren niet: tijdsbesteding niet efficiënt.

Rechtbank Gelderland, 6 januari 2016
In het kader van een vrijgezellenfeestje neemt (verzoeker) deel aan een door (verweerder 1) georganiseerd evenement: ‘Wipe-out-Blob’. Hierbij wordt de deelnemer vanaf een in het water liggend luchtkussen gelanceerd door een of twee personen die op dat kussen springen. De deelnemer vliegt door de lucht en belandt vervolgens in het water. (Verzoeker) heeft bij het neerkomen op het water een halswervelfractuur opgelopen. (Verzoeker) stelt (verweerder 1) aansprakelijk voor de schade die door het ongeluk is ontstaan. In eerste instantie heeft (verweerder 1) de aansprakelijkheid van de hand gewezen.

In het kader van de beoordeling van de aansprakelijkheid, beschikt (verzoeker) in januari van (jaartal) al over getuigenverklaringen, een door hem opgevraagde analyse van het ongeval, opgesteld door (bio)mechanicus (persoon X), en een filmopname van het ongeval. (Verzoeker) heeft deze gegevens toen bewust niet aan (verweerders c.s.) ter beschikking gesteld, dit terwijl in februari van (jaartal) (verweerder 2), de aansprakelijkheidsverzekeraar van (verweerder 1), is gestart met een feitenonderzoek. In juli en september van dat jaar heeft (verzoeker) deze gegevens pas beschikbaar gesteld. In oktober van dat jaar heeft (verweerder 2) besloten de aansprakelijkheid te erkennen.

Verzoek Rechtbank
(Verzoeker) verzoekt de rechtbank (verweerders c.s.) te veroordelen om:(1) een bedrag van in totaal € 42.203,30 aan (verzoeker) te betalen;

(a) € 21.749,69 ter zake van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand,

(b) € 120,61 aan buitengerechtelijke kosten van medisch advies,

(c) € 1.700,00 aan kosten van (persoon X),

(d) € 18.633,00 in verband met schade vanwege één jaar studievertraging.

(a) Het bedrag van € 21.749,69 dat (verzoeker) in dit verband vergoed wil zien bestaat uit de 66½ uur die de advocaat van (verzoeker) aan werkzaamheden heeft verricht, vermenigvuldigd met diens uurtarief van € 255,00 excl. BTW en vermeerderd met 6% bureaukosten en 21% BTW.(Verweerders c.s.) hebben in de eerste plaats de redelijkheid van het gehanteerde uurtarief betwist. Dat verweer slaagt niet. Er zijn advocaten, ook gespecialiseerde en ervaren advocaten, die een hoger of lager uurtarief in rekening brengen. De advocaat van (verzoeker) is een in letselschade gespecialiseerde, ervaren advocaat. De zaak is niet eenvoudig en gaat bovendien in potentie om een aanzienlijk geldelijk belang. Een uurtarief van € 255,00 is tegen deze achtergrond niet onredelijk te noemen. Dit relatief hoge uurtarief betekent wel dat verwacht mag worden dat efficiënt is gewerkt.

Volgens (verweerders c.s.) zou in januari van (jaartal) de aansprakelijkheid al erkend zijn indien (verzoeker) toen de getuigenverklaringen en de filmopname waarover hij beschikte aan (verweerders c.s.) zou hebben overgelegd. Het meerwerk dat het niet tijdig overleggen van deze gegevens heeft opgeleverd is niet in redelijkheid gemaakt te achten, aldus (verweerders c.s.) De rechtbank oordeelt dat, toen duidelijk werd dat in februari van (jaartal) gestart werd met een feitenonderzoek naar de toedracht, het, gelet ook op artikel 6:2 lid 1 BW en op de van de advocaat van (verzoeker) te vergen efficiency, wel op zijn weg lag ter bespoediging van dat onderzoek de gegevens over de toedracht die hij voorhanden had over te leggen. Hoewel onzeker is of dan meteen al in februari van (jaartal) aansprakelijkheid zou zijn erkend, ligt wel voor de hand dat dit eerder zou zijn gebeurd dan in oktober van (jaartal). Al met al acht de rechtbank ongeveer de helft van de kosten van werkzaamheden in de periode maart van (jaartal) tot oktober van (jaartal) niet in redelijkheid gemaakt (9 uur in totaal).

Ten slotte hebben (verweerders c.s.) verder betwist dat zij een vergoeding verschuldigd zijn voor de werkzaamheden van de advocaat van (verzoeker) aan het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht. Dat verweer slaagt, reeds omdat het hier om proceskosten en niet om buitengerechtelijke kosten gaat (10 uur in totaal).

De redelijke advocaatkosten komen dan op een bedrag van € 15.535,49 (66½ min 9, min 10, keer € 255,00 plus 6% plus 21%).

(b) & (c) In een sport en spel-situatie is het niet onredelijk dat (verzoeker) zich door een deskundige (bio)mechanicus heeft laten voorlichten over de gevolgen van de door hem gestelde precieze normschending. Het inwinnen van nader medisch advies naar aanleiding van het rapport van (persoon X) is evenmin onredelijk te achten.

Aan (verzoeker) is als voorschot op de kosten buiten rechte een voorschot betaald van € 5.000,–. Slotsom is dat (verweerders c.s) ter zake de kosten buiten rechte aan (verzoeker) moeten betalen een bedrag van € 12.356,10 (€ 15.535,49 min € 5.000,– plus € 1.700,– plus € 120,61).

(d) Volgens (verweerders c.s.) was er voor het ongeval reeds sprake van studievertraging. (Verzoeker) heeft dit niet meer betwist. Bij deze stand van zaken staat in deze procedure tussen partijen niet vast dat de studievertraging het gevolg is van het ongeval. Het verzoek is niet toewijsbaar.

(2) een bedrag van € 25.000,00, vermeerderd met rente aan (verzoeker) te betalen als voorschot op verdere schadevergoeding, (Verzoeker) heeft dit verzoek in het verzoekschrift niet onderbouwd. Ook de omvang van de schade is nog onbekend. Daarnaast is er nog geen sprake van een medische eindtoestand. (Verzoeker) heeft, bij de mondelinge behandeling, opgemerkt dat de schade nog niet kan worden begroot, maar dat de schade in ieder geval groter is dan € 25.000,–.(Verweerders c.s.) hebben gemotiveerd betwist dat (alle) lichamelijke klachten gevolg zijn van het ongeval, mede op basis van het medisch advies van (persoon Y). Bij deze stand van zaken is er thans onvoldoende grond aannemelijk te achten dat (al) de klachten van (verzoeker) gevolg zijn van het ongeval. Bij deze stand van zaken is in hoge mate onzeker dat (verzoeker) als gevolg van het ongeval voldoende schade lijdt en nog zal lijden, om het gevraagde substantiële voorschot te rechtvaardigen. Het verzoek dient te worden afgewezen.
(3) met begroting van de kosten van deze procedure op een bedrag van € 6.181,50 vermeerderd met de kosten van bestudering van een verweerschrift van de mondelinge behandeling inclusief reistijd en van afrondende werkzaamheden, en veroordeling van (verweerders c.s.) tot betaling van het aldus begrote bedrag en tevens in de proceskosten. Nu het verzochte gedeeltelijk is toegewezen kan niet worden gezegd dat het verzoek volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. De kosten aan de zijde van (verzoeker) bij de behandeling van het verzoek dan worden begroot op een bedrag van € 6.181,50 tot en met de indiening van het verzoek.De nadien gemaakte advocaaturen heeft (verzoeker) niet meer gespecificeerd. Deze zullen daarom door de rechtbank conservatief worden geschat, op één uur aan advocaatwerkzaamheden vanwege bestudering van het verweerschrift en twee uur vanwege de zitting en de reistijd. Met inbegrip van het griffierecht van € 876,00 komen de kosten dan uit op een bedrag van € 8.038,69.

(Verweerders c.s.) zullen tot betaling van dit bedrag worden veroordeeld nu de aansprakelijkheid vast staat.

In de kwestie zegt de Rechtbank dat de advocaat van (verzoeker) niet altijd even goed zijn werk gedaan heeft: de efficiency laat hier en daar de wensen over. Omwille van het voorgaande besluit de Rechtbank vervolgens om de bestede tijd te verminderen, niet om het uurtarief van de advocaat van (verzoeker) naar beneden te brengen.

Daarnaast begroot de Rechtbank de kosten aan de zijde van (verzoeker) bij de behandeling van het verzoek op € 6.611,–. Waar dit bedrag op gebaseerd is of vandaan komt, iseen raadsel.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: