Gezamenlijk verzoek kantonrechter

Het gaat hier niet om een deelgeschil in de zin van de Wet Deelgeschillen, maar wel om een gezamenlijke poging om snel een beslissing te krijgen op een punt dat partijen verdeeld houdt. De wet biedt deze mogelijkheid al tientallen jaren in art. 96 Rv.

Helemaal te begrijpen is het niet. Kennelijk is de enige die schade oploopt een inzittende. Als vast staat dat deze schade heeft dan werkt al snel de “schuldloze derdenregeling”.

 

ZWOLLE LELYSTAD

 sector kanton – locatie Lelystad

 zaaknr.: 515429 CV 10-12238 datum : 1 september 2010

 Vonnis in de zaak van:
 NATIONALE NEDERLANDEN Schadeverzekeringsmaatschappij N.V.,
gevestigd te Den Haag,
verzoekende partij, hierna Nationale Nederlanden,
gemachtigde: W.D. van der Burg,

en

[BENADEELDE],
wonende te Geesteren,
verzoekende partij, hierna te noemen [benadeelde],
gemachtigde: mr. P.P.A. van der Meer van Stichting Univé Rechtshulp te Assen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek ex artikel 96 Rv, ter griffie ingekomen op 2 augustus 20 J0, ingediend
door:
Nationale Nederlanden,
en
[benadeelde];
de brief d.d. 12 augustus 2010 van [benadeelde]:
de brief d.d. 16 augustus 2010 van Nationale Nederlanden.

Het geschil
Nationale Nederlanden en [benadeelde] hebben aan de kantonrechter bij gezamenlijk verzoek ex artikel 96 Rv verzocht om de vraag te beantwoorden of de verklaring van de heer [bestuurder]in de gegeven omstandigheden voldoende is om aan te nemen dat mevrouw [verzekerde NN) , tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Nationale Nederlanden, vlak voor diens auto de weg is opgereden.

De standpunten van partijen

1

[benadeelde] heeft in onderhavige procedure het standpunt ingenomen:

[verzekerde NN) , hierna te noemen [verzekerde NN) , is met haar auto vanuit de Hardenbergerweg een voorrangsweg. de Tubbergeresweg te Tubbergen, opgedraaid, vlak voor de auto van[bestuurder] , bestuurder van de auto met kenteken [kenteken] en [benadeelde]. [benadeelde] zat op de passagiersplaats van de door [bestuurder] bestuurde auto en droeg haar veiligheidsgordel;

[verzekerde NN) heeft zich zodanig met haar auto gedragen dat [bestuurder] hard moest remmen om een aanrijding te voorkomen met de auto van [verzekerde NN) die vanuit de Hardenbergerweg de Tubbergeresweg opreed;

door het harde remmen van [bestuurder] werd [benadeelde] met kracht naar voren geworpen en zij heeft daardoor letsel opgelopen (whiplashletsel); het door [benadeelde] opgelopen letsel is het gevolg van onrechtmatig gedrag van [verzekerde NN) ;

de verzekeraar van de auto van [verzekerde NN) , Nationale Nederlanden, is aansprakelijk voor de door [benadeelde] geleden en te lijden letselschade;

[bestuurder) heeft op 3 november 2009 een schriftelijke verklaring verstrekt waarin hij de toedracht zoals door [benadeelde] is aangegeven, heeft bevestigd.

Deze verklaring is aan het verzoek, gehecht,

Nationale Nederland heeft het standpunt ingenomen:

[verzekerde NN) ontkent dat zij vlak voor de auto van [bestuurder] en [benadeelde] de weg op is gedraaid althans zij verklaart geen auto vlakbij te hebben gezien en alleen in de verte twee auto’8 te hebben zien aankomen; [verzekerde NN) heeft zich gezien haar verklaring niet onrechtmatig jegens [benadeelde] gedragen zodat er geen sprake is van aansprakelijkheid voor door [benadeelde] geleden schade; de verklaring van [bestuurder) is niet voldoende om de door [benadeelde] gestelde gang van zaken te bewijzen.

De beoordeling

3

Bij brief d.d. 12 augustus 2010 van [benadeelde], met welke inhoud Nationale Nederlanden blijkens haar brief van 16 augustus 2010 heeft ingestemd, is door haar nader toegelicht dat partijen met het door hun gevraagde oordeel aan de kantonrechter beogen vast te stellen of door middel van de verklaring van  [bestuurder)(in samenhang met de bekende feiten en omstandigheden) al dan niet kan worden bewezen dat [verzekerde NN) een bijna-aanrijding met de auto van [bestuurder) en [benadeelde] heeft veroorzaakt.

4

Mede gelet op deze toelichting door partijen dient de vraag of de verklaring van [bestuurder) in de gegeven omstandigheden voldoende is om aan te nemen dat mevrouw [verzekerde NN) vlak voor diens auto de weg is opgereden naar het oordeel van de kantonrechter ontkennend te worden beantwoord. In het licht van de in het procesdossier door ieder der partijen ingenomen standpunten, is enkel de schriftelijke verklaring van [bestuurder) in de gegeven omstandigheden, dat wil zeggen de omstandigheden zoals die uit het procesdossier naar voren komen, van onvoldoende gewicht om bewezen te achten dat [verzekerde NN) een bijna-aanrijding met de auto van [bestuurder) en [benadeelde] heeft veroorzaakt. De verklaring van [bestuurder) staat recht tegenover de verklaring van [verzekerde NN) en nu verdere bewijsmiddelen in het procesdossier niet voorhanden zijn, anders dan een rapport van de politie waarin zij de toedracht volgens ieder der partijen weergeeft, is er geen reden om aan de verklaring van [bestuurder) meer geloof te hechten dan aan de verklaring van [verzekerde NN) .

De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

De beslissing

De kantonrechter:

beantwoordt de vraag of de verklaring van [bestuurde] in de gegeven, ten processe gebleken, omstandigheden voldoende is om aan te nemen dat mevrouw [verzekerde NN) vlak voor diens auto de weg is opgereden, ontkennend;

compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. J.M. van Wegen, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 1 september 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: