Fietser aansprakelijk voor aanrijding met voetganger, 25% eigen schuld

rechtbank Utrecht 17 oktober 2012, LJN: BY2872
Voetganger – zwaar onder  invloed van alcohol, 2,7 0/00- wordt aangereden door fietser. Fietser aansprakelijk, voetganger 25% eigen schuld, geen billijkheidscorrectie. Verklaring voor recht. Gevorderd voorschot deels toegewezen.  
Verzoek Rechtbank
Verklaring voor recht dat de fietser aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval en primair dat daarop geen schulddeling van toepassing is en subsidiair dat daarop (een door de rechtbank vast te stellen) percentage van eigen schuld wordt toegepast. Aansprakelijkheid fietser
Vaststaat dat [fietser] voor hem uiterst rechts op de weg reed. [verzoeker] liep aan de voor hem uiterst linkerzijde van de weg. Voor zowel [verzoeker] als [fietser] gold dat zij een tamelijk haakse bocht naderden en door de aanwezigheid van de heg geen zicht hadden op wie of wat zich na de bocht bevond. Mede in het licht van artikel 5 Wvw – waarin een algemeen verbod is opgenomen zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd – kon van beiden aanpassing van hun gedrag en/of plaats op de weg worden verlangd. Deze verplichting gold in het bijzonder voor [fietser]. Hij is degene die de bocht (naar rechts) heeft genomen, terwijl [verzoeker] zich nog vlak vóór de bocht bevond. Ook rustte op [fietser] (als bestuurder) ingevolge artikel 19 RVV de verplichting zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [fietser] aan deze verplichtingen onvoldoende uitvoering gegeven. 4.5.  Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [fietser] onrechtmatig jegens [verzoeker] heeft gehandeld (vanwege overtreding van een wettelijke norm en/of vanwege schending van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm), hetgeen hem te verwijten valt en waardoor [verzoeker] (in ieder geval letsel) schade heeft geleden.

Eigen schuld voetganger
Ten aanzien van de vraag of [verzoeker] ook zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van de botsing en daarmee aan het ontstaan van de schade, met andere woorden of [verzoeker] eigen schuld heeft (artikel 6:101 BW), overweegt de rechtbank dat dit inderdaad het geval is. De rechtbank komt tot een percentage eigen schuld van 25%. De rechtbank ziet geen aanleiding nog een billijkheidscorrectie ten gunste van [verzoeker] toe te passen.

Beslissing
De rechtbank verklaart voor recht dat [fietser] aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval, dat ASR 75% van de door [verzoeker] geleden en te lijden schade aan [verzoeker] moet vergoeden en dat 25% van deze schade voor eigen rekening van [verzoeker] blijft.

Betaling van een voorschot van € 10.000,–. Hoeveel de totaal door hem geleden en te lijden schade bedraagt en hoe deze schade is opgebouwd (diverse schadeposten), heeft [verzoeker] niet concreet onderbouwd. Hoewel het debat over causaal verband tussen ongeval en schade door partijen nog verder moet worden voortgezet, is de rechtbank van oordeel dat in de gegeven omstandigheden wel ruimte is voor een voorschot. Voldoende aannemelijk is dat het gevorderde bedrag in een eventuele bodemprocedure aan [verzoeker] bij wijze van schadevergoeding zal worden toegewezen. Mede in verband met eigen schuld, ziet de rechtbank aanleiding het toewijsbare voorschot te beperken tot € 6.000,–.
Begroting van de kosten van deze procedure en veroordeling van ASR tot betaling. De rechtbank begroot de kosten aan de zijde van [verzoeker] op 21,23 uur x € 245,– + 5% kantoorkosten en 19% BTW, in totaal zijnde € 6.499,09. Vermeerderd met het griffierecht ad € 267,– komt dit neer op € 6.766,09. Op deze kosten dient een correctie wegens eigen schuld te worden toegepast zodat wordt toegewezen 75% van € 6.766,09 = € 5.074,57.
Door [verzoeker] is veroordeling van ASR in de kosten van deze procedure gevraagd. Nu hiertegen geen verweer is gevoerd zal het hiervoor onder 4.7. begrote bedrag als kostenveroordeling worden uitgesproken.

De interpretatie van de feitelijke omstandigheden is in deze casus bepalend voor het oordeel over aansprakelijkheid en eigen schuld.
Aangezien niet is gesteld dat een voorschot zal bijdragen aan een vaststellingsovereenkomst, is de toewijzing van een voorschot discutabel. Over de kosten rechtsbijstand wordt wel het vastgestelde eigen schuld percentage toegepast.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: