Belgisch recht van toepassing dus medische expertise door Belgische deskundige. Geen voorschotten in deelgeschil….

Rechtbank Rotterdam 31 oktober 2013
Nederlandse rechter is bevoegd. Nu het ongeval in België heeft plaatsgevonden is aan de hand van het Haagse Verdrag Belgisch recht van toepassing. Dient de medische expertise dan te geschieden door een Nederlandse medisch specialist of een Belgisch medisch specialist?  Een  Belgische is dan logisch…

Verzoek Rechtbank
te beslissen dat een medische expertise in deze zaak in Nederland dient te geschieden door een Nederlandse medisch specialist, op basis van de IWMD-vraagstelling causaal verband bij ongeval en dat AXA de kosten van deze expertise voor haar rekening dient te nemen; De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak een in België werkzame deskundige dient te worden benoemd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.Daargelaten de toepasselijkheid van de procesregels uit het Nederlands Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (het formele procesrecht), dient het bestaan en de aard van het letsel en de schade die voor vergoeding in aanmerking komt volgens het Belgische recht plaats te vinden (vide artikel 8 van het Haags Verkeersongevallenverdrag).De werkwijze in België om het bestaan en de aard van het letsel, het causaal verband met het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade (rechtens) vast te stellen is (wezenlijk) anders dan in Nederland. Een deskundige die werkzaam is in België zal in het algemeen beter op de hoogte zijn van de in België geldende professionele standaard dan een Nederlandse deskundige. De algemeen geformuleerde stellingen van [verzoekster] tegen een medische expertise door een Belgisch deskundige zijn onvoldoende zwaarwegend om anders te oordelen. Gesteld noch gebleken is dat in België geen deskundige op het onderhavige terrein te vinden is (die bovendien voldoende vrijstaat in deze zaak). Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen

AXA te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 25.000,00 als aanvullend voorschot onder algemene titel op de definitieve schadevergoeding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking;  Naar het oordeel van de rechtbank kan de verzochte beslissing met betrekking tot de verzochte (aanvullende) bevoorschotting, niet, althans onvoldoende, bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade. Met (aanvullende) bevoorschotting wordt immers geen einde gemaakt aan het meningsverschil tussen partijen over het bestaan en de aard van het letsel en de schade die voor vergoeding in aanmerking komt, welk meningsverschil klaarblijkelijk in de weg staat aan (verdere) buitengerechtelijke onderhandelingen en het bereiken van een overeenkomst. Het verzoek om AXA tot betaling van een voorschot te veroordelen zal dan ook reeds om die reden worden afgewezen.
de kosten van het deelgeschil overeenkomstig art. 1019aa Rv te begroten op € 1.924,00, vermeerderd met het door [verzoekster] betaalde griffierecht en AXA te veroordelen tot betaling van deze kosten aan [verzoekster] binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking. [verzoekster] maakt aanspraak op een bedrag van € 1.924,00, vermeerderd met het griffierecht. Anders dan AXA is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een volstrekt onnodig of onterecht ingediend verzoek. Voor het oordeel dat de gemaakte kosten niet voor begroting in aanmerking komen moet sprake zijn van misbruik van het processuele middel van een verzoekschrift ex artikel 1019w Rv. Een dergelijk misbruik acht de rechtbank niet aanwezig.

[verzoekster] heeft gesteld dat in totaal 10 uren aan de zaak zijn besteed. Dat tijdsbeslag en het gehanteerde uurtarief (zijnde € 150,00 exclusief 6% kantoorkosten en BTW) komen de rechtbank niet onevenredig respectievelijk onredelijk voor. De rechtbank begroot de kosten mitsdien op € 1.924,00, te vermeerderen met het door [verzoekster] betaalde griffierecht van € 274,00, in totaal dus € 2.198,00.

Nu AXA aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval heeft erkend, zal zij in de hiervoor genoemde kosten worden veroordeeld.

Begrijpelijk oordeel van de Rechtbank Rotterdam. Nu Belgisch recht van toepassing is dient ook de Belgische deskundige de medische expertise uit te voeren. Met een aanvullende bevoorschotting zal geen einde worden gemaakt aan mingingsverschil tussen partijen  en zal dan ook niet kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: