Gemeente aansprakelijk voor schade door hoogteverschil stoeptegels

rechtbank Rotterdam (sector kanton), 21 juli 2011, LJN: BU9562
De rechter oordeelt dat de gemeente o.g.v. 6:174 BW aansprakelijk is voor schade verzoekster door val wegens hoogteverschil van 4 à 5 cm tussen stoeptegels. Er was sprake van een gebrek aan het trottoir. Door dit gebrek is een gevaar ontstaan, dat zich vervolgens heeft verwezenlijkt.  Dat de gemeente niet bekend was met het gebrek is niet relevant. Er is geen eigen schuld van verzoekster.

Ook al valt de gemeente niets te verwijten, toch is er risco aansprakelijkheid…

 5.6. Dat [De Gemeente] niet bekend was met het gebrek, betekent niet dat zij daarvoor niet aansprakelijk is. Zij heeft het trottoir niet recentelijk gecontroleerd – 15 maanden geleden voor het laatst – waardoor de mogelijkheid dat er een gebrek aan deze stoep is ontstaan voor haar risico komt. Hoewel aannemelijk is dat de gemeente adequaat reageert op meldingen van burgers, neemt dit de aansprakelijkheid van [De Gemeente] niet weg, zie ook de uitspraak van de kantonrechter Arnhem van 12 december 1983 (VR 1986, 26 en LJN: AJ5171).

5.7. Er is geen reden om de aansprakelijkheid van de gemeente als gevolg van eigen schuld van [verzoekster] te verminderen. De rest van het trottoir in de nabije omgeving van het ongeval verkeert in goede staat, waardoor [verzoekster] niet bedacht hoefde te zijn op grote hoogteverschillen. Het huis van [verzoekster] lag weliswaar in de buurt van plaats van het ongeval, maar zij woonde daar pas enkele maanden. Daarbij lag de bewuste tegel lag niet op een vaste looproute van [verzoekster]. Hoewel de ondersteboven liggende tegel lichter van kleur is, is aannemelijk dat dit kleurverschil door de vochtige weersomstandigheden op 29 augustus 2010 verminderd is. Daarbij hoeft men niet bij iedere anders gekleurde tegel op het trottoir bedacht te zijn op mogelijk hoogteverschil. [De Gemeente] heeft aangevoerd dat [verzoekster] wel bedacht moest zijn op hoogteverschil op het moment dat zij van de weg de stoep op stapte. Dit betreft echter het hoogteverschil tussen de weg en de stoep en niet hoogteverschil tussen twee tegels op de stoep. Hoewel aannemelijk is dat de betreffende kruising niet erg druk is, heeft [De Gemeente] onvoldoende gesteld dat [verzoekster] niet de waakzaamheid heeft betracht die van haar verlangd mocht worden. [De Gemeente] heeft gesuggereerd dat [verzoekster] door een gesprek met haar vriendin was afgeleid, maar heeft dit vermoeden niet nader onderbouwd.

5.8. [De Gemeente] heeft aangevoerd dat [verzoekster] niet aan haar schadebeperkingspicht heeft voldaan. In het kader van dit deelgeschil ligt echter slechts de vraag voor over de aansprakelijkheid en kan geen uitspraak worden gedaan over de schade.

5.9. Tenslotte dienen op grond van artikel 1019aa Rv de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt begroot te worden, waarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking moeten worden genomen. In de memorie van toelichting (31518, nr. 3, p. 4) is op dit punt vermeld dat de deelgeschilprocedure zozeer is verbonden met een afwikkeling buiten rechte, dat de daarvoor gemaakte kosten ook mogen worden beschouwd als kosten van buitengerechtelijke afwikkeling. Het gevolg daarvan is dat deze kosten, wanneer het redelijk is dat deze kosten zijn gemaakt en de hoogte hiervan eveneens redelijk is, voor volledige vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking komen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoekster] de kosten in redelijkheid gemaakt. Voldoende gebleken is immers dat tussen partijen een patstelling was ontstaan en dat zij zonder een oordeel van de rechter de onderhandelingen niet zouden kunnen voortzetten. De tot het moment van de zitting gemaakte kosten bedragen volgens de specificatie van de gemachtigde van [verzoekster] € 1.505,35 inclusief btw (productie 8 bij het verzoekschrift). Gelet op het financiële belang in deze zaak, acht de kantonrechter een kostenvergoeding van € 1.000,00 redelijk, inclusief de kosten voor het bijwonen van de zitting. Dit bedrag zal worden toegewezen.

6. De beslissing
De kantonrechter:

oordeelt dat [De Gemeente] jegens [verzoekster] aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 BW voor de schade als gevolg van het ongeval op 29 augustus 2010;

begroot de kosten die aan de zijde van [verzoekster] bij de behandeling van het verzoek zijn gemaakt op € 1.000,00 (duizend euro) en veroordeelt [De Gemeente] tot betaling van dat bedrag aan [verzoekster].

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: