Gemeente niet aansprakelijk voor val op brug

Rb Den Haag 22 november 2016
Heel vervelend letsel na val op openbare bruig bij gladheid (vorst). Aansprakelijkheid gemeente voor ongeval op een brug? Nee, geen gebrek aan de brug of gevaarzetting. Kelderluikcriteria.
Verzoek Rechtbank
 te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens [verzoeker] aansprakelijk is voor de vergoeding van de door [verzoeker] geleden schade voortvloeiend uit het ongeval op grond van artikel 6:174 en/of artikel 6:162 BW; Niet gebleken is dat de kans dat ter plaatse ongevallen ontstaan groot is. …Het ontbreken van ongevalsmeldingen anders dan die van [verzoeker] afgezet tegen het door [verzoeker] gestelde veelvuldige gebruik van de geleideranden rechtvaardigt veeleer de conclusie dat de kans dat het via de geleideranden van de brug af-/opstappen tot een valpartij zou leiden, en dan nog wel met de ernstige gevolgen als in het geval van [verzoeker] , klein is. … De schade bij [verzoeker] is helaas fors ernstiger. Zoals de Gemeente terecht betoogt, kan daaruit evenwel geen norm worden afgeleid voor hetgeen in het algemeen zou moeten gelden.
De Gemeente had op zichzelf voornoemde kleine kans op een ongeval bij het via de geleideranden van de brug af- en opstappen (mogelijk) kunnen verminderen … Zoals hiervoor overwogen, zijn evenwel geen omstandigheden gesteld of gebleken die de Gemeente daartoe rechtens verplichtten. … Daar komt nog bij dat in het bijzonder de door [verzoeker] voorgestane antislipvoorziening averechts zou kunnen werken. De Gemeente zou daarmee immers het signaal afgeven dat de geleideranden wel tot het brug-/loopdek behoren en aldus betreden mogen worden, hetgeen nu juist niet de bedoeling is.
  kosten van deze deelgeschilprocedure aan de zijde van [verzoeker] te begroten op € 4.179,95, te vermeerderen met de nog te maken kosten voor het voorbereiden en het bijwonen van de mondelinge behandeling van dit verzoek en het bestuderen en bespreken van het verweerschrift, berekend naar het uurtarief van € 282,-, te verhogen met een opslag voor kantoorkosten van 5% en het geheel te vermeerderen met BTW en met het griffierecht  begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 4.764,38 inclusief kantoorkosten en BTW, te vermeerderen met € 288,- aan griffierecht;

Aan de motivering van de rechtbank is weinig toe te voegen. Veel pech bij het slachtoffer, maar ernstige schade betekent niet altijd dat een ander aansprakelijk moet worden gehouden. Leuk de ‘tendens’ om foto’s in uitspraken te voegen. Daardoor worden dit soort zaken echt duidelijk.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: