Wet deelgeschillen voor letsel- en overlijdensschade

Logo OAK advocatenOp deze site worden de uitspraken in het kader van de Wet deelgeschillen voor letsel- en overlijdensschade samengevat gepubliceerd en eventueel van kort commentaar voorzien. U kunt eenvoudig zoeken in de uitspraken: op specifieke woorden, maar u kunt ook alle uitspraken in categorieën bekijken.

Aanvullingen, suggesties of zelf een deelgeschil? info@oakadvocaten.nl

Verzoek om rapport deskundige buiten beschouwing te laten en in plaats daarvan eigen deskundigenrapporten te gebruiken afgewezen

beschikking rbobr 14012020
Voorval van 2007. Langdurige uitval in arbeid geruime tijd na voorval. Uitgebreide pre-existentie. Na mediation een serie deskundigenrapporten in 2011 en ook nog 2015. In 2017 ook nog verzekeringsarts, die vaststelt dat er geen reden is om urenbeperking aan te nemen en/of relevante beperkingen voor het werk. Vervolgens laat betrokkene eigen artsen onderzoeken doen die wel menen dat er (ongevalsgerelateerde) beperkingen zijn. De rechtbank beslist dat partijen gebonden zijn aan de gezamenlijk benoemde deskundige.
Verzoek Rechtbank
dat tegen het rapport van verzekeringsarts [VERZEKERINGSARTS I] zwaarwegende en steekhoudende bezwaren zijn gemaakt, als gevolg waarvan dit rapport niet als uitgangspunt kan voor verdere schadeafwikkeling De rechtbank is van oordeel dat [VERZOEKER] zijn bezwaren onvoldoende heeft onderbouwd.  de rapportage is zorgvuldig tot stand gekomen en inhoudelijk zijn er onvoldoende zwaarwegende bezwaren.
dat voor de verdere schadeafwikkeling de rapporten van [REVALIDATIEARTS] en [VERZEKERINGSARTS II] als uitgangspunt genomen kunnen worden, De rechtbank leidt uit de eigen deskundigenrapporten af dat de deskundigen, zowel gezamenlijk deskundige [VERZEKERINGSARTS I] als de door [VERZOEKER] naar voren gebrachte deskundigen, van dezelfde gegevens zijn uitgegaan, maar op grond daarvan tot een andere conclusie zijn gekomen. Dit is echter geen reden om het rapport van de gezamenlijke deskundige aan de kant te schuiven.
subsidiair dat als de rapporten van revalidatiearts [REVALIDATIEARTS] en verzekeringsarts [VERZEKERINGSARTS II] niet als uitgangspunt kunnen worden genomen – op kosten van verweerder een derde verzekeringsarts moet worden aangesteld, Er is geen reden om andere deskundigen in te schakelen.
Vivat te veroordelen in de kosten van het geding, en de kosten van de advocaat van [VERZOEKER] te begroten op € 8.689,62 te vermeerderen met griffierecht en Vivat te veroordelen deze kosten binnen twee weken te voldoen. Kosten gematigd, wel begroot, niet toegewezen.

Terecht dat we ons zorgen maken over de lange looptijd van letselzaken. Dit is een voorbeeld van een zaak die (te) lang loopt.

Werkgever is niet aansprakelijk voor het letsel als gevolg van stappen in een kabelgat bij lossen containerschip

Rechtbank Rotterdam 30 oktober 2019
Verzoeker is aan het werk obv een leer-/arbeidsovereenkomst en stapt bij het lossen van een containerschip met koelcontainers in een kabelgat en loopt letsel op. Deze kabelgaten zijn er tbv elektriciteit voor de koeling. Ze zijn niet zo groot dat er ‘doorheen’ gevallen kan worden.
Verzoek Rechtbank
voor recht te verklaren dat de werkgever aansprakelijk is en de schade dient te vergoeden de kantonrechter geeft aan dat er ruime zorgplicht voor de werkgever is, maar dat de vraag of aan de zorgplicht is voldaan afhankelijk is van de omstandigheden, waaronder de aard van de werkzaamheden, de kenbaarheid van het gevaar, de te verwachten oplettendheid van de werknemer en de bezwaarlijkheid van het nemen van maatregelen. Dit getoetst komt de Kantonrechter tot het oordeel dat de werkgever niet te kort is geschoten in zijn zorgplicht. Ook verwerpt zij het beroep op artikel 7:611 BW namelijk dat een verzekering voor de werknemer afgesloten had moeten worden, wat niet het geval is. De grondslag hiervoor ontbreekt, omdat in casu geen sprake is van een werkgerelateerd verkeersongeval. De Kantonrechter wijst de vordering af.
de kosten te begroten op € 8176,58 en verweerder tot betaling te veroordelen. Omdat geen verweer is gevoerd begroot de Kantonrechter zoals gevraagd, maar gaat niet over tot een veroordeling tot betaling nu de aansprakelijkheid niet in rechte vaststaat.

‘De kantonrechter overweegt dat hoewel de verantwoordelijkheid voor een veilige werkplek uiteraard bij de werkgever is gelegen, die hier niet zo ver gaat dat van haar kan worden verlangd dat zij telkens voordat een werknemer een catwalk betreedt voor het uitvoeren van zijn sjorderswerkzaamheden, deze heeft laten controleren op openstaande kabelgaten en op de catwalk liggende kabels en die in het voorkomende geval met, bijvoorbeeld, een gekleurd lintje heeft gemarkeerd.’

‘het werken in paren niet betekent dat er ‘hand-in-hand’ wordt gewerkt. Daaraan verbindt de kantonrechter de conclusie dat het werken in paren het gestelde ongeval niet had kunnen voorkomen omdat die instructie niet met zich brengt dat de collega van verzoeker steeds had kunnen, laat staan moeten, toezien op de wijze waarop hij over de catwalk liep.’

Werkgever aansprakelijk, ook al zijn drie jaar na dato de kwaliteit van de banden en de weersomstandigheden niet meer vast te stellen

Rechtbank Midden-Nederland 4 december 2019
Verzoekster is pizzabezorger als haar een eenzijdig ongeval met de scooter overkomt waarbij hij zij letsel op loopt. Drie jaar na dato stelt zij de werkgever aansprakelijk.
Verzoek Rechtbank
voor recht te verklaren dat de werkgever aansprakelijk is en de schade moet betalen de kantonrechter komt tot het oordeel dat verweerster niet heeft aangetoond dat zij al die maatregelen heeft getroffen die redelijkerwijs nodig waren om het ongeval te voorkomen. Dat achteraf de kwaliteit van de banden en de weersomstandigheden niet meer zijn vast te stellen is daarbij niet doorslaggevend. Het gaat er om dat verweerster niet heeft aangetoond dat zij zich voldoende heeft ingespannen om het gevaar van gladde banden te voorkomen. Het verzoek om voor recht te verklaren dat zij op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval op 13 december 2014 zal worden toegewezen.
de kosten voor het deelgeschil te begroten op € 6.477 ex BTW en verweerster te veroordelen tot betaling daarvan

verweerster voert aan dat er geen reden is voor vergoeding van de kosten van het deelgeschil, omdat verzoekster in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Dat argument gaat niet op volgens de Kantonrechter op grond van artikel 34g onder a van de Wet op de Rechtsbijstand: een toevoeging wordt ingetrokken als de rechtszoekende de kosten van rechtsbijstand kan verhalen op een derde. De aansprakelijkheid is in dit deelgeschil vast komen te staan. De kosten van het deelgeschil komen dus voor haar rekening en niet (via de toevoeging) voor rekening van de Staat.

Over de hoogte zegt de Kantonrechter dat omdat het een beperkt en overzichtelijk deelgeschil is het aantal uren tegen een relatief hoog tarief, zeker waar daar nog 6% kantoorkosten bij wordt opgeteld, daar niet bij past. De rechtbank begroot de redelijke kosten op € 4.600 ex BTW

‘Het verweer van dat de werknemers zelf ook goed moeten opletten en dat zij een andere scooter mogen nemen als ze vinden dat de banden niet voldoen, gaat niet op. De werknemers zijn over het algemeen jongeren, studenten en scholieren, zoals ook [verzoekster] toen haar het ongeval overkwam. Gewone mankementen zoals een kapotte rem of bel zullen zij wel opmerken, maar het gaat te ver om van hen te verwachten dat zij het profiel van de banden controleren én beslissen of het verantwoord is met deze scooter de weg op te gaan. Het feit dat [verweerster] een dergelijke beoordeling aan deze jonge werknemers overlaat duidt er juist op dat zij zich er niet voldoende van bewust was, dat zij als werkgever op dit punt een belangrijke taak had om de veiligheid van haar werknemers te waarborgen.’ Aldus de Kantonrechter

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: