Aansprakelijke partij niet gebonden aan rapport gezamenlijk aangestelde deskundige.

Rechtbank Midden Nederland 25 oktober 2016
Er is verschil tussen klachten en beperkingen… De arbeidsdeskundige die werd ingeschakeld is afgegaan op hetgeen de belanghebbende heeft gesteld. Dat kan niet door de beugel. Aangesproken partij niet gebonden aan deskundigenbericht, geen voorschot, niet extra BGK en kosten deelgeschil gematigd van 32 uur tot 20 uur.
Verzoek Rechtbank
 Voor recht te verklaren dat [verweerster] is gebonden aan de erkenning van haar medisch adviseur dat er sprake is van causaal verband tussen het ongeval en de knieklachten en -beperkingen van [verzoekster] , althans voor recht te verklaren dat de knie klachten en -beperkingen van [verzoekster] in causaal verband staan met het ongeval van 9 februari 2009;  De rechtbank stelt voorop dat de aansprakelijkheid ter zake het causaal verband tussen het ongeval en de knieklachten tussen partijen niet in geschil is, zodat [verzoekster] geen belang heeft bij dit onderdeel van haar verzoek. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat is komen vast te staan dat [verweerster] het causaal verband tussen het ongeval en de ervaren beperkingen nooit heeft erkend. Gelet hierop moet verzoek sub 1, het eerste deel, worden afgewezen.

Aan het tweede rapport van [D] is een brief van mr. Boendermaker van 3 september 2015 voorafgegaan waarin [D] namens [verzoekster] en [verweerster] gezamenlijk wordt verzocht een nieuw rapport uit te brengen. Bij deze brief zijn gevoegd de rapportage van [F] met daarbij het door hem opgestelde objectieve beperkingenprofiel, en het bericht van [naam kliniek] van 23 april 2015 met daarin de opmerking ‘onduidelijk pijnsyndroom, waarbij geen objectiveerbare afwijkingen aantoonbaar zijn, noch op MRI en noch bij klinisch onderzoek.’ Tussen partijen staat vast dat [D] deze stukken niet in zijn rapport heeft betrokken. [verweerster] heeft onweersproken gesteld dat het in een arbeidskundigenrapport uitgaan van de beperkingen van het slachtoffer, in plaats van een door een deskundige vastgesteld objectieve beperkingenprofiel, in strijd is met de voor arbeidskundigen geldende gedragscode, en dat die gedragscode – zo begrijpt de rechtbank uit de stellingen van [verweerster] – de objectiviteit van een arbeidskundige rapportage waarborgt. Dat leidt ertoe dat het rapport naar het oordeel van de rechtbank niet is opgesteld op basis van objectieve gegevens en daardoor niet aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid voldoet, zodat dit alleen daarom al niet gebruikt kan worden als uitgangspunt voor de schadebegroting.

 voor recht te verklaren dat [verweerster] is gebonden aan de inhoud van de door partijen op gezamenlijk verzoek uitgebrachte deskundigenberichten door [D] ;  Het voorgaande leidt ertoe dat het door [verweerster] aangevoerde bezwaar dat het rapport van [D] niet aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid voldoet, zwaarwegend en gegrond is. Om die reden is [verweerster] niet aan het rapport gebonden. Dit oordeel dient als uitgangspunt bij de beoordeling van de verzoeken van [verzoekster] . Bovendien is met deze overweging het oordeel op het verzoek sub 2 gegeven. Dit verzoek wordt afgewezen.
 [verweerster] te veroordelen om aan [verzoekster] een aanvullend voorschot van € 50.000,00 te voldoen, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;  Gelet op het oordeel van de rechtbank over de verzoeken sub 1 en 2, ziet de rechtbank geen reden om het verzoek tot veroordeling van [verweerster] tot betaling van een aanvullend voorschot op de schadevergoeding toe te wijzen
 [verweerster] te veroordelen tot betaling van € 1.103,08 ten titel van buitengerechtelijke kosten;  [verzoekster] heeft niet weersproken dat een bedrag van € 248,58 inmiddels is betaald. Ten aanzien van de reeds betaalde buitengerechtelijke kosten heeft zij ter zitting verklaard dat het door [verweerster] opgegeven bedrag juist zou kunnen zijn. De rechtbank kan niet vaststellen of [verweerster] naast het reeds betaalde bedrag van € 70.549,30 nog meer aan [verzoekster] verschuldigd is. Mede gelet op de aard van het deelgeschil en het letsel van [verzoekster] , wordt dit verzoek afgewezen.
 De kosten van dit deelgeschil te begroten op € 6.618,50 te vermeerderen met de kosten voor voorbereiding van de mondelinge behandeling groot € 2.019,73 en te vermeerderen met de kosten in verband met de mondelinge behandeling (begroot op 4,5 uur), en [verweerster] te veroordelen tot betaling hiervan.  Het verzoek van [verzoekster] komt neer op een totale tijdsbesteding van 32:20 uur. De onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de rechtbank een niet per definitie eenvoudig deelgeschil, maar is ook niet dermate complex dat deze een tijdsbesteding van ruim 32 uren rechtvaardigt. Aan het verweer van [verweerster] dat [verzoekster] eerst nader met haar in gesprek had moeten gaan gaat de rechtbank voorbij, nu het verloop van de behandeling van het schadedossier van [verzoekster] tot begrijpelijke frustratie heeft geleid en [verzoekster] behoefte heeft gehad aan het oordeel van de rechtbank over hetgeen partijen verdeeld hield. De met de opstelling van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak gemoeide, redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de rechtbank dan ook worden begroot op 20 uren × € 240,00 exclusief kantoorkosten en BTW, derhalve op € 4.800,00 te vermeerderen met de kantoorkosten en BTW en met het door [verzoekster] betaalde griffierecht van € 288,00, in totaal € 6.502,56. [verweerster] zal tot betaling daarvan aan [verzoekster] worden veroordeeld.

Tja als nu een medicus dit zegt “onduidelijk pijnsyndroom, waarbij geen objectiveerbare afwijkingen aantoonbaar zijn, noch op MRI en noch bij klinisch onderzoek” dan moet een deskundige toch even nadenken alvorens af te gaan op hetgeen een belanghebbende zegt.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: