Op de rug van een ander springen tijdens optreden rockband in een cafe in de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig.

Rechtbank Midden-Nederland 31 juli 2013
Knieletsel na valpartij tijdens hossen door kroeg.
Verzoek Rechtbank
 dat ASR c.s. aansprakelijk is voor de gevolgen van het in dit verzoekschrift bedoelde ongeval
Voor de beoordeling of het handelen van [verweerder] onrechtmatig is jegens [verzoeker] is echter niet van doorslaggevend belang of hij [verweerder] daarom expliciet heeft gevraagd, maar of [verweerder] er vanuit mocht gaan of [verzoeker] hem dit toestond. Uit de verklaring van [verzoeker] dat hij het niet erg of vervelend vond dat [verweerder] op zijn rug klom blijkt dat hij er geen bezwaar tegen had. Ook uit het feit dat [verzoeker] niet aan [verweerder] duidelijk heeft gemaakt dat hij onmiddellijk van zijn rug af moest gaan, kan worden afgeleid dat hij de handelwijze van [verweerder] toestond.
Indien er, op grond van het voorgaande, veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat [verweerder] heeft gehandeld met (impliciete) toestemming van [verzoeker] kan niet worden gezegd dat zijn gedraging onrechtmatig was jegens [verzoeker].
Maar ook indien er geen sprake zou zijn van impliciet verleende toestemming door [verzoeker] kan het handelen van [verweerder] niet als onrechtmatig worden aangemerkt, gelet op de context waarin dit heeft plaatsgevonden. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat het bij de groep cafébezoekers waartoe [verzoeker] en [verweerder] behoorden, niet ongebruikelijk was om tijdens een muziekoptreden bij elkaar op de rug te springen. Zo verklaart [A] dat dit vaker gebeurt op feestjes en dat het niet waarschijnlijk is dat [verweerder] heeft gevraagd om op [verzoeker] zijn rug te klimmen, omdat hij dit negen van de tien keer niet vraagt. Deze verklaring duidt er op dat het gedrag van [verweerder] in de gegeven context niet uitzonderlijk werd gevonden. De rechtbank hecht er belang aan dat [verzoeker] zelf heeft verklaard dat je niet naar zo’n avond in het [naam] moet gaan als je dit soort dingen erg vindt. Het op de rug springen is dus een gedraging die – ook volgens [verzoeker] – hoort bij een optreden door een (hardrock)band in het café. Dit blijkt ook uit het feit dat hij, zoals hij heeft verklaard, met [verweerder] op zijn rug nog even heeft staan dansen. De omstandigheid dat dit maar van korte duur is geweest, omdat [verzoeker] daarna is gevallen doet er niet aan af dat het kennelijk zijn bedoeling was dat [verweerder] op zijn rug bleef zitten. Onder deze omstandigheden is dan ook geen sprake van een onverhoedse gebeurtenis waar [verzoeker] in het geheel geen rekening mee hoefde te houden. 
 dat ASR c.s. wordt veroordeeld de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden  Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verweerder] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verzoeker]. Het verzoek te bepalen dat ASR c.s. aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval, evenals het verzoek te bepalen dat ASR c.s. gehouden is de schade die [verzoeker] heeft geleden als gevolg van het ongeval te vergoeden, dienen daarom te worden afgewezen.
 dat de kosten van de behandeling van dit verzoek € 7.130,78 bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de te geven beschikking en  De rechtbank overweegt dat het hier gaat om een zaak met een relatief eenvoudig en overzichtelijk feitencomplex, waarbij de voorliggende rechtsvraag geen specialistische kennis vereist. De rechtbank ziet daarom aanleiding zowel de tijdsbesteding als het gehanteerde tarief te matigen. De rechtbank begroot de kosten van het deelgeschil daarom op € 274,00 voor griffierecht en € 2.925,60 exclusief BTW (12 uur tegen een uurtarief van € 230,00 exclusief 6% kantoorkosten) voor kosten van rechtsbijstand.
 dat ASR c.s. wordt veroordeeld tot betaling daarvan. het verzoek tot veroordeling van ASR c.s. in de kosten van het deelgeschil zal eveneens worden afgewezen, nu is geoordeeld dat ASR c.s. niet aansprakelijk is.

Onder het motto “pech moet weg” wordt wel vaker een deelgeschil aangevangen. Het blijft wat verwarrend dat rechtbanken een behoorlijke willekeur hebben met betrekking tot redelijke uurtarieven. Het zou een hoop tijd schelen als er eenduidigheid kwam in uurtarieven of -nog mooier- een forfaitaire methodiek in de kosten rechtsbijstand in het kader van deelgeschillen. Misschien toch ook nog met een risico bij de gelaedeerde in die zin dat hij ook iets moet betalen als het experimenteergehalte er vanaf druipt???

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: