Klant valt in supermarkt. Toedracht onvoldoende betwist. Kelderluikcriteria. Supermarkt aansprakelijk.

Rechtbank Oost-Brabant 10 december 2015

Deelgeschil. Letselschade. Val. Uitgegleden over natte vloer en bloemblaadjes afkomstig van een bloemenstand van supermarkt. Kelderluik. Toedracht. Eigen schuld. Voorschot op (im)materiële schade en op buitengerechtelijke kosten.

Verzoek Rechtbank

Voor recht te verklaren dat Albert Heijn jegens [verzoekster] aansprakelijk is voor de gevolgen van de val van [verzoekster] op 3 april 2015 door losliggende (bloem)blaadjes die afkomstig zijn van de supermarkt van Albert Heijn en dat Albert Heijn uit dien hoofde gehouden is om alle daaruit aan de zijde van [verzoekster] voortvloeiende schade aan verzoekster te vergoeden;

 

 Indien komt vast te staan dat het ongeval heeft plaatsgevonden onder de door [verzoekster] gestelde omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zodanige gevaarzetting dat Albert Heijn uit hoofde van toerekenbare onrechtmatige daad verplicht is de schade die [verzoekster] dientengevolge lijdt te vergoeden. Immers, door een onbeheerde bloemenstand aan de rand van een drukbezochte passage te plaatsen, waarbij Albert Heijn gevallen bloemblaadjes en een natte vloer niet opruimt, stelt Albert Heijn haar klanten (en ander winkelend publiek) bloot aan het aanmerkelijke gevaar daarover uit te glijden en op de tegelvloer ten val te komen, indien zij niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid betrachten. Voorzienbaar is dat klanten van Albert Heijn (en ook het overige winkelende publiek) niet steeds bedacht zijn op een gladde (c.q. natte met losliggende bloemblaadjes bedekte) vloer, zeker niet in een, soms drukbezochte, overdekte passage. Albert Heijn onderkent dit in wezen ook. Het schoonmaakprotocol van Albert Heijn schrijft voor dat de ruimte om de bloemenstand en de servicebalie vier keer per dag grondig wordt geveegd. Daarnaast geldt de instructie van Albert Heijn aan alle medewerkers dat zij, wanneer zij iets op de grond zien liggen, dat direct opruimen. Eén en ander geldt in het bijzonder op een dag waarop het druk is en de doorgang van de passage bemoeilijkt wordt vanwege een rij voor de servicebalie van Albert Heijn en de daarnaast gelegen bloemenstand.

Dat uitglijden op een tegelvloer ernstige gevolgen kan hebben is evident en genoegzaam voorzienbaar.

Met de enkele stelling van Albert Heijn dat zij niet verplicht was om de passage schoon te houden en dat van Albert Heijn niet kan worden verwacht dat zij de vloer de gehele dag onafgebroken inspecteert, en zonodig direct veegt of dweilt, heeft Albert Heijn onvoldoende gemotiveerd betwist dat het treffen van veiligheidsmaatregelen ter afwending van het gevaar voor haar te bezwaarlijk was. [verzoekster] heeft  gesteld dat er een waarschuwingsbord of iets dergelijks had kunnen worden geplaatst. Albert Heijn stelt dat het niet de bedoeling kan zijn dat zij door de hele winkel bordjes plaatst. Hiermee heeft Albert Heijn onvoldoende gemotiveerd betwist dat een waarschuwingsbord plaatsen in de passage (te) bezwaarlijk was.

In geschil is de verdere ongevalstoedracht. Volgens [verzoekster] is zij uitgegleden over een hoopje bloemblaadjes afkomstig van de bloemenstand van Albert Heijn en een natte vloer ter plaatse. Albert Heijn betwist de stellingen van [verzoekster] en voert daartoe aan dat, nu niemand de valpartij heeft gezien althans daar geen getuigenverklaringen van zijn overgelegd, niet valt uit te sluiten dat [verzoekster] zich bijvoorbeeld verstapte of op een andere manier haar evenwicht heeft verloren.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Albert Heijn in het licht van de consistente stellingen van [verzoekster] , getuigenverklaringen bij het verzoekschrift en de zijdens [verzoekster] ter zitting gegeven toelichting onder meer aan de hand van een situatieschets en van videobeelden, haar standpunt onvoldoende onderbouwd.

Nu Albert Heijn geen andere argumenten heeft aangevoerd op grond waarvan tot een andere toedracht van het ongeval kan worden geconcludeerd, is de rechtbank van oordeel dat Albert Heijn de door [verzoekster] gestelde toedracht van het ongeval onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Dit heeft tot gevolg dat de door [verzoekster] gestelde toedracht als vaststaand zal worden aangenomen. Gelet op het overwogene is Albert Heijn aansprakelijk op de voet van artikel 6:162 BW. De verzochte verklaring voor recht dat Albert Heijn jegens [verzoekster] aansprakelijk is voor de gevolgen van haar val op 3 april 2015 door losliggende bloemblaadjes die afkomstig zijn van de supermarkt van Albert Heijn is dan ook toewijsbaar.

Albert Heijn te veroordelen om binnen twee weken na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking een bedrag van € 12.500,00 aan [verzoekster] te betalen als voorschot op de geleden en te lijden (im)materiële schade;

Ter zake van de vraag of Albert Heijn, zoals [verzoekster] stelt, gehouden is alle daaruit aan de zijde van [verzoekster] voortvloeiende schade aan haar te vergoeden is het eigen schuldverweer van Albert Heijn van belang. Op Albert Heijn rust de stelplicht en zo nodig de bewijslast van de feiten en omstandigheden waaruit volgt dat sprake is van eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW. Albert Heijn heeft in dit verband gesteld dat [verzoekster] enige voorzichtigheid en oplettendheid heeft nagelaten. Deze stelling heeft zij echter niet gestaafd met enige onderbouwing. Nu de gestelde feitelijke grondslag daarvoor niet is komen vast te staan faalt het beroep op eigen schuld.

Omdat Albert Heijn de aansprakelijkheid heeft betwist en partijen nog niet over de hoogte van de schade hebben onderhandeld, zal het verzoek tot betaling van een voorschot worden afgewezen en laat de rechtbank het aan partijen over om hierover te onderhandelen.

Albert Heijn te veroordelen om binnen twee weken na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking een bedrag van € 1.500,00 aan [verzoekster] te betalen als voorschot op de vergoeding van buitengerechtelijke kosten;

 In dit verband (de dubbele redelijkheidstoets) is van belang dat als grondslag voor aansprakelijkheid artikel 6:162 BW is aangevoerd, waarvan de aansprakelijkheid door Albert Heijn wordt betwist. Deze omstandigheid rechtvaardigt dat [verzoekster] een gemachtigde heeft ingeschakeld. Verder zijn de opgevoerde kosten door de gemachtigde van [verzoekster] op inzichtelijke en gebruikelijke wijze gespecificeerd. De hoogte van het bedrag komt de rechtbank, gelet op de hoogte van het uurtarief en de totale omvang van de werkzaamheden die in het verzoekschrift in voldoende mate zijn gespecificeerd, eveneens redelijk voor. Mitsdien acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat uiteindelijk, zoals gevorderd, ten minste een bedrag van € 1.500,00 ter zake buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking zal komen. Zij zal het voorschot op dat gevorderde bedrag bepalen.
De kosten aan de zijde van [verzoekster] op de voet van artikel 1019aa Rv vast te stellen en Albert Heijn te veroordelen om binnen twee weken na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking een bedrag van € 500,00 aan [verzoekster] te betalen als voorschot op deze kosten.  Albert Heijn heeft deze begroting niet betwist. De rechtbank zal dan ook tot de begroting van het verzochte bedrag overgegaan en voorts, zoals [verzoekster] heeft verzocht, Albert Heijn veroordelen tot betaling van een bedrag van € 500,00 aan [verzoekster] als voorschot op deze kosten.

Deze uitspraak betekent zeker niet dat een supermarkt altijd aansprakelijk is voor de gevolgen van de val van een klant. Beoordeling op grond van omstandigheden van het geval (kelderluikcriteria). Dat het hier een drukke dag (Goede vrijdag) was, lijkt hier bijvoorbeeld een rol te spelen.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: