Wet deelgeschillen voor letsel- en overlijdensschade

Logo OAK advocatenOp deze site worden de uitspraken in het kader van de Wet deelgeschillen voor letsel- en overlijdensschade samengevat gepubliceerd en eventueel van kort commentaar voorzien. U kunt eenvoudig zoeken in de uitspraken: op specifieke woorden, maar u kunt ook alle uitspraken in categorieën bekijken.

Aanvullingen, suggesties of zelf een deelgeschil? info@oakadvocaten.nl

Welke deskundige?

Rechtbank Oost-Brabant
Verzocht werd om een uitspraak te doen over de persoon van een deskundige. Na de zitting werden verzoekster en verweerster het eens. Opgevoerde buitengerechtelijke kosten konden zonder nadere toelichting niet beoordeeld worden. Verzoek afgewezen. Uren gematigd, maar uurtarief redelijk.
Verzoek Rechtbank
[verzoekster] verzoekt de rechtbank in haar verzoekschrift, samengevat:

(1) te gelasten dat verweerster meewerkt aan een neuropsychologisch onderzoek door [B];

(1) Na de zitting zijn partijen het eens geworden over de persoon van de deskundige die neurologisch onderzoek zal uitvoeren. De overeengekomen persoon is een andere dan door verzoekster in eerste instantie verzocht. De rechtbank gaat er vanuit dat verweerster instemt en zal het verzoek van verzoekster wijzigen.
(2) verweerster te veroordelen tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 6.070,97 (inclusief kantoorkosten en btw); (2) Verweerster heeft € 39.418,97 aan buitengerechtelijke kosten bevoorschot, waaronder een bedrag van € 4.000,- ten behoeve van de huidige belangenbehartiger. Verzoekster heeft nagelaten om inzicht te geven in de werkzaamheden van de eerdere belangenbehartigers. Ook licht zij niet toe op welke werkzaamheden van de huidige belangenbehartiger het voorschot van € 4.000,- ziet. De rechtbank kan daarom niet behoordelen of de opgevoerde kosten in redelijkheid zijn gemaakt. Het verzoek wordt afgewezen.
(3) met veroordeling van verweerster in de kosten van dit deelgeschil tot het bedrag van € 6.974,14. (3) De rechtbank matigt het aantal uur van 21,7 naar 12. In een zaak als deze – waar eigenlijk alleen een beslissing wordt gevraagd over de persoon van een deskundige – is dit een redelijk aantal uren.

De rechtbank matigt het uurtarief niet en acht – mede gelet op de ervaring van de belangenbehartiger – een uurtarief van € 265,- redelijk.

De rechtbank begroot de kosten van dit deelgeschil aan de zijde van verzoekster op €3.847,80. Aangezien verweerster de aansprakelijkheid heeft erkend, zal zij in de begrote kosten worden veroordeeld.

Als het gaat om het aanstellen van een deskundige behoort het verzoekschrift deskundigenbericht toch gewoon gehanteerd te worden.

Rechtbank kent vergoeding toe van door zoon (als tolk) gemaakte kosten

Rechtbank Limburg
Minderjarig slachtoffer heeft als gevolg van een ongeluk ernstig letsel opgelopen. De zoon van verzoekers heeft hen – door onder andere als tolk – intensief bijgestaan en heeft daarbij verschillende kosten gemaakt. De kosten komen voor vergoeding in aanmerking.
Verzoek Rechtbank
In conventie

Verzoekers verzoeken dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(1) voor recht verklaart dat verzoekers (ouders van het minderjarig slachtoffer) recht hebben op door De Goudse te betalen vergoeding van tolk- en vertaalkosten, voor zover die kosten in causaal verband staan met het verkeersongeval waarvoor De Goudse aansprakelijkheid heeft erkend;

(2) De Goudse veroordeelt om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan de ouders te vergoeden € 4.836,– wegens de door de zoon van verzoekers gemaakte telefoonkosten over de periode 1 juni 2013 tot 6 februari 2019;

(3) De Goudse veroordeelt om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan de ouders te vergoeden € 7.647,50 wegens de door de zoon van verzoekers verrichte tolk-/vertaalwerkzaamheden over de periode 1 juni 2013 tot 6 februari 2019;

(4) De Goudse veroordeelt om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan de ouders te vergoeden een bedrag van € 7.605,34 wegens de door de zoon van verzoekers gemaakte reiskosten en overlegtijd in verband met de diverse bezoeken aan de toenmalige advocaat in Meerssen en daarna opvolgend advocaat in Gulpen over de periode 1 juni 2013 tot 6 februari 2019;

(5) De Goudse veroordeelt om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan de ouders te vergoeden € 1.080,– wegens de door verzoekers gemaakte reiskosten in verband met de bezoeken aan diverse instanties en het schoolvervoer over de periode 1 juni 2013 tot 6 februari 2019;

(1 t/m 5) Verzoekers zijn ontvankelijk aangezien zij op grond van artikel 6:107 BW vergoeding van kosten en werkzaamheden verzoeken die ten behoeve van het minderjarig slachtoffer en haar ouders door een derde zijn gemaakt, respectievelijk verricht. Niet vereist is dat de derde zelf (als procespartij) een vordering instelt.

De Goudse komt met een te beperkte uitleg van het doel van de deelgeschillenregeling. Een beslissing in een deelgeschilprocedure hoeft niet te leiden tot een vaststellingsovereenkomst. Het onderwerp in een deelgeschil kan ook toezien op een verzoek tot vergoeding van gemaakte en nog te maken kosten in het kader van een buitengerechtelijke regeling. Toekenning van een dergelijke vergoeding kan zorgen voor noodzakelijke financiën die nodig zijn voor het voortzetten van onderhandelingen die kunnen leiden tot een buitengerechtelijke vaststellingsovereenkomst.

Nadere bewijslevering is niet noodzakelijk, omdat het verweer van de Goudse op het onjuiste standpunt berust dat een eventuele fout van de moeder van het minderjarig slachtoffer als eigen schuld zou kunnen worden toegerekend aan het minderjarig slachtoffer. Daarnaast is het voldoende onderbouwd dat verzoekers de Nederlandse taal niet voldoende machtig zijn.

In dit stadium van het geschil kunnen de opgevoerde kosten bij gebreke van bewijsmiddelen ook worden geschat.

De verzochte vergoeding van de kosten is te beschouwen als verplaatste schade, omdat verzoekers optreden als wettelijk vertegenwoordigers van het minderjarig slachtoffer en moeten de kosten van verzoekers worden beschouwd als kosten gemaakt door het minderjarig slachtoffer zelf.

De werkzaamheden van de zoon van verzoekers komen op grond van artikel 6:96 lid 2 onder c BW voor vergoeding in aanmerking, omdat de werkzaamheden zijn verricht in het kader van het streven van verzoekers om buiten rechte vergoeding te krijgen van de door het minderjarig slachtoffer geleden schade.

Met betrekking tot de telefoon- en reiskosten hebben de telefoonkosten ook betrekking op gesprekken met familie in Turkije. Dergelijke kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking aangezien deze niet zien op hulp waarvoor het inschakelen van professionals normaal en gebruikelijk is.

Ondanks dat verzoekers niet voor de goedkoopste oplossingen om te bellen hebben gekozen heeft dit – met het oog op de schadebeperkingsplicht – geen consequenties. Dit zou anders zijn als verzoekers onnodige en onredelijke kosten hebben veroorzaakt, wat in deze niet het geval is.

De gemaakte reiskosten zijn niet onderbouwd, maar het is wel aannemelijk dat er reiskosten gemaakt zijn.

De rechtbank zal de verzochte kosten in redelijkheid begroten op de helft van de respectieve verzochte bedragen. Daar De Goudse gedeeltelijk in het ongelijk wordt gesteld kan De Goudse worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

(6) De Goudse veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder – naar de rechtbank begrijpt bij vermeerdering van het verzoek – begrepen de kosten van de werkzaamheden van de tolk ter zitting, ten bedrage van € 475,38; (6) Het gehanteerde uurtarief wordt bovenmatig geacht en bijgesteld naar € 230,- per uur inclusief btw. Het aantal van 15 gedeclareerde uren wordt redelijk geacht. Verzoekers hebben recht op een vergoeding van € 3.450,- voor de kosten van de advocaat, en € 914,- aan griffierecht. Ook de kosten voor de tolk ter zitting komen voor vergoeding in aanmerking.
In reconventie

(7) verzoekt De Goudse dat de rechtbank verzoekers veroordeelt om binnen één maand na deze beschikking mee te werken aan, althans in te stemmen met de inschakeling van InReha, dan wel een andere daarmee vergelijkbare organisatie.

 

(7) Er kan niet worden verlangd dat het minderjarig slachtoffer zich laat begeleiden door InReha. Het ingrijpende karakter van die begeleiding acht de rechtbank in strijd met het (medische) beschikkingsrecht. Daarnaast hebben verzoekers terecht geweigerd in te stemmen met InReha of een andere soortgelijke organisatie, omdat dat gepaard zou gaan met noodzakelijke vertaal- en tolkwerkzaamheden waarvoor verzoekers die niet kunnen betalen.

Hoewel het natuurlijk begrijpelijk is dat op zich de zelfbeschikking vooraan staat, lijkt het in deze kwestie ook wel zo te zijn dat de aansprakelijke partij heel graag wil dat betrokkenen goed wordt begeleid en meent dat dat nu niet het geval is. Dat kan natuurlijk opleveren dat er uiteindelijk sprake is van eigen schuld, hoewel die eigen schuld bij een minderjarige weer lastig in te vullen is. Wellicht had dat opgelost kunnen worden door aan de rechtbank te vragen te bepalen dat die medewerking nuttig is en dat – bij het uitblijven van die medewerking – in ieder geval eigen schuld aan de orde kan zijn. Het blijven echter lastige zaken, zeker als de ouders van een getroffen minderjarige (in de visie van de aansprakelijke partij) niet de goede stappen nemen.

Op basis van nadere toelichting van deskundige verzoek afgewezen

Rechtbank Noord-Holland
Na de eerste mondelinge behandeling werd een deskundige verzocht nadere toelichting te geven op een door hem uitgebrachte rapport. Verzoeker is er niet in geslaagd zijn klachten aannemelijk te maken en dat er sprake is van een causaal verband tussen de gestelde klachten en het ongeval. Verzoek afgewezen.
Verzoek Rechtbank
Verdere beoordeling na beschikking van 15 augustus 2019: http://ECLI:NL:RBNHO:2019:7922

Verzoeker verzoekt de rechtbank, bij beschikking te bepalen dat zijn klachten in juridisch causaal verband staan tot het door hem op 13 september 2015 overkomen ongeval. Deze klachten bestaan uit:

  • pijnklachten van de nek, schouders, rug;
  • trillen van het been bij lang zitten;
  • slecht slapen, vermoeidheid;
  • angstklachten;
  • depressieve gevoelens;
  • prikkelbaarheid;
  • geheugenproblemen.

 

De deskundige heeft verklaard dat de causale lijn niet altijd helder en moeilijk aannemelijk te maken is. Verzoekster heeft in de periode van 2008 tot en met 2012 somatische onverklaarbare klachten gehad. De deskundige heeft verklaard dat de aggravatie van de presentatie van klachten door verzoeker een symptoom kan zijn van de somatische symptoomstoornis of een nagebootste stoornis is.

Verzoeker is er niet in geslaagd om het bestaan van de klachten te bewijzen en aannemelijk te maken dat er sprake is van een juridisch causaal verband tussen zijn klachten en het ongeval van 2015.

Verzoeker verzoekt de rechtbank (na wijziging van zijn verzoek) op grond van artikel 1019aa Rv de kosten van deze procedure te begroten op € 8.153,- en Nationale-Nederlanden te veroordelen in deze kosten. Nationale-Nederlanden heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van verzoeker om te bepalen dat Nationale-Nederlanden in de kosten wordt veroordeeld.

Ten behoeve van de zitting van 4 juli 2019 heeft de advocaat van verzoeker de uren gematigd tot een aantal van 18 uur, wat uitkomt op een bedrag van € 5.733,-. Met betrekking tot de zitting van 16 januari 2020 heeft de advocaat van verzoeker het aantal uur gematigd tot 8 uur, wat uitkomt op een bedrag van € 2.420,-. De rechtbank acht het uurtarief van € 250,- en het aantal uur redelijk en begroot de kosten van dit deelgeschil op een bedrag van € 8.153,-. Nationale-Nederlanden wordt veroordeeld in het betalen van deze kosten.

De kosten van de deskundige – tot aan de zitting € 1.179,75 – zullen door Nationale-Nederlanden worden gedragen. Voor de behandeling ter zitting mag nog anderhalf uur in rekening worden gebracht.

Hoewel de vraag mag reizen of deze aanpak nog valt onder een normale deelgeschilprocedure, is het plezierige natuurlijk dat er op zich op vrij vlotte wijze duidelijkheid is geschapen, althans in het kader van een deelgeschil. De mogelijkheid om een deskundige te vragen om een verdere toelichting te geven wordt in dit soort zaken zeer weinig gebruikt. Dat het duidelijkheid kan scheppen blijkt wel uit deze zaak.

Iedere week de nieuw verschenen uitspraken ontvangen?
Schrijf u in voor de nieuwsbrief: