Arbeidsongeval, aansprakelijkheid

Rechtbank Overijssel 17 oktober 2013
Op 13 augustus 2010 is de (onervaren) verzoeker tijdens zijn werkzaamheden bij [verweerster sub 1], bestaande uit onder andere het bewerken van metaal en het bedienen van de halkranen, van een trap naar beneden gevallen. Nadat de een of andere machine abusievelijk aan het werk is gezet. Het lukt de werkgever dan niet om aan te tonen dat er voldoende zorgplicht is uitgeoefend.
Verzoek Rechtbank
 Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift verzocht om vast te stellen dat verweersters volledig (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval dat verzoeker op 13 augustus 2010 is overkomen.  De kantonrechter is van oordeel dat rechtens niet kan worden aangenomen dat verzoeker instructies niet heeft gevolgd. Verzoeker heeft gesteld dat hij bij het beklimmen van de trap het bedieningskastje op zijn rug droeg en het bedieningskastje daarbij niet was uitgeschakeld. Volgens de eigen zienswijze van [verweerster sub 1] is deze werkwijze veilig. Immers [verweerster sub 1] stelt dat door de beschermingsring het kastje niet onbedoeld kan worden bediend. Voorts is op geen enkele wijze door [verweerster sub 1] aannemelijk gemaakt dat verzoeker het kastje bewust heeft bediend. Verzoeker heeft gesteld dat hij dit niet heeft gedaan en er zijn geen directe getuigen van het arbeidsongeval. Het werken met het bedieningskastje op de wijze zoals dit kennelijk is gebeurd kan niet als voldoende veilig worden aangemerkt. Te meer niet omdat verzoeker op het moment van het ongeval niet was gekoppeld aan een ervaren collega maar aan een collega, de heer [T], die nog maar een paar weken werkzaam was bij [verweerster sub 1]. Derhalve zijn verweersters er niet in geslaagd om aan te tonen dat zij hebben voldaan aan de op hen rustende zorgplicht ingevolge artikel 7:658 lid 1 BW.De kantonrechter komt gelet op het bovenstaande tot het oordeel dat verweersters ten opzichte van verzoeker zijn tekortgeschoten in de ex artikel 7:658 lid 1 BW op hen rustende zorgplicht.Kantonrechter bepaalt dat verweersters aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het verzoeker overkomen arbeidsongeval

  Verzoeker heeft daarnaast verzocht om de kosten van rechtsbijstand te begroten en verweersters te veroordelen in de begrote kosten van dit deelgeschil.  Naar het oordeel van de kantonrechter is een tijdsbesteding van 20 uur voor dit deelgeschil (inclusief de zitting) redelijk te noemen. Tegen het gehanteerde uurtarief maken verweersters geen bezwaar. De kantonrechter begroot de kosten dan ook op 20 uur x € 240,00 is € 4.800,00, te vermeerderen met BTW van 21% alsmede met het door verzoeker betaalde griffierecht van € 73,00. Verweersters zullen tot betaling daarvan aan verzoeker worden veroordeeld. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de door verzoeker gevorderde vermeerdering met kantoorkosten van 6% toe te wijzen.

Begrijpelijke uitspraak van de rechtbank dat het werken op de wijze zoals dat in de onderhavige zaak is gebeurd, niet als voldoende veilig kan worden aangemerkt. Het verweer dat het bedieningskastje niet onbedoeld kan worden bediend en het dus niet onveilig is om het bedieningskastje aan te laten staan, gaat dan ook niet op. Zo is het bijvoorbeeld ook mogelijk dat de bovenhijskraan in beweging komt indien een voorwerp tegen de hendel van het bedieningskastje aanstoot.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: