Geen deelgeschil omdat tegelijk een deskundigenbericht (ter voorbereiding op bodemprocedure) is aangevraagd.

LJN: CA2465, Rechtbank Midden-Nederland , C/16/341767 / HA RK 13-97 MAR
Het verzoek valt op zichzelf binnen de omschrijving van artikel 1019 w Rv, maar wordt afgewezen omdat een beslissing op het verzoek onvoldoende bijdraagt aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1019z Rv nu er vrijwel gelijktijdig met het deelgeschil een verzoek voorlopig deskundigenbericht is ingediend.
Verzoek Rechtbank
 de kosten die [Verzoekster] heeft gemaakt voor herstel van haar beschadigde dentitie als direct ongevalsgevolg, door het moedwillig op haar inrijden door de verzekerde van [Verweerster], betaald dienen te worden door [Verweerster], ten bedrage van € 6.190,92; Hoewel de verzoeken van [Verzoekster] op zichzelf binnen de omschrijving van artikel 1019w Rv vallen, is de rechtbank van oordeel dat een beslissing op het onderhavige verzoek onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1019z Rv en op die grond moet worden afgewezen. Gelijktijdig met dit deelgeschil heeft [Verzoekster] een verzoek voorlopig deskundigenbericht ingediend. Waar de deelgeschilprocedure, zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, tot doel heeft buitengerechtelijke onderhandelingen vlot te trekken en mogelijk definitief af te ronden, dient de verzoekschriftprocedure voorlopig deskundigenbericht het doel het inschatten van de wenselijkheid en haalbaarheid van een (bodem)procedure.
 [Verweerster] gehouden is om voor het verlies van arbeidsvermogen van [Verzoekster], gelet op de materiële kosten zoals gesteld, vanaf datum ongeval tot 1 januari 2014, een voorschot te betalen op het uiteindelijk nader te bepalen verlies aan verdienvermogen van [Verzoekster] voor de gehele looptijd van de arbeidsongeschiktheid, waarvan de details nog nader door de deskundigen gaan worden ingevuld. [Verzoekster] acht het op basis van de overgelegde stukken ter zake realistisch te noemen indien de rechtbank in dat geval een verlies aan verdienenvermogen op maandbasis van (netto) € 1.500,- als richtsnoer wil aanhouden;  Met andere woorden, het indienen van het verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht heeft naar zijn aard – in beginsel – niet het effect dat een ontstane impasse wordt doorbroken en/of onderhandelingen (zullen) worden hervat. [Verzoekster] legt aan haar verzoek in de voorlopig deskundigenberichtprocedure ook expliciet ten grondslag dat de rechter zich in de bodemprocedure waarschijnlijk door (medisch) deskundigen zal willen laten voorlichten, alsmede stelt zij belang te hebben bij benoeming van deskundigen teneinde een goede inschatting te kunnen maken van haar kansen in een eventuele bodemprocedure.
 [Verweerster] aan [Verzoekster] een voorschot dient te betalen ten titel van materiële en immateriële schade ten bedrage van € 45.000,-, exclusief buitengerechtelijke kosten.   Een en ander staat naar het oordeel van de rechtbank echter haaks op het doel dat met het voeren van een deelgeschilprocedure wordt beoogd. Hierbij komt dat niet gebleken is dat [Verweerster] geweigerd heeft om buitengerechtelijk tot benoeming van één of meer deskundigen te komen, maar dat zij dat op dit moment wegens het ontbreken van een medische eindtoestand nog niet zinvol acht. In zoverre kan ook niet worden gezegd dat voldoende is onderhandeld voordat tot een deelgeschilprocedure is besloten. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek (de verzoeken) gezien het bepaalde in artikel 1019z Rv moet (moeten) worden afgewezen.
[Verweerster] gehouden is op de gronden als daartoe aangevoerd in deze, de nota te betalen van de ingeschakelde specialistisch medisch adviseur ad € 2.109,94;

met het verzoek [Verweerster] in de buitengerechtelijke kosten van dit deelgeschil te veroordelen, tot heden in totaal begroot op een bedrag van € 5.018,20.

 Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen zal het verzoek worden afgewezen omdat de verzochte beslissing onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Met de aanwending van de deelgeschilprocedure vrijwel tegelijkertijd met het starten van een voorlopig deskundigenberichtprocedure bestond een reëel risico dat de daarmee gepaard gaande werkzaamheden niet tot enig resultaat zouden leiden, ook al is sprake van een ruime uitleg van het begrip deelgeschil in de parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie. De beslissing op dit punt lag zo voor de hand dat het indienen van het verzoek volstrekt onnodig en onterecht dient te worden geoordeeld. Nu de kosten van de behandeling van het verzoek gelet op het voorgaande niet voor vergoeding in aanmerking komen, kan begroting van deze kosten achterwege blijven.

Op zich een navolgbare redenering van de rechtbank. Wie deze beslissing vergelijkt met andere uitspraken van de rechtbank krabt zich wellicht op het achterhoofd. In deze zaak bijvoorbeeld wel kosten.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: