Verpleegkundige valt in ziekenhuis. Aansprakelijkheid komt in deelgeschil onvoldoende vast te staan.

Midden-Nederland 23 12 2015

Verpleegkundige valt op het werk, plasje water? Toedracht niet goed duidelijk, dus ook niet duidelijk of er 7:658 BW of 6:174 BW aansprakelijkheid is.

Verzoek Rechtbank
 te bepalen dat het ziekenhuis en Centramed aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval dat [VERZOEKSTER] in de uitoefening van haar werkzaamheden is overkomen op 23 juli 2010  Waardoor [VERZOEKSTER] ten val is gekomen is (in deze procedure) niet duidelijk geworden. Hetgeen [VERZOEKSTER] daarover stelt, wordt betwist door het ziekenhuis. De toedracht kan ook niet aan de hand van de stukken die deel uitmaken van het procesdossier worden vastgesteld. In het verlengde daarvan kan de kantonrechter, indien sprake zou zijn van lekkage, dus ook niet vaststellen of het ziekenhuis aan haar zorgplicht heeft voldaan. Omdat de toedracht niet vaststaat, valt evenmin te beoordelen of de val van [VERZOEKSTER] aangemerkt moet worden als een “huis- tuin- en keukensituatie”, waarvoor het ziekenhuis niet aansprakelijk is. Dit betekent dat een en ander door middel van nadere onderbouwing en/of bewijslevering (door het ziekenhuis) duidelijk moet worden. In het kader van deze deelgeschilprocedure is daarvoor in principe echter geen ruimte. De kantonrechter ziet in dit geval ook geen aanleiding om op dat uitgangspunt een uit zondering te maken.
 Ondanks dat het verzoek zal worden afgewezen, overweegt de kantonrechter ten aanzien van de verzochte vaststelling van aansprakelijkheid van Centramed jegens [VERZOEKSTER] als volgt. Artikel 7:954 levert geen zelfstandige grond op voor aansprakelijkheid van een verzekeraar ten opzichte van een benadeelde. Aan het artikel kan slechts de bevoegdheid van een benadeelde worden ontleend om rechtstreeks van de verzekeraar betaling te vorderen van datgene dat degene die voor de schade aansprakelijk is uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst van de verzekeraar te vorderen zou hebben.
 de kosten van dit deelgeschil te begroten op E 3.800,00 exclusief btw en griffierecht en het ziekenhuis en Centramed te veroordelen tot betaling van deze kosten.  Het aan het deelgeschil bestede en opgegeven aantal uren is daarmee naar het oordeel van de  rechtbank in overeenstemming. De met de opstelling van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak gemoeide, redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW  zullen door de rechtbank dan ook worden begroot overeenkomstig het verzoek van [VERZOEKSTER] op E 3.800,00 inclusief btw, te vermeerderen met het door betaalde griffierecht van E 78,00. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de rechtbank de kosten slechts begroten en niet tevens een veroordeling tot betaling daarvan uitspreken.

Als feiten onvoldoende duidelijk zijn is deelgeschil niet geschikt.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: