Beperkte duur van het lijden niet van invloed op hoogte smartengeld

Rechtbank Overijssel 23 februari 2015
Hoge dwarslaesie als gevolg van aanrijding voetganger (54) op zebrapad. Verstikkingsdreiging en –angst. Kwaliteit van leven gereduceerd tot die van de armste soort. Betrokkene overleden na 3 maanden. Verschil van inzicht omtrent hoogte van aan het lijden te verbinden smartengeld in verband met drukkend effect van beperkte tijdsduur van het lijden. Compensatie en genoegdoening.
Verzoek Rechtbank

Univé gehouden is binnen 14 dagen na datum van de beschikking een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ter zake van smartengeld gelegen tussen € 150.000,- en € 300.000,- aan [verzoekster] te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het ongeval, derhalve vanaf 24 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie meent te behoren;

 De aard van de aansprakelijkheid betreft de aansprakelijkheid in het verkeer van de bestuurder van een motorvoertuig die [A] – overstekend op het zebrapad waar hij zich veilig mocht wanen – als gevolg van roekeloos rijgedrag heeft aangereden. De zwaarte van het aan de bestuurder te maken verwijt is zeer aanzienlijk. Het letsel, dat [A] als gevolg van het ongeval ten deel is gevallen en dat aangemerkt moet worden als letsel van de zwaarste categorie, heeft voor hem een intens lijden met zich gebracht. [A], voorheen echtgenoot en vader van vier dochters, als “familie-man” zeer betrokken bij zijn gezin met een actief en sociaal leven, was fysiek tot nagenoeg niets meer in staat als gevolg van de hoge dwarslaesie. Door het ongeval was hij compleet verlamd aan armen en benen, incontinent, en totaal afhankelijk geworden van de hulp van anderen bij alle dagelijkse levensbehoeften. Daarnaast leidde de kunstmatige beademing tot zoveel complicaties dat [A], die fysiek niet in staat was om de verpleging te alarmeren bij calamiteiten, als gevolg daarvan met de angst heeft moeten leven om onvoldoende beademd te worden en te stikken. Hoewel hij na het ongeval korte tijd heeft geleefd, heeft hij zeer bewust dit ernstig lijden, naar is betoogd in de eenzaamheid van het verpleeghuis en niet langer temidden van zijn gezin en in de wetenschap dat zijn hobby’s zeilen en musiceren met het gezin niet meer mogelijk zouden zijn, moeten ondergaan. [A] heeft daarnaast niet of moeizaam kunnen spreken. Gelet op al deze omstandigheden en op de bedragen die recent (in 2013 en 2014) door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank een vergoeding van €125.000,- billijk.
 Univé gehouden is binnen 14 dagen na datum van deze beschikking de openstaande facturen ter zake van buitengerechtelijke kosten groot € 7.083,86 aan [verzoekster] te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van verzending van de respectieve facturen tot aan het moment der algehele voldoening;

[verzoekster] verzoekt Univé tevens te veroordelen tot betaling van de openstaande facturen voor de buitengerechtelijke kosten ad € 7.083,86. Univé is van mening dat het in rekening gebrachte bedrag de dubbele redelijkheidstoets niet kan doorstaan.Bij de beoordeling van dit verzoek stelt de rechtbank voorop dat de kosten waarvan betaling wordt gevraagd, voor vergoeding in aanmerking komen wanneer sprake is van redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW. Bij de beoordeling van het verzoek zal de rechtbank de zogenoemde dubbele redelijkheidstoets hanteren. Dit betekent dat zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten redelijk moeten zijn.

Onbetwist is dat Univé inmiddels een bedrag van € 13.754,16 heeft bevoorschot. Ondanks de gestelde vele werkzaamheden heeft [verzoekster] niet, althans onvoldoende onderbouwd waarom het redelijk geacht moet worden dat Univé ook de thans nog verzochte buitengerechtelijke kosten voor haar rekening dient te nemen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen

  Univé gehouden is de kosten voor deze procedure te vergoeden gebaseerd op het door de advocaat gehanteerde uurtarief van € 245,– , exclusief 7 % kantoorkosten en btw, alsmede het griffierecht. De rechtbank zal de kosten van het deelgeschil als volgt begroten. De onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de rechtbank weliswaar een overzichtelijk, maar inhoudelijk complex deelgeschil. Het daaraan opgegeven aantal uren is echter, gelet op de factor ervaring gerelateerd aan het door de raadsvrouwe gehanteerde uurtarief van € 245,00, aan de hoge kant. Al met al acht de rechtbank het redelijk om uit te gaan van 15 uren, waarbij de zitting en de pleitnota zijn inbegrepen. De toepassing van 7% kantoorkosten is niet weersproken evenmin als de vergoeding van het griffierecht. Univé zal dienovereenkomstig tot betaling aan [verzoekster] worden veroordeeld.

Natuurlijk een heel verdrietige zaak, waarbij de vraag kan rijzen wat nu de gewonde heeft aan het toegekende smartengeld. Het antwoord daarop is duidelijk: niets… Toch vindt de rechtbank het dan niet redelijk om een beperking aan te brengen. Het trieste karakter van het voroval maar wellicht ook de kennelijke roekeloze veroorzaking heeft daarbij wellicht een rol gespeeld.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: