Aansprakelijkheidsvraag leent zich niet voor deelgeschil: teveel uitzoekwerk

Rechtbank Den Haag 1 mei 2014
Letselschade. Ongeval met politieboot. Dienstongeval ambtenaar. Bevoegdheid civiele rechter. Verzoek afgewezen op grond van artikel 1019z Rv. (teveel uitzoekwerk…) Begroting van de kosten, geen veroordeling.
Verzoek Rechtbank
 voor recht te verklaren dat de Politie bij de oefening met de snelle boot niet heeft voldaan aan haar zorgplicht jegens [verzoekster], waardoor de Politie aansprakelijk is en gehouden de schade als gevolg van het ongeval te vergoeden  Met de Politie is de rechtbank van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. Daartoe is allereerst van belang dat ter zitting duidelijk is geworden dat de relevante feiten in deze zaak nog altijd niet vast staan. De feitelijke discussie tussen partijen spitst zich vooral toe op de gebruikte boot en de rol van de stuurman. Zo stelt [verzoekster] dat de Politie bij de oefening een boot heeft gebruikt die voorzien was van een voor dat type te zware motor (75 pk in plaats van 60 dan wel 45 pk) en dat op de plek waar [verzoekster] zat noch een kussen, noch een handgreep of reling voorhanden was. De Politie betwist dat. Volgens de Politie was de motor niet te zwaar en bestond er voor [verzoekster] voldoende gelegenheid zich vast te houden. In dat kader heeft de Politie naar voren gebracht dat de door [verzoekster] overgelegde foto’s van een Big Buster niet overeenkomen met de door de Politie gebruikte boot. De bewuste boot zou volgens de politie door de bouwer op diverse punten aan de eisen van de politie zijn aangepast. Ten aanzien van de rol van de stuurman bij het ontstaan van het ongeval staan de door hem gegeven instructies en waarschuwingen tussen partijen evenmin vast. Nader feiten onderzoek is dus nodig. Los daarvan is duidelijk geworden dat partijen ook diepgaand van mening verschillen over de omvang van de schade.Nu naar de feiten in deze zaak op meerdere punten nog nader onderzoek dient te worden gedaan, leent het verzoek van [verzoekster] zich niet voor beoordeling in deelgeschil en zal het verzoek op grond van artikel 1019z Rv worden afgewezen. De bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst weegt op grond van het bovenstaande niet op tegen de kosten en het tijdverloop van deze procedure. Het verzoek de zaak aan te houden totdat een voorlopig getuigenverhoor is gehouden zal worden afgewezen.
 met begroting en veroordeling van de Politie in de proceskosten ad € 4.537,50 (inclusief btw).  Ter zitting zijn alle twistpunten tussen partijen pas in volle omvang duidelijk geworden naar aanleiding waarvan de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat het geschil zich niet leent voor een behandeling in een deelgeschillenprocedure. De rechtbank zal dan ook overgaan tot begroting van de kosten.De rechtbank acht het door mr. Van gehanteerde uurtarief, voor een particuliere cliënt in een niet bijzonder complexe zaak als deze, bovenmatig en zal het uurtarief, conform het verzoek van de Politie, vaststellen op € 245,00. De rechtbank begroot de kosten dan ook op een bedrag van € 3.705,63 (12,5 uren x € 245,00 x 21% btw), te vermeerderen met het door [verzoekster] betaalde griffierecht ad € 274,00, zijnde derhalve in totaal een bedrag van € 3.979,63. Aangezien de aansprakelijkheid van de Politie voor de gevolgen van het [verzoekster] overkomen ongeval (nog) niet vast staat, is de verzochte veroordeling van de Politie tot voldoening van deze kosten niet toewijsbaar.

Methodisch een begrijpelijke uitspraak. Toch is het wat bijzonder dat de rechtbank vaststelt dat ter zitting is gebleken dat er van-alles-en-nog-wat niet duidelijk was. Dat was dan toch vast vóór de zitting ook niet duidelijk en dan is er (dus) geen deelgeschil mogelijk.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: