Whiplash: psychiatrisch rapport onvoldoende, neurologisch onderzoek noodzakelijk

rechtbank Arnhem, 21 september 2011, LJN: BU6752

Ongeval tussen door verzoekster bestuurde auto en een bij verweerster RVS verzekerde auto. Aansprakelijkheid voor ongevalschade erkend. Whiplashklachten.
Op gezamenlijk verzoek van partijen heeft psychiater prof. dr. H.J.E. van Marle onderzoek verricht. Volgens Van Marle is sprake van een aanpassingsstoornis die daarop is gebaseerd dat verzoekster zich, vanwege haar rigide karakterstructuur, psychisch niet goed heeft kunnen aanpassen aan de onder whiplash te scharen lichamelijke klachten die zij na het ongeval ervaart. Deze klachten betreffen beperkingen op neurologisch gebied.
Deze bevindingen worden door RVS gemotiveerd (aan de hand van de bevindingen van haar medisch adviseur, neuroloog A.J.G.A.E. Prince) bestreden.
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank bepaalt dat de bevindingen van Van Marle als uitgangspunt hebben te dienen bij de verdere beoordeling en behandeling van de schadeclaim en bepaalt dat het voor de hand ligt dat partijen Van Marle zullen verzoeken om een psychiatrisch eindonderzoek te verrichten.

De rechtbank oordeelt dat RVS een redelijk belang heeft bij een neurologische expertise, zoals zij in het tegelijkertijd met dit deelgeschil behandelde verzoek om een voorlopig deskundigenbericht heeft verzocht. Aangezien het voorlopig deskundigenbericht zal worden toegewezen, dient het deelgeschil te worden afgewezen. Op voorhand kan immers niet worden geoordeeld dat de verdere schaderegeling uitsluitend op basis van de rapporten van Van Marle dient plaats te vinden.
Het ligt niet voor de hand dat partijen Van Marle zullen verzoeken om een psychiatrisch eindonderzoek te verrichten. Het ligt meer voor de hand dat na de neurologische rapportage wordt beoordeeld welke stappen mogelijk nog meer nodig zijn.
De rechtbank wijst de verzoeken af.
Bij de begroting van de deelgeschilprocedurekosten gaat de rechtbank niet uit van het door verzoekster gehanteerde, door RVS betwiste, uurtarief van € 290,- excl. BTW. Mede gelet op het feit dat verzoekster niet heeft toegelicht waarom dit relatief hoge uurtarief gerechtvaardigd zou zijn, acht de rechtbank bij de begroting een uurtarief van € 200,- excl. BTW redelijk. RVS wordt veroordeeld tot betaling van de aldus begrote kosten.

Met het oordeel dat er een neurologische expertise moet komen, krijgt deze whiplashzaak een passend vervolg. Ageren tegen het uurtarief van de belangenbehartiger kan effect sorteren.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: