Verzochte verklaring voor recht inzake medische fout en aansprakelijkheid afgewezen

rechtbank Rotterdam 12 december 2012, LJN: BY6446
Bij liposculptuur is milt geperforeerd. Voor rechtbank is niet voldoende aannemelijk geworden dat medische fout is gemaakt. Verzochte verklaring voor recht inzake medische fout en aansprakelijkheid afgewezen. 
Verzoek Rechtbank
Voor recht verklaren dat bij de ingreep door [Arts] een medische fout is gemaakt en dat de Parkkliniek aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door [Verzoekster] geleden en te lijden schade. Uitgangspunt is dat op [Verzoekster] in beginsel de stelplicht en -in voorkomend geval- de bewijslast rust van de door haar aan haar verzoek ten grondslag gelegde medische fout van [Arts]. Voorzover [Verzoekster] ter verlichting van haar bewijspositie een beroep heeft gedaan op de omkeringsregel gaat dit beroep niet op. Immers, voor toepassing van de omkeringsregel is vereist dat in rechte vaststaat dat sprake is van -kort gezegd- een normschending. In deze zaak staat nu juist centraal de vraag of een norm is geschonden. Totdat die vraag is beantwoord, is geen plaats voor toepassing van de omkeringsregel.Tussen partijen is niet in geschil dat bij de ingreep een complicatie in de vorm van een miltperforatie is opgetreden. Het optreden van een complicatie bij een ingreep rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat een medische fout is gemaakt. Er moet daarom worden nagegaan of er voldoende (overige) aanwijzingen zijn dat er bij de ingreep een medische fout is gemaakt die de miltperforatie kan hebben veroorzaakt.

Op basis van hetgeen [Verzoekster] heeft gesteld in combinatie met de overgelegde medische informatie, waaronder de hiervoor genoemde rapporten van de deskundigen, is niet voldoende aannemelijk geworden dat een medische fout is gemaakt. Dat betekent, nu op [Verzoekster] het bewijsrisico rust, dat geconcludeerd moet worden dat [Verzoekster] niet in dat bewijs is geslaagd, zodat het verzoek dient te worden afgewezen. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat indien deze beoordeling niet in het kader van een deelgeschil, maar in een gewone procedure zou plaatsvinden, de rechtbank op basis van hetgeen thans door [Verzoekster] is gesteld in combinatie met de overgelegde medische informatie, waaronder het rapport van het voorlopig deskundigenonderzoek door [persoon 2], evenmin aanleiding zou zien om zich nader door deskundigen te doen voorlichten.

Begroting van en veroordeling van de Parkkliniek in de kosten van het onderhavige geschil. Dat het verzoek wordt afgewezen betekent niet dat het indienen van het verzoekschrift en het maken van de daarmee gepaard gaande kosten onredelijk was. Het door [Verzoekster] ingediende verzoekschrift kan mede tegen de achtergrond van het nu in deelgeschil gevoerde partijdebat over de voor de aansprakelijkheid van belang zijnde feiten niet bij voorbaat als volstrekt onnodig of kansloos worden beschouwd.De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de complexiteit van de zaak het gevorderde aantal bestede uren (15) de dubbele redelijkheidstoets doorstaat. Het door de advocaat van [Verzoekster] gehanteerde uurtarief van EUR 250,00 vermeerderd met kantoorkosten en BTW (EUR 320,65) komt de rechtbank ook niet onredelijk voor. De rechtbank begroot de kosten van dit deelgeschil daarom op in totaal EUR 5.076,75 (15 uur maal EUR 320,65 vermeerderd met het door [Verzoekster] betaalde griffierecht van EUR 267,00).

Gelet op de bevindingen van de deskundigen is de afwijzing van het verzoek niet verbazingwekkend. Het is maar de vraag of verzoekster uiteindelijk baat zal kunnen hebben bij de begrote kosten.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: