rechtsverwerking: verzekeraar ageert vergeefs tegen deskundigenberichten

rechtbank Maastricht 1 maart 2012, LJN: BW4587
Verzoeker was betrokken geweest bij verkeersongeval. Aansprakelijkheid erkend door verweerster Reaal. Op gezamenlijk verzoek zijn onderzoeken verricht door neuroloog, neuropsycholoog en psychiater. Volgens verzoeker moet Reaal zich conformeren aan de rapportages. Dit wordt door Reaal betwist.
Voor de rechtbank staat vast dat voor twee van de drie rapportages geldt dat Reaal niet in de gelegenheid is geweest op- en aanmerkingen te maken, dan wel aanvullende vragen of verzoeken te doen. Omdat sinds deze rapportages drie jaar zijn verstreken, heeft Reaal haar rechten verwerkt. Het beroep van Reaal op schending van het beginsel van hoor en wederhoor (welke schending vaststaat) heeft daarom geen effect. Voor de derde rapportage geldt dat Reaal de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen willens en wetens aan zich voorbij heeft laten gaan (Reaal stelde in plaats daarvan een second opinion of een bindend advies voor), zodat het hoor en wederhoor beginsel niet is geschonden en het recht op aanvullende vragen of benoeming van een andere deskundige is verwerkt.
De rechtbank verklaart voor recht dat Reaal aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de onrechtmatige daad van haar verzekerde en bij de begroting van de schade is gebonden aan de drie rapportages. Reaal wordt veroordeeld in de deelgeschilprocedurekosten.

Het is cruciaal om op de juiste wijze en tijdig te ageren tegen een op gezamenlijk verzoek uitgebracht deskundigenbericht.

3. De beoordeling
3.1. Gelet op de samenhang van de verzoeken in conventie en in reconventie, zal de rechtbank deze verzoeken gezamenlijk behandelen. De geschillen in conventie en in reconventie komen in essentie neer op de vraag of de uitgebrachte deskundigenberichten als uitgangspunt moeten/kunnen worden genomen bij de onderhandelingen tussen partijen over de hoogte van de door [eiser] geleden schade.

3.2. De rechtbank stelt voorop dat ook in het geval een deskundige in overleg tussen partijen wordt aangewezen en aan deze vragen worden voorgelegd waarover partijen overeenstemming hebben bereikt, partijen het recht hebben om naar aanleiding van een rapportage op- en aanmerkingen te maken en aanvullende vragen aan de deskundige te stellen, waarop de deskundige dient te reageren. Dit volgt uit het ook in een dergelijk geval te eerbiedigen beginsel van hoor- en wederhoor.

3.3. Vast staat dat Reaal niet in de gelegenheid is geweest op- en aanmerkingen te maken op de rapportage van de deskundigen dr. [naam arts] en dr. [naam arts 2], dan wel aan hen aanvullende vragen te stellen of verzoeken te doen. In zoverre is het door Reaal gedane beroep op het beginsel van hoor- en wederhoor terecht gedaan. Dat leidt echter niet tot toewijzing van een van de tegenverzoeken van Reaal. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

3.4. Uit de reactie van Reaal op de rapportages van dr. [naam arts] en dr. [naam arts 2], zie het medisch advies van de medisch adviseur van 14 juli 2008 (productie 24 bij het verzoekschrift), blijkt niet dat Reaal heeft gevraagd om aanvullende vragen aan de deskundigen te mogen stellen of verzoeken aan hen te doen. Wel blijkt uit dat advies dat Reaal kanttekeningen plaatst bij diverse conclusies van de deskundigen.

3.5. Met [eiser] is de rechtbank van oordeel dat het niet aangaat dat Reaal thans, ruim drie jaar na de rapportages van dr. [naam arts] en dr. [naam arts 2] en drie jaar na voormeld medisch advies, thans nog verzoekt om aanvullende vragen te mogen stellen, dan wel verzoekt dat andere deskundigen worden benoemd. Door niet eerder daarom te verzoeken, heeft Reaal haar rechten te dien aanzien verwerkt. Niet onbelangrijk in dat verband is dat Reaal een professionele partij is, die bovendien uit hoofde van haar activiteiten moet worden geacht op de hoogte te zijn van haar rechten en plichten in verband met het (laten) opstellen van een deskundigenbericht en het belang van een tijdige reactie op dergelijke berichten. [eiser] heeft ter mondelinge behandeling ook onbetwist gesteld dat het in de praktijk niet ongebruikelijk is dat indien een deskundige heeft gerapporteerd, in overleg tussen de medisch adviseurs van partijen aan een deskundige wordt gevraagd nader te rapporteren, zodat ook na een definitieve rapportage die mogelijkheid nog bestaat.

3.6. Met betrekking tot de rapportage van dr. [naam arts 3] overweegt de rechtbank het volgende. Naar aanleiding van het commentaar van 3 november 2009 (productie 35 bij het verzoekschrift) van de medisch adviseur van Reaal op het rapport van dr. [naam arts 3], stelt de medisch adviseur van [eiser] aan de advocate van [eiser] voor om, indien de medisch adviseur van Reaal op- of aanmerkingen heeft, aanvullende vragen te laten stellen aan de deskundige. De medisch adviseur van [eiser] verzoekt de medisch adviseur van Reaal om diens – van de medisch adviseur van Reaal – opmerkingen op het rapport in de vorm van aanvullende vragen aan de deskundige voor te leggen. De advocate van [eiser] heeft voormeld commentaar van de medisch adviseur van [eiser] gemaild aan Reaal. Reaal stelde in reactie daarop voor een second-opinion in te winnen – hetgeen zij uiteindelijk op haar eenzijdig initiatief heeft gedaan – dan wel om de zaak bij wege van bindend advies voor te leggen aan een niet bij partijen betrokken medisch adviseur. Gelet hierop heeft Reaal de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen aan dr. [naam arts 3] willens en wetens aan zich voorbij laten gaan. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is derhalve geen sprake In dit licht gaat het niet aan dat Reaal thans nog verzoekt om aanvullende vragen te mogen voorleggen aan de deskundige of om een andere deskundige te benoemen. Zij heeft haar rechten te dien aanzien verwerkt.

3.7. Uit het vorenstaande volgt dat de verzoeken in reconventie van Reaal moeten worden afgewezen.

3.8. Uit het vorenoverwogene volgt ook dat Reaal bij de vaststelling van de hoogte van de schade is gebonden aan de drie deskundigenrapportages die in deze zaak zijn uitgebracht. De rechtbank is met [eiser] van oordeel dat indien partijen overeenstemming hebben bereikt over het aanzoeken van een deskundige, partijen zich ertoe verbinden om de rapportage van de ingeschakelde deskundige in beginsel als uitgangspunt te nemen. Er is geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken, nu de rapportages toereikend zijn om als uitgangspunt te dienen voor de verdere schadeafhandeling en de rapportages inhoudelijk en ook wat betreft de wijze van totstandkoming voldoen aan de eisen die daaraan redelijkerwijs mogen worden gesteld. Er is evenmin aanleiding voor een nieuw onderzoek, nu partijen invloed hebben kunnen uitoefenen op de persoon van de deskundigen, de aan dezen verstrekte informatie, de gestelde vragen en Reaal haar recht om op eventuele onduidelijkheden in de rapportages te reageren door middel van het stellen van aanvullende vragen, het maken van opmerkingen of het doen van verzoeken heeft verwerkt.

3.9. Het verzoek sub 1 ligt eveneens voor toewijzing gereed, met dien verstande dat het verzoek om voor recht te verklaren dat Reaal de volledige schade van [eiser] dient te vergoeden moet worden afgewezen. Toewijzing van het verzoek zou immers bijvoorbeeld kunnen inhouden dat Reaal meer dan de verzekerde som zou moeten uitkeren, indien de schade van [eiser] meer is dan de verzekerde som.

3.10. Nu Reaal zich niet heeft verzet tegen de door [eiser] begrote proceskosten, zal Reaal als de in conventie grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van die proceskosten.

3.11. In reconventie zal Reaal als de geheel in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser]. Gelet op de samenhang tussen de verzoeken in conventie en in reconventie – de verzoeken zijn in wezen elkaars spiegelbeeld – zullen de kosten van [eiser] in de procedure in reconventie worden begroot op nihil.

4. De beslissing
De rechtbank:

In conventie:

verklaart voor recht dat Reaal aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de onrechtmatige daad van de verzekerde van Reaal;

verklaart voor recht dat Reaal bij de begroting daarvan is gebonden aan de rapportages van dr. [naam arts], dr. [naam arts 2] en dr. [naam arts 3];

veroordeelt Reaal tot vergoeding van de kosten van deze procedure, tot aan deze beschikking aan de zijde van [eiser] begroot op € 2.185,– aan salaris advocaat en € 260,– aan griffierecht;

wijst af het meer of anders verzochte;

In reconventie:

wijst het verzochte af;

veroordeelt Reaal tot vergoeding van de kosten van deze procedure, tot aan deze beschikking aan de zijde van [eiser] begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.F.W. Huinen, mr. P.H.J. Frénay en mr. T.A.J.M. Provaas, en in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2012.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: