Geen eigen schuld kop-staartbotsing. Geen bgk veroordeling. Matiging kosten.

rechtbank Amsterdam 13 juni 2013, LJN: CA3809
Aansprakelijkheid voor kop-staarbotsing in fileverkeer erkend. Beroep op eigen schuld verweer wordt verworpen. Verweerster gehouden tot volledige vergoeding ongevalschade. Geen beslissing over bgk, want zou niet bijdragen aan totstandkoming vok. Uren deelgeschil gematigd. 
Verzoek Rechtbank
Voor recht te verklaren dat de aansprakelijkheid van ABN voor de schade die [A] heeft geleden c.q. nog zal lijden ten gevolge van het verkeersongeval op 8 juni 2012 vast staat en dat ABN gehouden is tot volledige vergoeding van de door [A] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het [A] overkomen ongeval op 8 juni 2012. Tussen partijen is niet in geschil dat op het moment van het ongeval sprake was van langzaam rijdend fileverkeer. Op grond van het aanrijdingsformulier en de overgelegde verklaringen staat vast dat [D] niet tijdig heeft geremd en met de Renault achterop de Volkswagen is gereden. Derhalve is ABN, als WAM-verzekeraar van [D], in beginsel aansprakelijk voor de schade die [A] ten gevolge van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. ABN heeft haar aansprakelijkheid ook erkend. Daarmee is het eerste deel van de door [A] verzochte verklaring voor recht toewijsbaar. Het antwoord op de vraag of ABN dientengevolge ook gehouden is om tot volledige vergoeding van de door [A] geleden en nog te lijden schade over te gaan, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of het verweer van ABN, dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van [A] in de zin van artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek (BW), slaagt. ABN heeft, in het licht van de betwisting van [A], onvoldoende gemotiveerd gesteld dat sprake is van gedrag van [A] dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Vast staat dat de gestelde abrupte invoegmanoeuvre van [A], die blijkens de overgelegde verklaringen overigens alleen door [E] is opgemerkt, reeds enige tijd voor het ontstaan van het ongeval heeft plaatsgevonden, zodat deze daaraan niet heeft bijgedragen. Dat [A] abrupt en zonder noodzaak zou hebben geremd, is, gelet op de gemotiveerde betwisting door [A], niet vast komen te staan. De rechtbank overweegt dat er in een file situatie verschillende mogelijke rijstijlen bestaan. De gestelde wijze waarop [A] reed, namelijk door regelmatig te remmen en het gat met zijn voorligger niet helemaal dicht te rijden, komt de rechtbank geenszins verwijtbaar voor in de gegeven omstandigheden. De rechtbank kan dan ook niet concluderen dat het gedrag van [A] aan het ontstaan van het ongeval heeft bijgedragen. Het beroep van ABN op eigen schuld aan de zijde van [A] zal derhalve worden afgewezen. Dat betekent dat ook de verzochte verklaring voor recht dat ABN gehouden is tot volledige vergoeding van de door [A] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het hem overkomen ongeval op 8 juni 2012 toewijsbaar is. Dat de omvang van het letsel en de daaruit voortvloeiende schade thans nog niet vast staan, doet daar niet aan af.
Veroordeling van ABN tot betaling van EUR 5.177,64 ter zake de kosten van rechtsbijstand gemoeid met het erkend krijgen van de aansprakelijkheid. Er is gesteld noch gebleken dat onenigheid tussen partijen over de betaling van deze buitengerechtelijke kosten aanleiding is geweest voor het vastlopen van de onderhandelingen en dat beoordeling van dit verzoek kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de vordering van [A]. Dit verzoek leent zich dus niet voor behandeling in een deelgeschilprocedure en wordt dus afgewezen.
Veroordeling van ABN tot betaling van EUR 5.542,04 ter zake de kosten van dit deelgeschil. [A] begroot zijn kosten van rechtsbijstand ten behoeve van deze deelgeschilprocedure op EUR 5.524,48 (6,8 uur x EUR 195,00 per uur + 9,1 uur x EUR 238,50 + 6% kantoorkosten + 21% BTW + 3,4 uur x EUR 238,50 per uur + 6% kantoorkosten + 21% BTW).
De rechtbank acht de gehanteerde uurtarieven in een zaak als de onderhavige niet onredelijk. Wel acht de rechtbank, met ABN, het aantal opgevoerde uren bovenmatig. Blijkens de overgelegde urenspecificaties hebben mr. Tempel en mr. Wolf gezamenlijk ongeveer 13,5 uur besteed aan het opstellen van het verzoekschrift. Gelet op de betrekkelijke eenvoud van het verzoek en het gehanteerde hoge uurtarief van mr. Wolf, dat impliceert dat zij een ervaren advocaat is, acht de rechtbank dat niet redelijk. De rechtbank zal de aan het opstellen van het verzoekschrift bestede uren derhalve matigen tot 8,5 uur en het deel van de gemaakte kosten dat in redelijkheid ten laste van ABN dient te komen, begroten op EUR 4.700,00, inclusief EUR 267,00 aan griffierecht.
De rechtbank veroordeelt ABN tot betaling aan [A] van dit bedrag.

Bij de beoordeling van het verzoek om vergoeding van bgk wordt het bijdragen van een eventueel toewijzend oordeel aan een vok strikt geïnterpreteerd, dus volgt afwijzing. Verder is het een goede zaak dat kritisch wordt gekeken naar de aan deze procedure gespendeerde tijd.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: