Whiplashachtige klachten, geen schade aangetoond

LJN: CA3507, Rechtbank Midden-Nederland , C/16/337938 / HA RK 13-50
causaal verband. Uit de rapporten van de deskundigen kan worden afgeleid dat er causaal verband kan worden aangenomen tussen het ongeval en de door de neuroloog gediagnosticeerde posttraumatische hoofd- en nekpijn, maar dat de mate waarin betrokkene stelt deze klachten te ervaren niet objectief kan worden vastgesteld.
Verzoek Rechtbank
 de definitieve rapportages van neuroloog Verhagen en de psychiater Koerselman als uitgangspunt te nemen voor de verdere schaderegeling Anders dan [verzoekster] stelt, bieden de rapporten van Verhagen en Koerselman in hun onderlinge samenhang bezien geen aanknopingpunten om te concluderen dat alle door haar gestelde gezondheidsklachten – door [verzoekster] aangeduid als een blijvend pijnsyndroom en een tijdelijke psychiatrische aandoening – in causaal verband staan met het ongeval.
 de gezondheidsklachten, afwijkingen en beperkingen vast te stellen die het gevolg zijn van het verkeersongeval en die de eventueel door partijen in te schakelen verzekeringsgeneeskundige als basis zal dienen te nemen bij het opstellen van de functionele beperkingenlijst ten behoeve van de berekening van het verlies aan verdienvermogen en de behoefte aan huishoudelijke hulp c.q. de behoefte aan mantelzorg Gelet op hetgeen hiervoor in 4.6 tot en met 4.8 is overwogen heeft als uitgangspunt te gelden dat [verzoekster] als gevolg van het ongeval hoofd- en nekpijn ervaart. ASR is slechts aansprakelijk voor de door [verzoekster] onder 3.3 vermelde schade indien vast komt te staan dat zij vanwege deze klachten beperkingen ondervindt als gevolg waarvan zij duurzaam niet meer in staat is tot het verrichten van betaalde arbeid (al dan niet als inpakster) en/of niet meer in staat is haar huishoudelijke taken te verrichten. Op [verzoekster] rust de bewijslast daarvan. De ter beschikking staande gegevens bieden echter geen aanknopingspunten voor de conclusie van [verzoekster] dat zij als gevolg van het haar overkomen ongeval niet meer in staat is betaalde arbeid te verrichten.
 een voorschot op de nader vast te stellen schadevergoeding uit te keren onder algemene titel van € 20.000,00 althans een in goede justitie te bepalen bedrag.  er zijn onvoldoende aanknopingspunten om de (hoogte van de) gevorderde schade te kunnen vaststellen. Onder deze omstandigheden is er geen grond voor toekenning van een voorschot op de schade.
  betaling van de kosten van deze procedure  De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de behandeling van het verzoek te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen, ook indien een verzoek niet kan worden toegewezen. Deze kosten dienen te voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Voor afwijzing van het verzoek tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil zoals ASR voorstaat ziet de rechtbank geen grond. De vraag welke conclusies uit een deskundigenrapport kunnen worden getrokken is een gebruikelijk verzoek in een deelgeschilprocedure en het is niet onredelijk dat [verzoekster] daarvoor kosten heeft gemaakt.

De rechtbank acht een tijdsbesteding van 11 uur redelijk, gelet op de inhoud van de zaak en de omvang van het dossier. Het door [verzoekster] voorgestelde tarief acht de rechtbank gelet op de specialisatie van de raadsman en de aard van het geschil eveneens gerechtvaardigd, zij het dat voor de tariefverhoging van het eerder gehanteerde tarief van € 230,00 een motivering ontbreekt. Bij de begroting zal de rechtbank daarom uitgaan van een uurtarief van € 230,00 te verhogen met 6% kantoorkosten, (exclusief BTW).
4.19.  Op grond van het voorgaande begroot de rechtbank de kosten van dit deelgeschil op € 2.681,80 exclusief BTW voor advocaatkosten en € 274,00 griffierecht.

Het blijft wat bijzonder dat in feite zonder enig bewijs wordt aanvaard dat er (als gevolg van het ongeval) hoofd- en nekklachten zijn gediagnosticeerd. Juist is wel dat die klachten worden geuit (in rechte bijvoorbeeld). In feite is het slechts zo dat de betrokkene die klachten stelt, terwijl bewijs daarvan in het geheel niet is geleverd. Er zijn aanwijzingen (en wellicht kan gesteld worden dat daarvan wel bewijs is…) dat de klachten die betrokkene stelt te hebben overdreven worden en de vraag rijst dan waarom toch enige klachten worden aangenomen. Uiteindelijk is het resultaat, na veel tijd en enorm veel kosten, dat er geen schade is.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: