Nader onderzoek nodig voor beoordeling aansprakelijkheid. Deelgeschilprocedure is niet bedoeld voor dergelijk nader onderzoek.

Rechtbank Midden-Nederland, 21 juni 2017
In 2000 is er bij (verzoekster) een prothese geplaatst in haar rechterheup. De kunstheup is geproduceerd door (producent), een onderdeel van (verweerder). Elf jaar later wordt (verzoekster) onderzocht door een orthopedisch chirurg vanwege plotselinge pijnklachten. Na onderzoek bleek de steel van de rechter heupprothese te zijn gebroken. De gebroken prothese is door de orthopedisch chirurg verwijderd en vervangen door een nieuwe. (Verzoekster) stelt (verweerder) aansprakelijk voor de ontstane schade op grond van art. 6:185 BW, dan wel art. 6:162 BW. (Verzoekster) en (verweerder) hebben vervolgens -met behulp van hun medisch adviseurs- met elkaar gecorrespondeerd. Bij gebreke van toezending van medische informatie aan de zijde van (verzoekster), heeft (verweerder) de aansprakelijkheid afgewezen.
Verzoek Rechtbank
 In haar verzoekschrift heeft (verzoekster) de rechtbank verzocht op de voet van artikel 1019w Rv;
(1) te bepalen dat (verweerder) aansprakelijk is jegens haar en dat zij gehouden is de schade ten gevolge van de breuk van de heupprothese te vergoeden.
Volgens (verzoekster) staat de ondeugdelijkheid van de heupprothese, gelet op de breuk, vast. Volgens (verweerder) leent deze zaak zich niet voor een behandeling in een deelgeschilprocedure, al was het maar omdat nader onderzoek nodig is.De rechtbank overweegt dat de prothese bijna elf jaar in de rechterheup van (verzoekster) heeft gezeten voordat deze is gebroken, zodat vaststaat dat meer dan tien jaren zijn verstreken sinds (verweerder) de prothese in het verkeer heeft gebracht. (Verzoekster) kan daarom geen aanspraak meer maken op schadevergoeding op grond van art. 6:185 BW, in samenhang met art. 6:191 lid 2 BW (productaansprakelijkheid). De vordering is verjaard.

(Verzoekster) kan zich alleen nog beroepen op art. 6:162 BW (onrechtmatige daad). Op dit moment kan echter nog geen oordeel worden gegeven over de aansprakelijkheid van (verweerder) op grond van onrechtmatige daad. De enkele omstandigheid dat de prothese na bijna elf jaar is gebroken, is namelijk –anders dan (verzoekster) kennelijk meent– onvoldoende om aan te nemen dat deze ondeugdelijk was en dat dit aan (verweerder) kan worden verweten. Daarvoor is nader onderzoek naar de oorzaak van de breuk nodig, zoals ook wordt onderkend door de medisch adviseurs van beide partijen. De deelgeschilprocedure is niet bedoeld voor dergelijk nader onderzoek. Dat betekent dat het verzoek in beginsel reeds hierom moet worden afgewezen.

(Verzoekster) heeft gesteld dat sprake is van een uitzonderlijke situatie, die een uitzondering zou rechtvaardigen, omdat zij –ten onrechte– lange tijd in de veronderstelling verkeerde dat de restanten van de prothese verloren waren gegaan, waardoor nader onderzoek aan de prothese niet meer mogelijk zou zijn. De rechtbank volgt (verzoekster) niet in dat standpunt. In het Complaint Document van (producent) is immers met zoveel woorden vermeld dat die restanten werden bewaard en ‘on request’ aan (verzoekster) zouden worden toegezonden. Gesteld noch gebleken is dat (verzoekster) voorafgaand aan de deelgeschilprocedure ooit om die restanten heeft verzocht.

Dat thans nog niet kan worden geoordeeld over de aansprakelijkheid van (verweerder) uit onrechtmatige daad, komt overigens niet alleen doordat nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar de prothese, maar is mede te wijten aan (verzoekster) zelf. (Verweerder) heeft haar immers bij herhaling om medische informatie verzocht, om de aansprakelijkheid te kunnen beoordelen. En (verzoekster) heeft die informatie niet, althans niet volledig, aan (verweerder) willen verstrekken. Het is niet aan (verzoekster) zelf, maar aan de deskundigen (de medisch adviseurs), om een oordeel te geven over de relevantie van het medisch dossier van (verzoekster).

Het verzoek van (verzoekster) wordt derhalve afgewezen.

(2) Ook heeft (verzoekster) de rechtbank verzocht om (verweerder) te veroordelen in de kosten die waren gemoeid met de voorbereiding van deze procedure. Ook het verzoek om veroordeling van (verweerder) in de kosten die met (de voorbereiding van) deze deelgeschilprocedure waren gemoeid, moet worden afgewezen. Daartoe overweegt de rechtbank dat zij gehouden is om de kosten te begroten die in redelijkheid zijn gemaakt (waarmee wordt bedoeld dat het redelijk was om kosten te maken, en dat ook de omvang van de gemaakte kosten redelijk is).Uit hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt echter dat het instellen van de deelgeschilprocedure op dit moment niet de aangewezen procedure was. Daardoor kan ook niet worden geoordeeld dat (verzoekster) in redelijkheid kosten heeft kunnen maken voor deze procedure. Dat blijkt ook uit de brief van haar medisch adviseur, waarin deze haar adviseert een onafhankelijke orthopedische expertise te laten uitvoeren om meer duidelijkheid te verkrijgen. In plaats daarvan heeft (verzoekster), kennelijk tegen beter weten in, de deelgeschilprocedure aanhangig gemaakt.

De deelgeschilprocedure is in het leven geroepen om de buitengerechtelijke afhandeling van kwesties met letsel- en/of overlijdensschade te versnellen en te vereenvoudigen. Het oordeel van de rechter in deelgeschilprocedure moet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. (Verzoekster) start een deelgeschilprocedure terwijl buitenrechtelijke mogelijkheden voorhanden zijn die de afwikkeling van de kwestie kunnen bevorderen. In deze casus is nader onderzoek nodig om een oordeel te geven over de aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW. In dergelijke gevallen is de deelgeschilprocedure dan niet de aangewezen procedure. En ja, 212 Rv. bepaalt dat feiten volledig moeten worden aangeleverd….wie dat welbewust niet doet veroorzaakt onnodige kosten….

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: