Aanpassing van tribunetrap in sporthal na ongeval betekent niet dat de trap voordien gebrekkig was.

Rechtbank Den Haag, d.d. 10 maart 2015
Val van tribunetrap in sporthal door misstap. Trap met treden met verschillende diepte. Op een tribune dient extra oplettendheid in acht te worden genomen. Geen gebrekkig opstal of onrechtmatige daad. De val is het gevolg van onvoldoende oplettenheid. Dat de situatie na het ongeval is aangepast, betekent onder de gegeven omstandigheden niet dat de trap voordien gebrekkig was.
Verzoek Rechtbank
 te verklaren voor recht dat de gemeente jegens [verzoekster] aansprakelijk is voor de door [verzoekster] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval van 12 februari 2012;  De kantonrechter is namelijk van oordeel dat ten tijde van het ongeval geen sprake was van een gebrekkig opstal als bedoeld in artikel 6:174 BW. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.De rechtbank stelt voorop dat bij het beklimmen en afdalen van trappen van tribunes een extra oplettendheid en voorzichtigheid dient te worden betracht omdat het een feit van algemene bekendheid is dat de trappen van tribunes (of het nu gaat om sporthallen, stadions of concert- en theaterzalen) afwijken van een standaard trap en ook de afstand van de te nemen treden voortdurend kan wijzigen, al naar gelang de constructie van de tribune en de plaatsing van de stoelen. Die oplettendheid is ook geboden omdat in veel gevallen – zoals ook in het onderhavige geval – geen trapleuningen aanwezig zijn omdat de constructie van een tribune dat niet toelaat.De omstandigheid dat de gemeente de tribune enkele maanden na het ongeval van [verzoekster] heeft aangepast, maakt wellicht dat de situatie thans veiliger is dan voorheen, maar hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat de tribune voorheen gebrekkig was. Voor zover [verzoekster] heeft gesteld dat in de nieuwe situatie de treden in een sterk van de tribune afwijkende kleur zijn geverfd, geldt dat ook in de oude situatie de kleur van de treden afweek van de kleur van de tribune, zoals uit de in het geding gebrachte foto’s blijkt. Daarmee had de gemeente voldaan aan haar – uit het ontbreken van een trapleuning voortvloeiende – verplichting om er voor te zorgen dat de vorm en afmeting van de verschillende treden, en daarmee de afwijking vanaf trede 7, voldoende kenbaar was voor bezoekers. Tot slot leidt de afwezigheid van antislipstroken in de oude situatie er niet toe dat de trap toen gebrekkig was, waarbij van belang is dat [verzoekster] niet heeft gesteld dat zij is uitgegleden, maar een misstap heeft gemaakt vanwege de diepte van trede 7, zodat causaal verband ontbreekt.

Het voorgaande leidt ertoe dat de gemeente niet op grond van de artikelen 6:174 en/of 6:162 BW aansprakelijk is voor het ongeval.

Gelet op het voorgaande zullen de verzoeken om een verklaring voor recht en om een voorschot worden afgewezen.

 de gemeente c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] binnen veertien dagen na deze beschikking van een voorschot van € 4.500 op de nader vast te stellen materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de beschikking tot aan die der algehele voldoening  zie hierboven
 de kosten van [verzoekster] – vermeerderd met het griffierecht – te begroten op 27 uur en het uurtarief te bepalen op € 240 exclusief 6% kantoorkosten en 21% BTW en derhalve de betreffende kosten te begroten op € 6.480 exclusief kantoorkosten en BTW, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, en de gemeente c.s. te veroordelen tot betaling van dit bedrag op de derdenrekening van Ace Letselschade Advocaten binnen vijf werkdagen na deze beschikking.  De rechtbank is van oordeel dat in het licht van de op grond van het gehanteerde uurtarief te verwachten specialisatie een tijdsbesteding van 14 uren voor de deelgeschilprocedure redelijk is. De kantonrechter zal de kosten dan ook begroten op een bedrag van € 4.309,54 (14 uur x € 240, vermeerderd met kantooropslag van 6% en BTW van 21%). Deze kosten zullen worden vermeerderd met het door [verzoekster] betaalde griffierecht van € 219, zodat het totaal uitkomt op een bedrag van € 4.528,54.Nu de kantonrechter de vermeende aansprakelijkheid van de gemeente voor de gevolgen van het ongeval niet heeft vastgesteld, zal het verzoek te bepalen dat de gemeente c.s. de kosten van dit deelgeschil aan Ace Letselschade Advocaten dient te betalen worden afgewezen. Dit betekent dat het onder rov. 4.13. begrote bedrag uitsluitend verschuldigd is indien de aansprakelijkheid van de gemeente alsnog in rechte komt vast te staan en het begrote bedrag met het oog op de uiteindelijk vast te stellen schade aan de hiervoor genoemde dubbele redelijkheidstoets voldoet. Het is – indien het zover komt – dan ook aan de bodemrechter om uiteindelijk te bepalen of het begrote bedrag volledig voor vergoeding in aanmerking komt.

Kennelijk zaak met beperkt financieel belang (< € 25000,–, sector kanton). Dan wel € 4.500,– kosten in de begroting. Zo’n bedrag moet ook de verwerende partij uitgeven… Erg leuk dat een foto in het vonnis is opgenomen. Dat maakt de zaak duidelijk!

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: