Wet deelgeschillen voor letsel- en overlijdensschade

Logo OAK advocatenOp deze site worden de uitspraken in het kader van de Wet deelgeschillen voor letsel- en overlijdensschade samengevat gepubliceerd en eventueel van kort commentaar voorzien. U kunt eenvoudig zoeken in de uitspraken: op specifieke woorden, maar u kunt ook alle uitspraken in categorieën bekijken.

Aanvullingen, suggesties of zelf een deelgeschil? info@oakadvocaten.nl

Onvoldoende duidelijkheid over het causaal verband tussen het ongeval en de klachten

Rechtbank Midden-Nederland, 17 juni 2020
Achteropaanrijding met lage impact. Verzoekster wenst inschakeling arbeidsdeskundige en nadere bevoorschotting. Er zal eerst meer duidelijkheid moeten komen over het causaal verband tussen het ongeval en de klachten.
Verzoek Rechtbank
(1) moet meewerken aan het inschakelen van een arbeidsdeskundige en hetgeen verder naar de mening van de rechtbank noodzakelijk is voor een correcte afwikkeling van deze letselschadezaak.

(2) de verdere redelijke kosten ter vaststelling van de schade moet voldoen, waaronder mogelijk de kosten van één of meer deskundigenberichten;

(1/2) Op grond van de beschikbare gegevens staat het causaal verband tussen ongeval en klachten niet vast. Sprake van moeilijk objectiveerbare klachten. Enkele stelling dat de klachten er voor het ongeval er niet waren is onvoldoende. Verzoekster weigert medische gegevens 2 jaar voorafgaand aan het ongeval te verstrekken. Een brief gegeven waarin haar huisarts schrijft dat in de bedoelde periode de klachten die zij nu ervaart zich niet hebben voorgedaan is onvoldoende.

Een onderzoek door een medische deskundige ligt op dit moment meer voor de hand. Verzoekster is inmiddels uit dienst waardoor het doel van de re-integratie niet meer aan de orde was.

(3) de redelijke kosten van de door verzoekster in te schakelen medisch adviseur moet voldoen; (3) ASR moet redelijke kosten van een door verzoekster ingeschakelde medisch adviseur vergoeden.
(4) een aanvullend voorschot van € 5.000,00 moet betalen; (4) Geen aanspraak op aanvullende schadevergoeding omdat het reeds betaalde voorschot (€ 4.000,00) niet in aanzienlijke mate overstijgt. Causaal verband tussen het ongeval en de belangrijkste schadepost nog niet duidelijk.
(5) de openstaande buitengerechtelijke kosten moet voldoen; (5) Redelijke kosten worden begroot op 12 uur. Globale beoordeling, niet in detail.
(6) een bedrag van € 6.936 als kosten van het deelgeschil (24 uur tegen een tarief van € 289,00) (6) Aantal uur gematigd tot 12, uurtarief gematigd tot € 225,00 ex btw, geen ruimte voor kantoorkosten. Verzoek om inschakeling arbeidsdeskundige geen kans van slagen.

Verzoekster kiest ervoor om geen inzage te geven in haar medische gegevens twee jaar voorafgaand aan het ongeval. De rechtbank weegt het privacybelang van verzoekster af tegen het belang dat de verzekeraar heeft om die gegevens op te vragen. In deze casus weegt het belang van de verzekeraar zwaarder. Zonder aanvullende (medische) informatie zal de zaak echter in een impasse blijven zitten.

Ondanks overeenstemming toch belang bij beschikking

plak hier rechtbank datum etc
Verzoekster wenst een arbeidsdeskundigenonderzoek. De Goudse wenst in eerste instantie geen medewerking te verlenen. Na indiening verzoekschrift wordt toch ingestemd. Wel belang bij beschikking omdat het kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.
Verzoek Rechtbank
Verzoekster verzoekt:

(1) Goudse te bevelen haar medewerking te verlenen aan een arbeidsdeskundigenonderzoek door de heer Mo Hopman in het minnelijk traject en daarvan de buitengerechtelijke kosten te dragen;

(2) de deskundige zal de navolgende vragen dienen te beantwoorden (…)

(1)(2) Mits een orthopedisch expertiserapport wordt verstrekt aan de deskundige is het verzoek akkoord. Verzoekster heeft daarmee ingestemd.  Oordeel levert bijdrage aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst omdat voorafgaand aan de procedure sprake was van een impasse.
(3) de kosten van het deelgeschil te begroten op € 4.346,87 te vermeerderen met de griffierechten en te bepalen dat Goudse deze kosten aan verzoekster dient te voldoen. (3) Uurtarief € 265,00 exclusief 5% kantoorkosten en 21% btw is redelijk. 14 uur. € 4.650,87 in totaal.

 

Onduidelijkheid over ‘werkgeverschap’ vrijwilliger op bouwplaats

Rechtbank Noord-Nederland, 29 september 2019
Verzoeker, die een Wajong-uitkering heeft, verrichtte op vrijwillige basis opruimwerkzaamheden op een bouwplaats. De bouwplaats werd beheert door Rottinghuis, maar verzoeker zou door BNL (waarvan het personeel werkzaam was op de bouwplaats maar werd aangestuurd door Rottinghuis) zijn ‘ingeschakeld’. Tijdens de opruimwerkzaamheden loopt verzoeker schade op. Omdat niet op eenvoudige wijze is vast te stellen wie op grond van artikel 7:658 BW als werkgever moet worden aangemerkt wordt het verzoek afgewezen.
Verzoek Rechtbank
Verzoeker verzoekt de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

(1) voor recht te verklaren dat zowel Rottinghuis als BNL hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door verzoeker geleden en nog te lijden schade, voor het op 9 mei 2016 aan verzoeker overkomen bedrijfsongeval te Groningen;

(1) Toetsingskader of artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is (HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616 en HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3142).

Voor Rottinghuis was de komst van verzoeker niet bekend, is hij niet toegelaten door iemand van Rottinghuis en was het Rottinghuis onbekend welke werkzaamheden verzoeker zou uitvoeren. Volgens BNL was het Rottinghuis bekend dat verzoeker opruimwerkzaamheden kwam verrichten en heeft iemand van Rottinghuis instructies gegeven.Vooralsnog  is niet met voldoende zekerheid komen vast te staan in wiens opdracht verzoeker op de bouwplaats werkzaamheden heeft verricht en ook niet of dit in de uitoefening van het bedrijf van Rottinghuis of BNL is geweest. Geen ruimte voor nadere bewijslevering.

(2) Rottinghuis, BNL en Zurich als AVB-verzekeraar van Rottinghuis hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de door de kantonrechter in deze procedure vast te stellen buitengerechtelijke kosten op de voet van artikel 6:96 BW ten bedrage van € 3.693,89. (2) Gelet op de aard en complexiteit van de zaak het gevorderde aantal uren (12) de dubbele redelijkheidstoets doorstaat. Uurtarief € 245 is redelijk. € 240,00 x 12 uren, te vermeerderen met 21% BTW en 6% kantoorkosten = € 3.693,89.

Er bestaat discussie over de feiten en daarom moeten de personen die bij de zaak betrokken zijn worden gehoord. De getuigenverklaringen opgenomen door de Inspectie SZW lieten nog teveel ruimte voor discussie. Voor het horen van die personen bestaat in de deelgeschilprocedure geen ruimte.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: