In nacht van 4 mei bots bromfietser tegen dranghek op de weg: gemeente niet aansprakelijk

Rechtbank Gelderland, 2 maart 2016
De gemeente heeft dranghekken in bundels langs de weg laten plaatsen. De hekken zouden op een later moment gebruikt worden om de weg af te zetten voor publiek. Een van deze dranghekken is in de nacht van 3 op 4 mei op de weg gezet in de omgeving van twee studentensociëteiten en een hotel. Om omstreeks 01.10 uur ’s nachts is (verzoekster) met haar bromfiets tegen het dranghek gereden en ten val gekomen. Daarbij heeft zij letsel opgelopen. Verzoekster heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade die zij ten gevolge van het ongeval heeft opgelopen. De gemeente heeft de aansprakelijkheid van de hand gewezen.
Verzoek Rechtbank
 Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank op de voet van artikel 1019w Rv zal bepalen dat

(1) de gemeente aansprakelijk is voor de gevolgen van het (verzoekster) op 4 mei 2013 overkomen ongeval,

 De Rechtbank verwijst naar twee arresten (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079, NJ 1966/136 en HR 9 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1576, NJ 1996/403), waarbij de rechtbank erop wijst dat niet alleen gelet moet worden op de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, op de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben, en op de mate van bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen. Niet reeds de enkele mogelijkheid van schade als verwezenlijking van aan een bepaald gedrag inherent gevaar doet dat gedrag onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.

In dit geval had de gemeente bundels dranghekken onbewaakt en niet vastgemaakt, in de nabijheid van de weg klaar staan, op een uitgaansavond in de buurt van twee studentensociëteiten in het centrum van Wageningen. Op zichzelf was voor de gemeente voorzienbaar dat daarmee de mogelijkheid in het leven werd geroepen dat een dranghek door een derde zou worden versleept. Het gaat echter te ver aan te nemen dat aan dit gedrag van de gemeente het inherente gevaar was verbonden dat een verkeersdeelnemer tegen een dranghek zou aanrijden dat door uitgaanspubliek op de weg was gezet. Bovendien is de mate van waarschijnlijkheid van daaruit voortvloeiende schade naar het oordeel van de rechtbank niet zo groot dat de gemeente zich naar maatstaven van zorgvuldigheid ervan had moeten onthouden de dranghekken onbewaakt en niet vastgemaakt klaar te zetten. Met andere woorden, het scenario zoals zich dat heeft ontvouwen was voor de gemeente te buitenissig om redelijkerwijs te kunnen voorzien. Dit zou anders kunnen zijn indien de gemeente ermee bekend was dat klaargezette dranghekken vaker op de openbare weg waren gezet. Dit is door (verzoekster) niet gesteld en ook niet gebleken. Bij deze stand van zaken kan dan ook niet worden vastgesteld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld. Het verzoek is niet toewijsbaar.

(2) dat de, op een bedrag van in totaal € 5.424,50 te begroten proceskosten, door de gemeente worden vergoed.  De gemeente heeft zich wat de begroting betreft aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Mede in dat licht bezien bestaat geen aanleiding de opgevoerde advocaatkosten buitensporig te achten, met dien verstande dat voor het bijwonen van de zitting niet de vooraf ingeschatte vijf uur, inclusief reistijd zal worden begroot, maar drie uur. De zitting heeft één uur geduurd. Vanuit Apeldoorn is Arnhem in één uur te bereiken. De kosten worden aldus begroot op een bedrag van € 4.615,50 (uurtarief plus 21% btw, maal 15 uur, plus € 78,00 aan griffierecht). Een veroordeling tot vergoeding van deze kosten is niet aan de orde. De gemeente is niet aansprakelijk geoordeeld.

Volgens de rechter heeft de gemeente de zorgvuldigheidsnormen niet geschonden door dranghekken onbewaakt langs de openbare weg te laten leggen. Het zou anders zijn geweest als de gemeente bekend was dat dranghekken vaker op de openbare weg waren gezet.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: