Achteruitrijden om parkeerplaats in te rijden versus auto die uit parkeervak wegrijdt: 50-50

Rechtbank Midden Nederland 9 december 2015 : 50-50
Auto parkeert achteruit in een ander rijdt weg uit parkeerstand. Verzekeraar regelde 50-50 en dat vond de rechtbank ook juist.
Verzoek Rechtbank
 voor recht verklaart dat ASR volledig aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval dat haar op 29 oktober 2011 is overkomen.  4.8. Het oordeel dat [VERZOEKER] voor de helft heeft bijgedragen aan het ontstaan van de aanrijding leidt er toe dat de schadevergoedingsverplichting van ASR in beginsel wordt verminderd met 50%. In beginsel, omdat de rechter op grond van de billijkheid tot een andere verdeling kan komen of kan bepalen dat de aansprakelijkheid volledig in stand blijft of geheel vervalt. Voor een dergelijke correctie ziet de rechtbank echter geen grond. De enkele opmerking van [VERZOEKER] dat er onder omstandigheden rekening moet worden gehouden met de billijkheidscorrectie, aangezien [VERZOEKER] letsel heeft opgelopen waardoor onder andere vertraging is opgetreden in de voortgang van de studie, acht de rechtbank te vaag om aan te merken als een gefundeerd beroep op de billijkheidscorrectie. Ook in de overige feiten en omstandigheden ziet de rechtbank geen grond om tot een andere verdeling van de schade te komen.
 [VERZOEKER] maakt aanspraak op een bedrag van € 3.463,02 (10 uur tegen een uurtarief van € 270,00 te vermeerderen met 6% kantoorkosten en 21% BTW  Deze zaak betreft naar het oordeel van de rechtbank een voor wat betreft de omvang en complexiteit ervan beperkt en overzichtelijk deelgeschil. Een tijdsbesteding van 10 uur tegen een specialistentarief van € 270,00 is daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet in overeenstemming. De rechtbank ziet daarom aanleiding het gehanteerde uurtarief te matigen. De met de opstelling van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak gemoeide, redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de rechtbank worden begroot op 10 uren x € 225,00 inclusief 21% BTW en 6% kantoorkosten, derhalve op € 2.885,85, te vermeerderen met het door [VERZOEKER] betaalde griffierecht van € 285,00

De rechtbank overweegt dat, indien de schadevergoedingsplicht op grond van artikel 6:101 BW evenredig met de mate van eigen schuld van de benadeelde wordt verminderd, ook de verplichting om de in artikel 6:96 lid 2 BW bedoelde kosten te vergoeden in beginsel in dezelfde mate verminderd dient te worden. Dit geldt ook voor de kosten van de behandeling van het deelgeschil, nu deze op grond van artikel 1019aa lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hebben te gelden als kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW. ASR zal daarom worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.585,42 (50% van 3.170,85) aan [VERZOEKER].

Ook dat is het gevolg van de Wet Deelgeschillen. Een verzekeraar die meteen het goede standpunt inneemt wordt toch geconfronteerd met extra kosten. Baat het net dan schaadt het ook niet echt voor de verzoeker. Is niet erg, maar het vergt veel “handlingskosten”.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: