Rapportage deskundige bindend, kosten Rb gematigd.

rechtbank Utrecht 13 oktober 2010, LJN: BO1694

Drie vragen komen aan de orde:

  • is het verzoek ontvankelijk
  • is de rapportage van een gezamenlijke benoemde deskundige bindend
  • welke kosten rechtsbijstand zijn verschuldigd

Hieronder wat vollediger de formuleringen van de rechtbank. Kort gezegd:

  • Ontvankelijkheid is er al snel;
  • gezamenlijk aangevraagde deskundigenberichten zijn bindend, tenzij…er erg goede redenen zijn om ze niet als uitgangspunt te nemen. (en dat is hier niet het geval)
  • De uurtarieven die de ASP als normaal wil hanteren worden door de rechtbank niet overgenomen….

 

De rechtbank besliste:

  • Het geschil dat is voorgelegd betreft de vraag of het rapport van Beuls als uitgangspunt kan dienen voor de verdere schadeafwikkeling. De beslechting van dit geschil, aan het begin van het traject van de schadevaststelling, kan naar het oordeel van de rechtbank bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst
  • In het geval partijen in het kader van onderzoek naar de schadeafwikkeling in verband met de aansprakelijkheid van één van hen overeenkomen om gezamenlijk een medisch deskundige aan te zoeken die gezamenlijk geformuleerde vragen dient te beantwoorden, verbinden zij zich daarmee om de rapportage van de ingeschakelde deskundige in beginsel als uitgangspunt voor hun verdere stellingname te nemen.
    Het voorgaande zou anders kunnen zijn indien, zoals Allianz stelt, zou komen vast te staan dat het rapport van Beuls ontoereikend is om als uitgangspunt voor de verdere schadeafwikkeling te kunnen dienen en/of het rapport inhoudelijk of voor wat betreft de wijze van totstandkoming niet voldoet aan de eisen die daaraan redelijkerwijs gesteld mogen worden. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan echter geen sprake.
  • [verzoeker] vordert, met verwijzing naar een advies van de Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP), als vergoeding voor de ten behoeve van deze procedure gemaakte kosten een bedrag van € 376,85 per uur, exlusief 6 % kantoorkosten en exclusief BTW. Ter zitting heeft de raadsman van [verzoeker] medegedeeld dat aan de zaak ongeveer 12 uur is besteed, inclusief hoorzitting en nabespreking.
    4.14.  Allianz stelt dat een uurtarief van € 200,00 redelijk is en dat niet duidelijk is waarom in dit geval vanwege de complexiteit een uurtarief van afgerond € 380,00 vergoed zou moeten worden. Zij stelt dat omdat in het verzoekschrift slechts een klein deel van de zaak aan de rechtbank is voorgelegd de tijdsbesteding niet omvangrijk heeft kunnen zijn. Voorts stelt Allianz aan buitengerechtelijke kosten reeds een bedrag van € 25.998,97 te hebben voldaan. De grens van het redelijke is wel bereikt, aldus Allianz.4.15.  Artikel 1019aa lid 1 Rv bepaalt dat de rechter in de beschikking de kosten begroot bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt en dat de rechter daarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking neemt. In het advies van de ASP, waar [verzoeker] naar verwijst ter onderbouwing van het voorgestelde uurtarief, is onder 4.2. opgenomen dat de ASP-advocaat namens zijn cliënt ter onderbouwing van de proceskostenvordering in deelgeschilprocedures gedetailleerd opgave doet van het door hem gehanteerde uurtarief en het gewerkte aantal uren, aan de hand van een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Een vergelijkbare eis wordt gesteld in de LOVC Indicatietarieven in IE-zaken die als bijlage bij het door [verzoeker] in het geding gebrachte ASP-advies is gevoegd. Een dergelijke opgave van de zijde van [verzoeker] ontbreekt zodat de door de rechtbank uit te voeren redelijkheidstoetsing ex artikel 6:96 BW niet op basis van de daartoe benodigde specificatie kan worden uitgevoerd.4.16.  Verder merkt de rechtbank op dat het door de raadsman van [verzoeker] gehanteerde uurtarief mede gebaseerd is op het veronderstelde financiële belang van de zaak terwijl daarover nog geen duidelijkheid bestaat. Daarnaast is het gehanteerde uurtarief gebaseerd op de factor specialisatie. Naar het oordeel van de rechtbank betreft de onderhavige zaak niet een dermate gecompliceerd deelgeschil dat daarvoor bij de begroting van de in redelijkheid daaraan verbonden kosten uitgegaan zou moeten worden van een uurtarief waarin de factor specialisatie (volledig) wordt meegewogen.4.17.   In zijn algemeenheid gaat de rechtbank er vooralsnog van uit dat in die zaken die binnen het bereik van de Wet deelgeschilprocedure vallen eerst getoetst moet worden of er voorafgaand aan het deelgeschil dat ter beslissing wordt voorgelegd buitengerechtelijke kosten zijn betaald door een aansprakelijke partij. Als dat het geval is dan is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om in het kader van de begroting van de kosten zoals bedoeld in artikel 1019aa Rv af te wijken van in dat kader gevorderde en door de aansprakelijke partij geaccepteerde tariefstellingen. Door Allianz is in deze zaak gesteld dat er voorafgaand aan het deelgeschil buitengerechtelijke kosten zijn voldaan maar niet tegen welk tarief dat is gebeurd en [verzoeker] heeft zich evenmin daarover uitgelaten.4.18.  De begroting van de kosten in deze zaak zal de rechtbank dan ook niet aan de hand van de door partijen gestelde uurtarieven of de namens [verzoeker] gestelde tijdsbesteding kunnen uitvoeren. De onderhavige zaak betreft naar het oordeel van de rechtbank een voor wat betreft de omvang en complexiteit daarvan beperkt deelgeschil. De met de opstelling van het verzoekschrift, dat niet meer dan vier pagina’s beslaat, en verdere behandeling van de zaak gemoeide redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 BW zullen door de rechtbank begroot worden op € 2.000,00, te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 263,00, in totaal dus € 2.263,00.
  • 4.19.  Het door Allianz aangevoerde argument dat zij reeds € 25.998,97 aan buitengerechtelijke kosten in deze zaak heeft voldaan voorafgaand aan deze procedure kan geen rol spelen bij de begroting van de kosten van dit deelgeschil. Indien en voorzover Allianz de door haar gestelde kosten heeft gemaakt dan heeft zij de desbetreffende kosten zelf kennelijk beoordeeld als redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW en kan aan het betaald zijn daarvan dus niet het argument ontleend worden dat de kosten van dit deelgeschil onredelijk (hoog) zouden zijn of de totale buitengerechtelijke kosten daardoor onredelijk zouden worden.

    Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
    Schrijf u in voor de nieuwsbrief: