Kritiek op deskundigenrapport te laat: dit rapport is uitgangspunt *

rechtbank ‘s-Gravenhage 12 april 2011, LJN: BQ5998

  • Verzoeker is in 2001 aangereden door bij verweerster Allianz verzekerde vrachtwagen. Aansprakelijkheid erkend. Verzoeker is volledig arbeidsongeschikt.
  • Het verzoek houdt in dat wordt vastgesteld dat
    • verzoeker lijdt aan een posttraumatische stressstoornis (PTTS),
    • dat deze PTTS is ontstaan als gevolg van het ongeval en dat
    • er causaal verband is met blijvende arbeidsongeschikt.
  • Allianz betwist deze verzoeken en stelt dat het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure.
  • De rechtbank oordeelt
    • dat het geschil voornamelijk draait om het rapport van deskundige psychiater dr. R.W. Jesserun uit 2006, de status van dit rapport is in het minnelijk traject het struikelblok gebleken. Een beslissing over dit geschilpunt draagt bij aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst en vergt beperkte investering in tijd, geld en moeite. Het geschil leent zich dus voor behandeling in een deelgeschilprocedure.
    • Partijen hebben gezamenlijk Jesserun als deskundige ingeschakeld en de door hem te beantwoorden vragen geformuleerd. Dit betekent dat zij zich daarmee in beginsel hebben verbonden om zijn rapportage als uitgangspunt te nemen bij de verdere schadeafwikkeling. Het rapport, waarin wordt geconcludeerd dat sprake is van door het ongeval veroorzaakt PTTS, dateert van 28 juli 2006 en de kritische vragen van Allianz bij dit rapport zijn op 30 oktober 2006 beantwoord (Jesserun handhaaft zijn conclusie).
    • Vervolgens hebben partijen geprobeerd de zaak minnelijk af te wikkelen, waarbij Allianz in 2008 naar eigen inzicht een betaling heeft gedaan.
    • Op 6 juli 2010 heeft Allianz verzoeker bericht dat zij het niet eens is met de door Jesserun vastgestelde medische causaliteit en in deze procedure ageert Allianz tegen de persoon van Jesserun.
    • Allianz had deze kritiek direct na de reactie van Jesserun op naar aanleiding van zijn rapport gestelde vragen moeten uiten. Door hier vier jaar mee te wachten heeft zij niet gehandeld zoals van een redelijk handelend verzekeraar had mogen worden verwacht.
    • Het stond Allianz vrij om ondanks de kritiek op de bevindingen van Jesserun met verzoeker te onderhandelen, maar daarbij had zij een voorbehoud moeten maken ten aanzien van die bevindingen.
    • Verzoeker heeft er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat Allianz zich bij de rapportage van Jesserun had neergelegd. Het rapport van Jesserun is op behoorlijke wijze tot stand gekomen, is logisch opgebouwd en geeft voldoende inzicht in de methode die Jesserun heeft gebruikt om tot zijn oordeel te komen en in de informatie waarvan hij is uitgegaan. Dit rapport dient voor de verdere afwikkeling van de zaak tot uitgangspunt te worden genomen. Er bestaat geen reden om de door Jesserun beantwoorde vragen voor te leggen aan een andere deskundige.
  • De rechtbank stelt vast dat
    • verzoeker lijdt aan een PTTS en dat
    • er een causale relatie bestaat met het ongeval.
    • Het staat niet vast dat er een causale relatie met blijvende arbeidsongeschiktheid is.
  • De deelgeschilprocedurekosten worden begroot en Allianz wordt veroordeeld tot vergoeding van deze kosten.

De kritiek van Allianz op de bevindingen van de deskundige is begrijpelijk. Allianz heeft zichzelf echter de das omgedaan door ondanks deze kritiek zonder voorbehoud met verzoeker te onderhandelen en vier jaar te wachten met ageren tegen die bevindingen.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: