Verzekeraar mag vragen stellen aan de hand van concept rapport, ook al is termijn (door misverstand) verstreken

LJN: BX5635, Rechtbank Utrecht , 321130 / HA RK 12-146

Als gevolg van een misverstand heeft verzekeraar niet tijdig gereageerd op de conceptrapportage van de door partijen gezamenlijk benaderde deskundige. Rechtbank oordeelt dat verzekeraar alsnog aanvullende vragen mag stellen.

Het verzoek:

  • voor recht te verklaren dat het expertiserapport van 15 februari 2011 opgesteld door Schoutrop als bindend en vaststaand tussen partijen zal gelden en als uitgangspunt zal dienen voor het treffen van een eindregeling in de onderhavige letselschade kwestie zonder dat thans (15 maanden na het onderzoek) door ASR nog aanvullende vragen aan Schoutrop mogen worden gesteld.
  • € 6.075,27 BGK
  • € 10.000 voorschot BGK
  • kosten deelgeschil”[verzoekster] maakt aanspraak op vergoeding van € 6.307,00

De rechtbank:

  • De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat uit de overgelegde producties duidelijk blijkt dat sprake is van een misverstand tussen de medisch adviseur van ASR en GRM, alsmede heeft zij in ogenschouw genomen dat indien ASR tijdig had gereageerd zij ook opmerkingen had kunnen maken en verzoeken had kunnen doen en vragen had kunnen stellen aan de deskundige, qua inhoud van gelijke strekking als de vragen die zij thans wenst voor te leggen. [verzoekster] wordt in dat opzicht dan ook niet in haar belangen geschaad. Bovendien is door ASR voldoende aannemelijk gemaakt dat ASR een redelijk belang heeft bij de beantwoording van de in 2.8. opgenomen vragen die zowel in aantal als wat onderwerp betreft redelijk zijn. Dit betekent dat de gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.
  • BGK redelijk, ondanks wisseling belangenbehartiger
  • voorschot onredelijk
  • De onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de rechtbank een voor wat betreft de omvang en complexiteit daarvan beperkt deelgeschil. Het aan het deelgeschil bestede en opgegeven aantal uren is naar het oordeel van de rechtbank bovenmatig. De met de opstelling van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak gemoeide redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 BW zullen door de rechtbank daarom worden begroot op 13 uren. Gezien de omstandigheid dat mr. De Koning wordt bijgestaan door een juridisch medewerker ziet rechtbank aanleiding het uurtarief te matigen tot € 200,00 (inclusief kantoorkosten, exclusief BTW).

Tja, dit is zo’n voorbeeld waarin de voortgang wordt vertraagd en de kosten worden verhoogd door een deelgeschil….

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: