Voorrangskwestie en iets te hard rijden: geen volledige aansprakelijkheid voorrangsgerechtigde en dus afwijzing verzoek

Rechtbank Noord-Nederland 5 juni 2015
aansprakelijkheid aanrijding met dodelijke afloop. Verzoeker geeft geen voorrang, verweerder rijdt (aantoonbaar 4 km/u) te hard.
Verzoek Rechtbank
voor recht te verklaren dat verweerders volledig aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval dat op 23 oktober 2011 aan [verzoeker] en [passagier 1] is overkomen;

Onder de gegeven omstandigheden was er naar het oordeel van de rechtbank voor [verweerder 1] geen aanleiding te veronderstellen dat [verzoeker] hem geen voorrang zou verlenen en kan niet worden aangenomen dat [verweerder 1] voorrang heeft genomen. Vorenstaande leidt er toe dat van volledige aansprakelijkheid aan de zijde van [verweerder 1] en Univé geen sprake is, zodat de verzochte verklaring voor recht zal worden afgewezen.

Aannemelijk is echter dat de snelheid van [verweerder 1] van 84 km/u, in plaats van de toegestane snelheid van 80 km/u, de botsing tegen de auto en de kracht daarvan hebben verhevigd en [verweerder 1] het kruisingsvlak eerder heeft bereikt. Bij een snelheid van 80 km/u was het botspunt naar alle waarschijnlijkheid anders geweest en waren de botssnelheid en de botsenergie anders geweest. Dit is [verweerder 1] aan te rekenen, vooral ook omdat hij door een verkeersbord was gewaarschuwd dat hij een gevaarlijke kruising naderde. Met toepassing van artikel 6:101 BW oordeelt de rechtbank dat [verweerder 1], door de maximum snelheid te overschrijden, toerekenbaar heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade als gevolg van het ongeval. De rechtbank geeft partijen in overweging dit bij eventuele verdere besprekingen te betrekken, waarbij de rechtbank voorshands van oordeel is dat de verkeersfout van [verzoeker] in sterk overwegende mate tot de schade heeft bijgedragen.

met begroting van de kosten van [verzoeker] zoals bedoeld in art. 1019aa Rv op het begrote bedrag, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

Ook indien het verzoek niet wordt toegewezen dient de rechter conform artikel 1019aa Rv de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door letsel lijdt in de beschikking te begroten en daarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 BW in aanmerking te nemen. Daarbij dient de rechter de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets te hanteren: het dient redelijk te zijn dat deze kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten dient eveneens redelijk te zijn.

[verzoeker] heeft de kosten begroot op een totaalbedrag van € 4.809,10. Dit bedrag is opgebouwd uit het griffierecht van € 78,00 en 17 uren voor de advocaat x het uurtarief van € 230,00, te vermeerderen met 21% BTW. [verweerder 1] heeft verweer gevoerd tegen het begrote aantal uren. De rechtbank acht het totale aantal van 17 uren dat mr. Rittersma aan dit deelgeschil heeft besteed verdedigbaar en niet onredelijk. De rechtbank begroot de kosten van dit deelgeschil dan ook conform het verzoek van [verzoeker] op een bedrag van € 4.809,10, inclusief BTW en griffierecht.

 met veroordeling van Univé tot betaling van een voorschot op de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 3.861,55 terzake de kosten van het technisch ongevallenonderzoek door Baan Hofman Ongevallen Analyse;  geen veroordeling nu er geen aanpsrakelijkheid is
 met bepaling dat de kosten zoals bedoeld onder b) binnen 14 dagen na dagtekening van de beschikking aan [verzoeker] moeten worden voldaan met verklaring dat deze kosten uitvoerbaar bij voorraad zullen zijn en dat wettelijke rente zonder aanzegging verschuldigd zal zijn als niet binnen deze termijn is voldaan;  idem
 subsidiair: iedere beslissing op het verzoek van [verzoeker] uit te stellen en partijen in de gelegenheid te stellen deze instructies te entameren tot het moment dat van de zijde van [verzoeker] in de vorm van een aanvullend onderzoek of brief aan de rechtbank wordt verzocht om een beschikking op onderhavig verzoek ex art. 1019w Rv te geven, althans tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen moment.  hierover volgt geen uitspraak, nu het subsidiair is gevorderd

Aansprakelijkheid: afwijzen begrijpelijk. (Nota Bene, op enig moment is een aanbod gedaan van 50%!) Bijdrage van extra 4 km/u aan ontstaan ongeval is toch eigenlijk verwaarloosbaar. Een aansprakelijke partij die als verweer zou voeren dat het slachtoffer de snelheid van 80 km/u met wel 4 km/u heeft overschreden zou al vlot verketterd worden…

 

Verzoeker past hier een trucje toe door subsidiair het aanhouden van het deelgeschil te vragen. Aardige salamitactiek met als waarschijnlijk doel de mogelijkheid te hebben een volledige procedure te voeren met veel kosten die dan ten laste van de aansprakelijkheidsverzekeraar moeten komen. Dat gaat langzamer dan gewoon het starten van een bodemprocedure, zodat dit geen goed gebruik van de deelgeschilprocedure lijkt te zijn.

Het ziet er naar uit dat een subsidiair verzoek met betrekking tot de aansprakelijkheid (dus niet een verzoek om volledige aansprakelijkheid maar een in goede justitie te bepalen deel) meteen tot een beslissing van deze rechtbank had geleid.

Verweerder -die ook letsel opliep- zou wellicht zelf maar even een deelgeschil moeten opstarten, of zou de aansprakelijkheidsverzekeraar van verzoeker de aansprakelijkheid volledig hebben erkend? Dat lijkt begrijpelijk.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: