Voorschot schadevergoeding waaronder BGK afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onmogelijkheid om de redelijkheid van de BGK te beoordelen.

Rechtbank Oost-Brabant 19 juli 2016
Verzoeken afgewezen ex artikel 1019z nu (1) nadere bewijslevering nodig is en (2) onvoldoende inzicht is in de omvang van de schade voor nadere bevoorschotting BGK. Kosten begroot ex art. 1019aa Rv.
Verzoek Rechtbank
 Primair te verklaren voor recht dat [verzoeker] ten tijde van het ongeval (en daarvoor) ten behoeve van de besloten vennootschap [bedrijfsnaam] overwerk-werkzaamheden placht te verrichten, zulks gedurende 6 dagen per week, althans subsidiair gedurende een door de kantonrechter te bepalen aantal dagen per week en gemiddeld 3 uur per dag, althans subsidiair een door de kantonrechter te bepalen gemiddeld aantal uren per dag, tegen een betaling van een nettovergoeding van € 10,– per uur, althans subsidiair een door de kantonrechter te bepalen netto-vergoeding per uur; Deze stelling van [verzoeker] kan niet als vaststaand worden aangenomen, nu deze door HDI-Gerling gemotiveerd wordt betwist en niet genoegzaam is komen vast te staan uit de overgelegde getuigenverklaringen en de aantekeningen van [verzoeker] in een agenda van 2007. Uit de getuigenverklaringen kan niet geconcludeerd worden dat [verzoeker] zoveel overwerkte als hij stelt en ook niet dat er sprake was van zwarte betaling. Weliswaar wordt door een enkele getuige melding gemaakt van contante betaling, maar dat duidt op zichzelf niet op zwarte betaling, temeer nu ook wordt verklaard dat het overwerk op de salarisstrook werd vermeld.

Er is derhalve nadere bewijslevering nodig met betrekking tot de door [verzoeker] primair verzochte verklaring voor recht en de door hem verzochte veroordeling tot betaling van
€ 28.080,– ter zake overwerk geleden schade. Binnen de kaders van onderhavig deelgeschil is geen plaats voor (nadere) bewijslevering.

 HDI-Gerling te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker] te voldoen een bedrag ad € 28.080,–, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, al dan niet ten titel van voorschot, op de aldus (ter zake overwerk) geleden schade;
 HDI-Gerling voorts te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker] te voldoen een bedrag ad € 17.378,46 (ter zake openstaande declaraties) + € 12.562,96 (onderhanden werk conform pro forma-facturen) = € 29.941,42, subsidiair een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie redelijk oordeelt, zulks al dan niet ten titel van voorschot op de BGK;  Bij gebreke van voldoende inzicht in de omvang van de schade exclusief buitengerechtelijke kosten – de schaderegeling verkeert immers nog in de beginfase en er dienen nog expertise onderzoeken plaats te vinden, waaronder een orthopedische expertise en een psychiatrische expertise – kan derhalve in deze zaak in het kader van dit deelgeschil niet worden beoordeeld of de door de gemachtigden van [verzoeker] in rekening gebrachte buitengerechtelijke kosten ad € 29.941,42 als in redelijkheid gemaakte kosten aan HDI-Gerling kunnen worden toegerekend naast het reeds betaalde voorschot van € 20.000,00.
 de kosten van de onderhavige procedure, als bedoeld in artikel 1019aa Rv, te begroten op het nader door [verzoeker] ter zitting, dan wel onmiddellijk voorafgaand daaraan, begrote bedrag, zulks tegen het door de gemachtigde van [verzoeker] gehanteerde uurtarief van € 245,– (en vanaf 1 januari 2016 € 250,–) (exclusief verschotten en BTW); [verzoeker] begroot zijn kosten ten behoeve van deze procedure op € 8.345,4  Nu uit de gedingstukken niet volgt wat in het kader van dit deelgeschil de bemoeienis is geweest van mr. Hustings, de zaakbehartiger van [verzoeker] wat betreft de arbeidsre-integratie van [verzoeker] en ter zitting, die 1 uur heeft geduurd, enkel mr. Milo het woord heeft gevoerd, zal het aantal bestede uren worden gematigd tot 17,80 uur tegen een uurtarief van € 245,– exclusief btw, vermeerderd met 6% kantoorkosten en € 24,18 ter zake reiskosten. Het deel van de gemaakte kosten dat in redelijkheid ten laste van HDI-Gerling dient te komen wordt derhalve begroot op € 5.695,60, inclusief € 78,– griffierecht.
 met veroordeling van HDI-Gerling in de kosten van de procedure  Nu de aansprakelijkheid van HDI-Gerling vast staat, zal de rechtbank HDI-Gerling overeenkomstig het verzoek daartoe van [verzoeker] veroordelen tot betaling van de met het deelgeschil gemoeide kosten, zoals hiervoor begroot.

Toch een remmetje op het ongebreideld vorderen van kosten rechtsbijstand als de omvang van de overige schade niet vaststaat.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: