evident dat voorlopig deskundigenbericht niet thuishoort in deelgeschil: verzoek afgewezen en kosten begroot op nihil

rechtbank Middelburg 11 januari 2012, LJN: BW6490
Verzoeker heeft ziekenhuis (verweerster) er vooor aansprakelijk gesteld dat volgens hem op SEH onjuiste diagnose is gesteld. Aansprakelijkheid is afgewezen. De rechtbank wordt verzocht om een deskundige te benoemen, de vraagstelling vast te stellen en te bepalen dat het oordeel van de deskundige als bindend uitgangspunt geldt voor de schaderegeling.
De rechtbank oordeelt dat het in wezen een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht betreft, waarvoor de verzoekschriftprocedure van art. 202 lid 1 Rv is bedoeld. Het verzoek valt dus buiten het toepassingsbereik van een deelgeschilprocedure. Omdat deze procedure redelijkerwijs niet verantwoord was, worden de kosten begroot op nihil.

Het is evident dat een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht niet thuishoort in een deelgeschil. Daarom is het terecht dat de kosten zijn begroot op nihil.

4. De beoordeling
4.1. [verzoeker] heeft het verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek gebaseerd op de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, neergelegd in de artikelen 1019w tot 1019cc Rv (hierna: deelgeschilprocedure). Het verzoek betreft in wezen een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht; daarvoor is ook elders in de wet een procedure voorzien, namelijk in artikel 202 lid 1 Rv. De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of een dergelijk verzoek ook in het kader van een deelgeschilprocedure kan worden gedaan.

4.2. Een deelgeschilprocedure is bedoeld voor de situatie waarin partijen in het buitengerechtelijke onderhandelingstraject stuiten op geschilpunten die de buitengerechtelijke afwikkeling belemmeren. Partijen vragen in een deelgeschilprocedure de rechter om op die geschilpunten te beslissen, zodat zij vervolgens verder kunnen met de buitengerechtelijke onderhandelingen, met als doel het sluiten van een vaststellingsovereenkomst.
In casu betreft het geschil van partijen dat aan het verzoek tot het benoemen van een deskundige ten grondslag ligt de vraag of het ziekenhuis destijds op goede gronden heeft besloten om op 24 augustus 2009 geen röntgenfoto te laten maken van de enkel van [verzoeker]. De rechtbank gaat er van uit dat een deskundigenbericht waarin voldoende duidelijk antwoord wordt gegeven op deze vraag en mitsdien ook de beslissing om zo’n deskundigenbericht te gelasten, kan bijdragen aan een buitengerechtelijke minnelijke regeling. De tekst van voornoemd artikel lijkt dan ook niet in de weg te staan aan het doen van een verzoek tot benoeming van een deskundige.

4.3. De wetsgeschiedenis vermeldt niet expliciet of een verzoek tot het benoemen van een deskundige als bedoeld in artikel 202 lid 1 Rv tevens in een deelgeschilprocedure kan worden gedaan. Uit de destijds gegeven toelichting door de minister van Justitie blijkt dat het raadplegen van vele getuigen en deskundigen zich in het algemeen niet goed zal verdragen met de aard van de deelgeschilprocedure gezien de tijd die daarmee gepaard gaat, maar dat het niet uit te sluiten valt dat zoiets in bijzondere gevallen toch zinvol kan zijn. Deze uitleg lijkt te wijzen op gevallen waarin getuigen of deskundigen worden geraadpleegd voor het leveren van bewijs van in de deelgeschilprocedure gemotiveerd betwiste stellingen die ten grondslag liggen aan een verzoek en niet op verzoeken die op zichzelf strekken tot het gelasten van een deskundigenonderzoek zoals in casu.
Ten aanzien van de aard van de deelgeschilprocedure is in de wetsgeschiedenis vermeld dat deze procedure met zijn eigen karakter een aanvulling vormt op de reeds bestaande procesrechtelijke instrumenten die gericht zijn op of kunnen bijdragen aan de beëindiging van een geschil anders dan door het voeren van een bodemprocedure, zoals het voorlopig deskundigenbericht. De deelgeschilprocedure is dan ook niet bedoeld om reeds bestaande instrumenten, zoals de verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek, te vervangen.

4.4. De verzoekschriftprocedure tot het houden van voorlopig deskundigenonderzoek vormt een passend procesrechtelijk instrument voor [verzoeker] om te bewerkstelligen dat de rechter een (of meer) deskundige(n) benoemt teneinde te beoordelen of het ziekenhuis destijds op goede gronden heeft besloten om op 24 augustus 2009 geen röntgenfoto te laten maken van zijn enkel. Anders dan de deelgeschilprocedure is het instrument van artikel 202 lid 1 Rv daarvoor specifiek bedoeld.

4.5. De rechtbank merkt -wellicht ten overvloede- nog wel het volgende op. Nu partijen in casu twisten over een aantal feiten die relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of in casu wel of niet een röntgenfoto had moeten worden gemaakt, zoals de vraag of de enkel van [verzoeker] ten tijde van zijn bezoek aan het ziekenhuis al dan niet gezwollen was, of deze belastbaar was en of de druk op de buitenenkel pijnlijk was, dient hieromtrent eerst duidelijkheid verkregen te worden, (mogelijk door middel van bewijslevering) alvorens een deskundige de gevraagde beoordeling zou kunnen maken.

4.6. Voorts kent de verzoekschriftprocedure ex artikel 202 Rv eigen, van de deelgeschilprocedure afwijkende, regels ten aanzien van de vergoeding van kosten. De rechtbank is gelet op het karakter van de deelgeschilprocedure en mede gelet op voornoemde wetsgeschiedenis van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] tot het gelasten van een deskundigenonderzoek met benoeming van een deskundige en veroordeling van het ziekenhuis tot betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek buiten het toepassingsbereik van de deelgeschilprocedure valt.
Nu het verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek geen deelgeschil betreft in de zin van artikel 1019w lid 1 Rv zoals door de wetgever bedoeld, zal het worden afgewezen.

4.7. Ter zake van de verzochte kostenbegroting kosten geldt het volgende. Ondanks de afwijzing van het verzoek dient in beginsel op de voet van artikel 1019aa Rv begroting plaats te vinden van de kosten bij de behandeling van het verzoek. Daarbij dient de rechter de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets te hanteren: het dient redelijk te zijn dat deze kosten zijn gemaakt en de hoogte van deze kosten dient eveneens redelijk te zijn.

4.8. Uit het vorenstaande volgt dat [verzoeker] de onderhavige procedure heeft aangewend voor het gelasten van een deskundigenonderzoek en dat deze procedure daarvoor niet bedoeld is. Nu er een procesrechtelijk instrument bestond (en bestaat) dat duidelijk wel bedoeld is voor de behandeling van een verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek, bestond met de aanwending van de deelgeschilprocedure een reëel risico dat de daarmee gepaard gaande werkzaamheden niet tot enig resultaat zouden leiden, ondanks de ruime uitleg van het begrip deelgeschil in de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het redelijkerwijs niet verantwoord was om deze werkzaamheden te verrichten, zodat de kosten die [verzoeker] heeft gemaakt bij de behandeling van het verzoek zullen worden begroot op nihil.

4.9. Voor het verzoek tot veroordeling van het ziekenhuis in de proceskosten bestaat geen juridische grondslag, nu in artikel 1019aa lid 3 Rv is bepaald dat artikel 289 Rv niet van toepassing is.

5. De beslissing
De rechtbank

5.1. wijst het verzochte af;

5.2. begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2012.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: