Verzoek leent zich niet voor deelgeschil. Gemoeide investering weegt niet op tegen de totstandkoming van een minnelijke regeling.

Rechtbank Den Haag 2 juni 2016

Deelgeschil. Verzoek tot dooronderhandelen na eenzijdige beëindiging door verzekering na slotuitkering. Verzoek leent zich niet voor deelgeschil. Niet onderbouwd dat onvoldoende schade is uitgekeerd.

Verzoek Rechtbank
 [verzoekster] verzoekt – na wijziging verzoek en zakelijk weergegeven – bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”): te bepalen dat haar klachten, bestaande uit: pijn in de rug, pijn in de nek, hoofdpijn, vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen, gebrek aan energie, en psychische klachten zoals geduid in het expertiserapport van neuroloog prof. dr. [B] van 12 augustus 2015 in juridisch causaal verband staan tot de [verzoekster] op 30 mei 2012 en 22 december 2012 overkomen ongevallen,

Delta Lloyd te bevelen binnen een door de rechtbank te bepalen termijn medewerking te verlenen aan het in het kader van de verdere schaderegeling op gezamenlijk verzoek laten uitvoeren van een deskundigenonderzoek door een verzekeringsarts, hierbij de leidraad deskundigenonderzoeken in acht te nemen en te bepalen dat Delta Lloyd alle hiermee verband houdende redelijke buitengerechtelijke kosten voor haar rekening dient te nemen,

De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Daarbij neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat Delta Lloyd inmiddels een aanzienlijk bedrag aan [verzoekster] heeft voldaan, terwijl [verzoekster] heeft nagelaten op enigerlei wijze te onderbouwen dat de door haar geleden en voor vergoeding in aanmerking komende schade daadwerkelijk meer bedraagt dan het bedrag dat Delta Lloyd inmiddels heeft uitgekeerd. Onder de gegeven omstandigheden volstaat daartoe niet de enkele mededeling dat Delta Lloyd bij haar schadeberekening is uitgegaan van een vergoeding tot en met het jaar 2018.

Voor de onderhavige zaak is … van belang dat (1) Delta Lloyd reeds een aanzienlijk bedrag heeft uitgekeerd, (2) [verzoekster] heeft nagelaten haar stelling dat die uitkering ontoereikend is te onderbouwen, (3) reeds een mediation heeft plaatsgevonden die niet tot een minnelijke regeling heeft geleid, en (4) [verzoekster] , zoals Delta Lloyd terecht aanvoert, heeft nagelaten ook ASR in dit deelgeschil te betrekken, zodat ASR aan de beschikking in deelgeschil niet gebonden is. Onder die omstandigheden leent het verzoek zich niet voor behandeling in deelgeschil nu naar het oordeel van de rechtbank de in verband met voornoemde punten gemoeide investering in tijd, geld en moeite niet opweegt tegen het belang van de vordering en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een minnelijke regeling kan leveren, zodat het verzoek op grond van artikel 1019z Rv moet worden afgewezen.

 op grond van artikel 1019aa Rv de kosten van deze procedure te begroten op € 5.427,50 en Delta Lloyd te bevelen dit bedrag binnen zeven dagen na de te wijzen beschikking te vergoeden door overmaking aan de gemachtigde van [verzoekster] . Ook als het verzoek wordt afgewezen dient in beginsel op grond van artikel 1019aa Rv begroting plaats te vinden van de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt. Hierbij dient de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden: het dient redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten dient eveneens redelijk te zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen (TK 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 12). In dat geval kan begroting van de kosten achterwege blijven.

Mr. Baggerman vordert op de voet van artikel 1019aa Rv in totaal € 5.427,50. Daarbij is hij uitgegaan van 17 uur à € 250 per uur. Delta Lloyd heeft bezwaar gemaakt tegen het aantal in rekening gebrachte uren, gezien de hoogte van het uurtarief. Zij is van oordeel dat, uitgaande van een uurtarief van € 250, een aantal van 10 uren redelijk is.

… De rechtbank is van oordeel dat in het licht van de op grond van het gehanteerde uurtarief te verwachten specialisatie en met het oog op de duur van de mondelinge behandeling een tijdsbesteding van dertien uren voor de deelgeschilprocedure redelijk is. De rechtbank zal de kosten dan ook begroten op een bedrag van € 3.932,50 (13 uur x € 250, vermeerderd met 21% BTW). Deze kosten zullen worden vermeerderd met het door [verzoekster] betaalde griffierecht van € 250, zodat het totaal uitkomt op een bedrag van € 4.217,50.

De rechtbank zal de verzochte veroordeling tot betaling door Delta Lloyd van de kosten van het deelgeschil afwijzen en volstaan met de begroting daarvan. Reden hiervoor is dat pas wanneer duidelijk is dat Delta Lloyd gehouden is om meer te vergoeden dan het bedrag dat zij reeds heeft uitgekeerd, vaststaat dat [verzoekster] het onderhavige deelgeschil terecht heeft ingesteld en het redelijk is dat Delta Lloyd de kosten van dat deelgeschil draagt.

 

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: