Causaal verband tussen whiplashachtige klachten en ongeval kan niet worden vastgesteld. Kosten gematigd.

rechtbank Rotterdam, 6 februari 2013, LJN: BZ0819
Aanrijding 2006, aansprakelijkheid erkend. Whiplashachtige klachten. Causaal verband tussen ongeval en klachten kan in deze procedure niet worden vastgesteld. Arbeidsongeschiktheid in zin WAO/WIA is niet bepalend. Kosten deelgeschil gematigd.
Verzoek Rechtbank
Voor recht te verklaren dat de gestelde klachten en beperkingen aan het ongeval moeten worden toegerekend. Op basis van de informatie waarnaar [verzoeker] verwijst en die in dit deelgeschil in het geding is gebracht kan niet kan worden geconcludeerd dat sprake is van causaal verband tussen het ongeval en de gestelde klachten. Uit de overgelegde brieven van de huisarts en de fysiotherapeut kan worden afgeleid dat hun oordeel klaarblijkelijk grotendeels is gebaseerd op de anamnese, waarbij de grondhouding van de behandelend arts zal zijn dat er in beginsel geen reden bestaat om kritisch te onderzoeken of de verstrekte gegevens juist en volledig zijn. Dat is reden om voorzichtig te zijn met het verbinden van juridische gevolgen aan dat oordeel, zowel voor wat betreft het bestaan van klachten en beperkingen als ten aanzien van het causaal verband. Uit het feit dat [verzoeker] (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is in de zin van de sociale verzekeringswetten kan niet zonder meer worden afgeleid dat sprake is van schade in de zin van verlies aan verdienvermogen. [verzoeker] lijkt eraan voorbij te gaan dat de regels die gelden voor de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid ingevolge de WAO of WIA niet overeenkomen met de normen waaraan een vordering vanwege verlies aan verdienvermogen dient te worden getoetst. Voor zover arbeidsongeschiktheid niet samenhangt met ongevalsgevolgen, maar met ongevalsonafhankelijke oorzaken, kan de betreffende daaruit voortvloeiende schade niet zonder meer worden toegerekend aan de ter zake van de ongevalsgevolgen aansprakelijke partij. De aansprakelijke partij dient daarover een volwaardig debat in rechte te kunnen voeren, in welk kader zo nodig ook bewijsvoering, eventueel in de vorm van tegenbewijs, aan de orde kan komen. Ten slotte bevat de informatie waarnaar [verzoeker] verwijst en die in dit deelgeschil in het geding is gebracht geen neurologische gegevens. Eerst is nader onderzoek naar de medische causaliteit nodig voordat de juridische causaliteit kan worden beoordeeld.
De rechtbank kan bij de huidige stand van zaken niet vaststellen dat de klachten van [verzoeker] in causaal verband staan tot het ongeval. [verzoeker] heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat het vereiste causaal verband tussen zijn klachten en het hem overkomen ongeval bestaat. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
Begroting van en veroordeling van Allianz in de kosten van het onderhavige geschil. Gelet op de tekortschietende onderbouwing van het verzoek is het aantal aan de zaak bestede uren naar het oordeel van de rechtbank te hoog. Daarbij heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat, gelet op de beperkte omvang en complexiteit van de onderhavige zaak, bezien in samenhang met de ervaring en het specialisme van mr. Aantjes, haar een uurtarief van € 280,00 (exclusief kantoorkosten en BTW) bovenmatig voorkomt. De rechtbank zal de kosten al met al naar redelijkheid begroten op € 3.000,00, waaronder begrepen het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 267,00.
Nu Allianz aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval heeft erkend, wordt zij in deze kosten veroordeeld.

Verzoeker heeft het causaliteitvraagstuk te makkelijk op het bordje van de deelgeschilrechter gelegd.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: